Zaterdag 31/07/2021

OpinieBrian Groh

Hoe mijn stadje in Amerika langzaam radicaliseerde

Verkiezingsbord in Miami, Florida. Beeld REUTERS
Verkiezingsbord in Miami, Florida.Beeld REUTERS

Brian Groh is een Amerikaans schrijver. Hij is de auteur van de roman Summer People.

Al twintig jaar woon ik in Lawrenceburg, een arbeidersstadje in de staat Indiana. Mijn grootouders, immigranten uit Duitsland, kochten hier tijdens de Tweede Wereldoorlog een boerderij. Ik heb altijd het gevoel gehad dat Lawrenceburg typisch was voor de beste eigenschappen van de Amerikaanse Midwest: vriendelijkheid, pretentieloosheid, buren die fatsoenlijk met elkaar omgaan.

Een paar weken geleden zag ik een oude vriend, Frank, een gepensioneerde van 84 die in de buurt woont. Hij vertelde dat hij een bord “Biden-Harris” in zijn voortuin had gezet en dat het nog geen twee dagen later gestolen was. Zijn vriendin plakte toen een poster aan het venster, maar Frank had die meteen weer weggehaald. “Mijn stoel staat daar net achter”, legde hij uit. “De volgende keer gooien ze misschien met een steen of schieten ze.”

Enkele jaren geleden zou ik gezegd hebben dat Frank overdreef. Nu ben ik niet meer zo zeker. In de afgelopen vier jaar is mijn stadje geradicaliseerd. Dat is een zwaar woord, maar ik kan het niet anders beschrijven.

Er is veel veranderd. Toen Bill Clinton in 2008 bij ons kwam spreken, was de zaal te klein en moesten veel mensen in een brandweerkazerne vlakbij via luidsprekers naar hem luisteren. Iedereen was enthousiast. “De mensen komen niet meer rond,” zei Clinton. “Dat moet veranderen.” Hij beloofde dat de Democraten met een kordaat nieuw energiebeleid banen zouden scheppen. De lonen zouden stijgen.

Die belofte viel in goede aarde. De beste baan die ik in die tijd kon vinden, was als televerkoper in een callcenter. Maar ik had hoop. Net als veel buren geloofde ik dat de Democraten ons stadje weer welvarend zouden maken. In de verkiezingen van dat jaar won Barack Obama in Indiana.

Maar het werd niet beter. Niet echt. Volgens de statistieken leeft meer dan 32 procent van de bevolking van Lawrenceburg onder de armoededrempel. Volgens een artikel in The New York Times uit 2016 stuurt ons district in verhouding meer mensen naar de gevangenis dan San Francisco. In januari van dit jaar ontsloeg ons ziekenhuis 31 medewerkers, met als verklaring dat er “te veel patiënten zonder zorgverzekering” waren. De zorg in het ziekenhuis werd “op maat” gebracht - lees: teruggeschroefd.

En er is meer. Vorige herfst kwam mijn neefje geschrokken vertellen dat hij in het bos een mensenschedel had gevonden. Ik ging met hem mee en op de bodem van een ravijn, tussen de struiken, zag ik die schedel, met voortanden die ontbraken. De politie kwam en de rest van die avond zag ik door mijn slaapkamerraam de lichtjes van hun zaklantarens tussen de bomen dansen, tot de duisternis ze opslokte.

Later hoorde ik dat het om een overdosis ging, heel waarschijnlijk het zoveelste slachtoffer van de opioïdenepidemie die in dit land woedt (in ons district waren er in 2017 80 voorschriften voor opioïden per 100 inwoners). De jongen was waarschijnlijk hoger op de heuvel gestorven, ze hadden daar meer resten gevonden, en de regen had zijn schedel meegevoerd.

Die schedel was een duister voorteken. Enkele maanden na dat incident zag ik langs de weg voor het eerst een kraampje dat Trump-vlaggen verkocht. Vlaggen met slogans als “Trump 2020: Keep America Great”. Dat was meer dan een half jaar voor de verkiezingen en ik weet nog dat ik dacht: waarom in ’s hemelsnaam vlaggen? Een vlag is iets waar mensen onder vechten, iets waarmee je ten oorlog trekt. In de zomer kwam er een tweede kraampje bij. De economie zat in een dal maar de vlaggenhandel deed gouden zaken.

Het bleef niet bij Trump-vlaggen. In de voorbije maanden zag ik in de tuinen van buren drie Confederale vlaggen, vroeger waren die er nooit. En enkele weken geleden werden bij onze middelbare school twee gemaskerde mannen met een grote vlag van de Ku Klux Klan gesignaleerd. Ze deelden flyers uit, blijkbaar op zoek naar jonge rekruten.

Soms doet het me denken aan een griezelfilm die onschuldig begint, in een zonnige, idyllische boerderij, en dan beetje bij beetje dreigend wordt. Het is heel traag gegaan, bijna onmerkbaar, maar nu herken ik mijn eigen stadje haast niet meer.

In mijn mildere momenten kan ik de xenofobie, het racisme en de sympathie voor Trump van mijn buren uitleggen als symptomen van de aliënatie van mensen die zich in de steek gelaten en geminacht voelen. Dan spreekt het deel van mij dat een sterke band blijft voelen met waar ik woon. Maar vaak kijk ik in het late herfstlicht naar de oude boerderij van mijn grootouders en vraag ik me af of het eindelijk tijd is dat ik mijn koffers pak.

© 2020 The New York Times Company

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234