Maandag 19/04/2021

OpinieNicholas Kristof

Hoe houden we een conflict met China onder controle?

Laten we een onderscheid maken tussen Xi en China, stelt Kristof voor. ‘We kunnen kritiek hebben op de leider zonder het land te demoniseren.’ Beeld AP
Laten we een onderscheid maken tussen Xi en China, stelt Kristof voor. ‘We kunnen kritiek hebben op de leider zonder het land te demoniseren.’Beeld AP

Nicholas Kristof is columnist bij The New York Times.

Voor alles eerst dit: de kans dat er een oorlog met China komt, is erg klein.

Maar als hij er toch komt, zou hij kunnen beginnen op een plaats die bijna niemand kent, zoals de Pratas- of de Kinmeneilanden. Ze worden door Taiwan bestuurd maar liggen dichter bij China, en het is niet uitgesloten dat de Chinese president Xi Jinpin ze zou bezetten om druk uit te oefenen op Taiwan.

Of Xi zou een onderzeeër kunnen uitsturen om de kabels te saboteren die het internet naar Taiwan brengen, of hij zou de Taiwanese olietoevoer kunnen verstoren, of een cyberaanval bevelen om het Taiwanese banksysteem te doen instorten.

De meeste experts vinden die scenario’s weinig waarschijnlijk (en een echte invasie van Taiwan nog minder) maar het risico is nu groter dan in de voorbije decennia. En wat op Pratas of Kinmen begint, zou daar niet eindigen. De VS zouden hoogstwaarschijnlijk meegesleept worden in de gevaarlijkste confrontatie met een andere kernmacht sinds de Cubacrisis.

President Biden staat voor een grote uitdaging. Hij moet Xi – een overmoedige bullebak die geen risico’s schuwt en denkt dat de VS op hun retour zijn – in toom houden, maar tegelijkertijd met China samenwerken rond de klimaatverandering, fentanyl en Noord-Korea (veel experts verwachten dit jaar nieuwe raketlanceringen).

VS-minister van Buitenlandse Zaken Antony Blinken heeft – terecht – laten weten dat hij de ‘hardere aanpak’ van Donald Trump tegenover China zal aanhouden, maar ook de nadruk zal leggen op de mensenrechten en op de samenwerking met de bondgenoten. Toch zien de Republikeinen het China-beleid als een zwakke plek van de nieuwe regering. Ze spotten met ‘Beijing Biden’ en Senator Ted Cruz beschuldigt ‘team-Biden’ ervan “de Chinese communistische partij te omhelzen”.

Dat is nonsens, want Biden heeft een uitstekend, nuchter team van Aziëkenners samengesteld. Maar de kritiek weerspiegelt een verstrakking van de houding tegenover Peking op heel het politieke spectrum die weinig ruimte voor diplomatie laat. Dat maakt mij zenuwachtig.

Ik was op het Plein van de Hemelse Vrede toen Chinese troepen in 1989 betogers onder vuur namen. Veel van mijn Chinese vrienden zitten achter de tralies. Ik maak mij geen illusies over Beijing. Maar ik ben bang voor een botsing, en wel om verscheidene redenen.

Wij, Amerikanen, hebben de neiging om dreigingen te overschatten. We hebben ons op verschillende tijdstippen gefixeerd op het Nasserisme, de dominotheorie in Zuidoost-Azië, de economische opkomst van Japan. Achteraf bekeken waren die angsten niet ongegrond maar te simplistisch. Laten we met China niet in dezelfde fout vervallen.

We moeten bovendien zelf wat bescheidenheid opbrengen. De kritiek op Xi is terecht, maar het is ook een feit dat een baby die vandaag in Peking wordt geboren een langere levensverwachting heeft (82 jaar) dan een baby die in Washington op de wereld komt (78 jaar). China heeft het begin van de coronacrisis slecht aangepakt, maar daarna hemel en aarde bewogen om het virus te stoppen en honderdduizenden levens te redden. China is een complex land vol tegenstrijdigheden, geen karikatuur.

Laten we een onderscheid maken tussen Xi en China. We kunnen kritiek hebben op de leider zonder het land te demoniseren. Chinese topambtenaren en hun familieleden hebben onder vier ogen erg weinig goeds over Xi te vertellen (“hij is gek”, hoorde ik een paar dagen geleden nog zeggen). We mogen niet heel het land beledigen, want dan dwingen we de kaders om zich achter hun leider te scharen.

Biden moet Xi behendig aanpakken en het risico op oorlog beperken zonder te veel toegevingen te doen. Hij hoort de culturele genocide in Xinjiang te veroordelen maar mag de Olympische Spelen van Beijing in 2022 niet boycotten. En hij moet de banden met Taiwan versterken zonder Xi nodeloos voor het hoofd te stoten. We kunnen Taiwanese troepen trainen zonder daar video’s van te verspreiden, zoals Trump deed. We kunnen ook met China samenwerken om het gevaar van ongevallen en escalatie te beperken.

“Met de Sovjet-Unie hebben we geleerd hoe we de Koude Oorlog koud konden houden”, zegt David Shambaugh, auteur van verscheidene uitstekende boeken over de Amerikaans-Chinese betrekkingen. Hij raadt aan om de gereedschapskist van de Koude Oorlog af te stoffen en te kijken of akkoorden over wapenbeheersing, rode telefoons en overleg tussen de militairen van de twee landen voor afkoeling kunnen zorgen.

© 2021 The New York Times Company

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234