Zaterdag 18/01/2020

Opinie

Hoe natuurijs doet denken aan een Nederland dat in de loop der jaren is weggesmolten

Bert Wagendorp.

Bert Wagendorp is columnist bij de Volkskrant.

Gisteren opende de Volkskrant met een diepgevoelde collectieve nationale wensdroom: ‘Eindelijk het ijs op’. De Morgen kopte: 'Nederland bidt om dikker ijs'. We warmen op en natuurijs is een schaars goed geworden, maar áls het ijs dik genoeg dreigt te worden om op te kunnen schaatsen, maakt schaatskoorts zich van ons meester. Ik ken genoeg mensen die alles achter zich laten (familie, bedrijf, wintersportvakantie, carrièrekansen, angst voor de verdrinkingsdood) zodra ergens een stuk natuurijs is gespot. Ze raken bevangen door een razende obsessie: schaatsen.

Er zijn hier talloze kunstijsbanen waar je, hoogzomer uitgezonderd, kunt schaatsen wanneer je wilt. Mijn broer reist elk jaar naar Zweden om in de buurt van Stockholm de schaatsen onder te kunnen binden. Maar dat is niet meer dan therapie, noodverband om het chagrijn om het verdwenen natuurijs de baas te kunnen blijven.

Gisteravond kwam de officiële bevestiging dat het zover is: de eerste marathon op natuurijs. Die vond plaats in Haaksbergen, bij ijsclub IJsch, na een hevige concurrentiestrijd met Arnhem, Noordlaren en Veenoord. Daar had het ijs de benodigde dikte van drie centimeter nog niet bereikt, tot grote spijt van de ijsmeesters die nachtenlang aan het sproeien waren geweest om primeurijs te maken.

Voorwaarden

Of we echt kunnen spreken van natuurijs is de vraag. Zelf vind ik dat natuurijs aan twee voorwaarden moet voldoen: 1. Je moet er doorheen kunnen zakken, waarna je zelf uit het wak klautert of door een held wordt gered; 2. Er moeten lange scheuren in zitten waar je met je schaatsen in kunt rijden waarna je hard op het natuurijs smakt. Van beide criteria is op de genoemde ijsbanen geen sprake. Er zit geen water onder het ijs en het ijs is te dun voor een echte mooie scheur. Maar we doen het ermee, zo vaak vertoont de Siberische beer zich niet meer in deze contreien.

In Amsterdam trad gisteren Fase 1 van de Derde IJsnota in werking. De Eerste IJsnota, waarin gedetailleerd werd bepaald in welke grachten een vaarverbod van kracht wordt, stamt uit 1978, de Tweede uit 1996. Bij de Derde IJsnota uit 2011 behoort een Communicatieplan met daarin de ‘Communicatiestromen tijdens de Vorst’. Tevens trad de Algemene Plaatselijke Verordening 1994 in werking, die ‘het beschadigen, verontreinigen, versperren of het voor schaatsen minder bruikbaar maken van een voor het publiek toegankelijke ijsvlakte’ strafbaar stelt. We gaan allang niet meer over één nacht ijs, als het er eindelijk is.

Kistwerken

De taal past zich aan, woorden die lang naast de schaatsen op zolder hebben gelegen komen tevoorschijn. Het is opeens weer ‘bitter koud’ en ‘kruiend ijs’ en ‘windwakken’ maken de situatie er niet veiliger op. Ik ben pas echt blij wanneer ik ‘kistwerken’ lees. Stokoude schaatsers herinneren aan de huiveringwekkend strenge winter van ’63 en ik kwam zelfs ergens ‘koek en zopie’ tegen.

Het is te laat voor een Elfstedentocht, maar we grijpen elk graadje vorst en elk begin van ijsvorming aan om iets van het bijbehorende gevoel tot leven te wekken. Dat gevoel, zeggen schaatssociologen, gaat eeuwen ver terug. Het ijs was in het noordelijk deel van Nederland wat het carnaval was in het zuiden: de standsverschillen vielen weg en er golden op het bevroren water andere, lossere omgangsvormen en zeden. Er zijn schitterende erotische gedichten en liedjes geschreven over heftige, verboden romances in de rietkragen langs het ijs.

IJs brengt de herinnering tot leven aan een Nederland dat ooit bestond maar dat in de loop der jaren is weggesmolten. Het is de koude weemoed die ons in staat van hete opwinding brengt, alsof we even kunnen teruggaan in de tijd. Dat gaat niet met kunstijs, daarvoor heb je natuurijs nodig, het glasheldere priklicht van het noorden en de snijdende oostenwind die alle kleine sores wegblaast en ons weer even domweg gelukkig maakt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234