Woensdag 29/01/2020
Beeld rv

Column Paul De Grauwe

Hoe kunnen we verklaren dat mensen cadeaus blijven uitdelen ondanks het feit dat dit allemaal inefficiënt is?

Paul De Grauwe is professor aan de London School of Economics. Zijn column verschijnt tweewekelijks.

Het geschenken-seizoen is weer voorbij. Velen onder ons hebben cadeaus gegeven en gekregen van familie en vrienden. Het was een vrolijke ervaring. Het openen van de pakjes. Het lachen en het gillen bij het betasten en het tonen van het kledingstuk, het speelgoed, of het boek, die in de pakjes verborgen lagen. Puur plezier.

Toch hebben economen problemen bij al dat geschenken-geweld. Het is namelijk inefficiënt. En dat is een heilig begrip voor de economen onder wie bovengetekende. Alles mag behalve inefficiënt zijn. In de context van de kerstgeschenken kan die inefficiëntie als volgt beschreven worden. Als ik een cadeau koop voor een vriend ben ik nooit zeker dat hij of zij dat geschenk wel zal appreciëren. Ik ken de preferenties van mijn vriend slechts op onvolmaakte wijze. De kans bestaat dus dat ik iets geef waarvoor mijn vriend nooit de 50 euro zou betaald hebben die ik eraan besteed heb.

Erger nog. Als ik een paternalistisch en intolerant individu ben, dan zal ik, overtuigd van de superioriteit van mijn voorkeuren, een geschenk kopen dat mijn vriend wel fantastisch zal moeten vinden. Meestal is dit niet het geval en is de kans groot dat mijn vriend er geen cent zou hebben willen voor geven.

De kern van de inefficiëntie volgens de economen is dus dat de gever meer uitgeeft aan het geschenk dan wat de ontvanger er zelf zou willen voor betalen. In een spraakmakend artikel berekende Joel Walfogel in 1993 de omvang van deze inefficiëntie bij het uitdelen van kerstgeschenken in Amerika. Hij kwam tot de slotsom dat deze 10 tot 30 procent bedroeg van de waarde van de geschenken. Met andere woorden, voor de ontvangers van de kerstgeschenken was de geldwaarde ervan 10 à 30 procent lager dan wat de gever ervoor betaald had. Een puur verlies voor de maatschappij.

Het is dan ook kant en klaar voor de econoom hoe je dit probleem oplost. In plaats van een kledingstuk of boek, geef je geld. Dat laat de ontvanger van het geschenk toe om zelf te kiezen welk kledingstuk of welk boek te kopen. Hij of zij zal precies even veel betalen voor het geschenk als wat je zelf als donor hebt betaald. Het efficiëntieverlies is nul. De econoom is gelukkig.

Wat moeten we hiervan denken? In zijn extreme vorm leidt deze economische analyse tot een absurditeit. Want als we allemaal met kerstmis een omslag met geld aan elkaar geven dan is de volgende stap vlug gezet. Als ik 100 euro in een omslag steek voor mijn vrouw en zij steekt hetzelfde bedrag in een omslag voor mij, dan zullen we snel die komedie stopzetten en geen omslagen meer omwisselen. Of indien zij van plan is meer in de omslag te steken dan ik, dan kunnen we gewoon het netto bedrag in één omslag steken die zij dan aan mij geeft. Er schiet dan niet veel meer over van het plezier van geschenkjes uitdelen met kerstmis.

Er is dus meer aan de hand wanneer we cadeaus uitdelen met kerstmis dan wat de economische analyse ervan maakt. Hoe kunnen we met andere woorden verklaren dat mensen cadeaus blijven uitdelen ondanks het feit dat dit allemaal inefficiënt is? Psychologen en sociologen hebben zich hierover gebogen om op die vraag te antwoorden. Hier is voor mij het meest overtuigende antwoord. Wanneer ik vóór kerstmis tijd, energie en geld steek in het zoeken van een cadeau voor mijn vrouw dan geef ik haar ook een signaal dat ik haar graag zie. Ik toon haar dat ik bereid ben na te denken over wat ze graag zou hebben, en dat ik bereid ben tijd te steken in het zoeken naar het beste geschenk voor haar. Die zoektocht is niet altijd gemakkelijk. Maar het is omdat de zoektocht soms lastig is dat ze een sterk signaal geeft van de liefde voor mijn vrouw. Met een bankbriefje in een omslag maak ik er mij gemakkelijk van af. In feite geef ik het signaal dat ik geen tijd en energie wil steken in het zoeken naar een geschenk. Als negatief liefdessignaal kan dat tellen.

Er zijn ongetwijfeld nog andere psychologische en sociologische redenen te bedenken waarom de cultuur van het uitdelen van cadeaus bij kerstmis blijft bestaan ondanks het efficiëntieverlies. Voor mij volstaat de signaalfunctie van het geven. En die signaalfunctie kan ertoe leiden dat de waarde van het geschenk voor mijn vrouw hoger is dan de prijs die ik ervoor heb betaald.

Dit gezegd zijnde hebben de economen het toch ook voor een deel juist. Er is dikwijls een grote discrepantie tussen de preferenties van de gever en de ontvanger. En dat leidt tot massa’s gekregen boeken die nooit worden gelezen en kledingstukken die naar de winkels worden teruggebracht. Dat probleem heeft geleid tot een hele industrie van quasigeld in de vorm van boekenbonnen en allerhande vouchers die je kan omwisselen in winkels. Ik kan daarmee leven want ik wil niet voor al mijn vrienden evenveel tijd en energie steken in het vinden van het juiste geschenk als wat ik doe voor mijn vrouw.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234