Maandag 21/09/2020
Sabrine Ingabire.Beeld DM

ColumnSabrine Ingabire

Hoe rijm je Black Lives Matter met vluchtelingen laten verdrinken?

Sabrine Ingabire (24) is journaliste en schrijfster. Ze is aan de slag bij NRC Handelsblad in Amsterdam. Haar column verschijnt tweewekelijks.

Een man vroeg me gisteren of ik de UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties, kende. “Ja, natuurlijk, ik ben zelf een vluchteling”, antwoordde ik. Plots overviel het me hoe weinig ik die woorden uitsprak. Vroeger, toen ik de Belgische nationaliteit niet had, werd ik constant herinnerd aan het feit dat ik vluchteling was. Nu ik Belg ben, althans nu ook op papier, me in bepaalde milieus begeef, een goede baan heb, komt de vraag – of ik een vluchteling ben – alleen nog van witte mensen die net iets té gefascineerd zijn door zwarte mensen. Een geprivilegieerde vluchteling hoeft niet constant stil te staan bij dat deel van haar geschiedenis en identiteit. Wereldvluchtelingendag kwam en ging vorige week voorbij zonder dat ik er lang bij stilstond.

Diezelfde week stemde de Europese Unie de ‘Black Lives Matter-resolutie’. Hiermee geven ze aan racisme en witte suprematie expliciet af te wijzen, als steun voor de anti-racismebetogingen. Die aankondiging verwelkomde ik in drie stadia. Eerst met: ‘Nu pas?’ Dan, heel kort: ‘Beter laat dan nooit!’ en uiteindelijk: ‘Wacht eens even...’ Ik ben nog steeds bij dat derde. 

Oké, racisme erkennen en afwijzen, goed, maar hoe zit het met de vluchtelingen die we laten verdrinken? Met mensen die we aan de grenzen afweren? De asielzoekers in onmenselijke omstandigheden in kampen en parken? Zijn zij geen slachtoffers van een (neo)kolonialisme dat gefundeerd is op racisme? Slachtoffers uit Subsahara-Afrika, bruine en zwarte vluchtelingen uit MENA-landen, mensen die geprivilegieerde, witte, parlementariërs niet hoeven te zien, mensen die ze gemakkelijk kunnen vergeten.

Het zal ongetwijfeld eenvoudiger zijn om te denken aan mensen als ik bij het stemmen op zo’n resolutie. Aan zwarte mensen die uitgesproken kunnen zijn, die geprivilegieerd zijn, die je niet kunt negeren, hoe graag je ook probeert. Of aan je zwarte collega’s, kennissen, partners. Je gunt hen – in theorie – gelijke rechten en wil hen beschermen van onrecht, want mensenrechten, daar geloof je natuurlijk in.

Maar wat met zij wier menselijkheid niet even zichtbaar is? Zij die zich niet houden aan Europese verdragen opgesteld door geprivilegieerde, veelal witte mensen, en koste wat het kost naar Engeland willen? Zij die door hun persoonlijke omstandigheden psychisch aangetast zullen zijn en daardoor een uitkering nodig zullen hebben? En, nog een stap verder: zij die net als vele witte mensen gewoonweg geen zin hebben om te werken? Maken zij ook deel uit van deze resolutie, beoordelen we ook het racisme dat ze ongetwijfeld zouden meemaken, beschouwen we hen alsnog als mensen?

Het onderscheid dat steeds wordt gemaakt, bewust of onbewust, tussen de zwarte mensen die waardigheid en menselijkheid verdienen: ook dat is racisme. Dat veel zwarte mensen het gevoel hebben zich te moeten distantiëren van bepaalde groepen zwarte mensen om hopelijk door witte mensen ‘aanvaard’ te worden, vloeit voort uit datzelfde racisme. Net als wanneer witte mensen racistische uitlatingen doen over bepaalde zwarte mensen – vluchtelingen, asielzoekers, werkloze mensen – en zich dan omdraaien en zeggen: “Ja, maar niet jij, Sabrine, jij bent een goede!” Iedere racistische uitlating – ook, en vooral, over niet-zwarte mensen van kleur – die je doet, gevolgd door: “Maar jij bent een goede!” vertelt me dat ik maar één stap verwijderd ben van soortgelijke uitlatingen over mij.

Dus laten we duidelijk zijn: ik ben geen ‘goede’. Ik heb het ‘geluk’ gehad, relatief gezien dan, geboren te zijn op het moment waarop ik geboren ben, binnen de familie waarin ik geboren ben, met de genen en vaardigheden die ik heb. Door al deze zaken ben ik wie en waar ik ben. Een andere samenloop van toeval, genen, omstandigheden, en ik was een van die mensen die je maar al te graag had laten verdrinken.

Maar als je toch aan mij en mensen als ik zal denken wanneer je denkt aan ‘zwarte mensen’, besef dan tenminste dat ieder beeld op televisie waarop zwarte mensen lijden mij toont hoe mijn leven had kunnen zijn. Hoe gemakkelijk mensen die op mij lijken kunnen sterven, en hoe gemakkelijk witte media onze pijn uitzenden. Ieder beeld van verdrinkende vluchtelingen en verhongerende asielzoekers herinnert mij aan datgene wat ik, door mijn privileges, niet meer dagelijks uitspreek: ik ben ook een vluchteling. En net als ik, verdienen zij gelijke rechten en beschermd te worden van onrecht, verdienen zij geluk en geborgenheid, niet omdat ze mij hadden kunnen zijn – maar puur en alleen omdat ze mensen zijn. En als je als witte supranationale, imperialistische organisatie deze mensen zo gemakkelijk aan hun lot overlaat, vraag ik me af hoe je de woorden ‘Black Lives Matter’ in de mond durft te nemen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234