Vrijdag 18/10/2019

Opinie Paul Collier

Hoe Denemarken de Europese sociaaldemocratie de weg vooruit wijst

Beeld Photo News

Paul Collier is professor economie en overheidsbeleid aan de Blavatnik School of Government, Oxford University, en de auteur van The Future of Capitalism: Facing the New Anxieties (Penguin). Dit stuk verscheen eerder in The New Statesman.

De Deense politica Mette Frederiksen wijst de weg in de vernieuwing van de Europese sociaaldemocratie. Die draait om de heropbouw van een gedeelde identiteit, een gemeenschappelijk doel en wederzijdse verplichtingen.

Met haar overwinning in de Deense verkiezingen brengt de sociaaldemocrate haar partij weer aan de macht – een schril contrast met het lot van de zusterpartijen elders in Europa. Mettes verklaring voor die achteruitgang, die ze pitchte bij de arbeidersklasse, was: “Jullie hebben ons niet verlaten; wij hebben jullie verlaten.” Ze heeft niet gewonnen door de kernwaarden overboord te gooien, maar door ernaar terug te keren. Om dat te begrijpen, moeten we terug naar het Denemarken van voor de 21ste eeuw. 

Na 1945 brachten sommige landen voor het eerst in de wereldgeschiedenis een op grote schaal gedeelde materiële welvaart tot stand. Enkele van die landen cultiveerden bovendien intrinsieke menselijke waarden die we onder de noemer ‘welzijn’ kunnen vatten. Denemarken is daar het mooiste voorbeeld van. Samen met Noorwegen kan het met recht en reden beweren de beste samenleving te zijn die ooit bestaan heeft: de triomf van de sociaaldemocratie.

De essentie van die sociaaldemocratie was de erkenning van zowel de waarde als de grimmige beperkingen van het marktkapitalisme. Ze had een gemeenschappelijk doel, een agenda voor de toekomst, met als tegenhanger een besef van gedeelde plichten om die agenda waar te maken. De mensen leerden dat ze plichten hadden tegenover elkaar, niet alleen tegenover de familie maar tegenover de samenleving in haar geheel. De economie groeide en de baten werden gedeeld.

Wederkerigheid vereist een gedeelde identiteit: ik moet weten aan wie ik wat verplicht ben en op wie ik een beroep kan doen. Bovendien moeten we allemaal weten dat iedereen dezelfde dingen begrijpt. Langzaam aan ontstaan gewoonten en verandert de wederkerigheid van een transactie – waarin iedereen de tel bijhoudt van wat hij geeft en krijgt – in een meer algemeen gevoel van wederzijds respect.

Opeisbare rechten 

De naoorlogse sociaaldemocratie heeft deze gedeelde identiteit niet uitgevonden maar van hardere tijden geërfd. Ze was in de oorlog zelf gesmeed en heel het land herkende zich erin. De Denen vonden haar vanzelfsprekend en gebruikten haar goed.

Maar elders in de wereld bleven veel samenlevingen gevangen in armoede en geweld. Voor sommige mensen in die samenlevingen werd het materieel mogelijk om naar Denemarken te komen. En dus deden ze dat. Er werd te weinig nagedacht over hoe zij en hun kinderen zouden worden opgenomen in het geloofssysteem van de gedeelde identiteit, de gezamenlijke agenda voor de toekomst en de wederzijdse plichten.

In de Deense samenleving waren die ideeën zo vertrouwd dat de mensen ze vanzelfsprekend vonden. Maar veel migranten kwamen uit landen met radicaal andere ideeën. Wettelijk burgerschap leidde niet vanzelf tot een nieuwe gemeenschappelijke identiteit. Integendeel, het leek rechten te geven die men kon opeisen. Tegenover een gemeenschappelijk doel voor de toekomst stonden de essentiële overtuigingen in veel arme samenlevingen, waar oude grieven jegens rivaliserende groepen prioriteit kregen. Plichten bestonden daar alleen tegenover de familie en god, niet tegenover mensen die geen bloedverwanten waren.

Als een systeem van op vertrouwen gebaseerde wederzijdse plichten onder druk komt te staan, begint het af te brokkelen. Vanaf ongeveer 1980 kregen alle landen van de OESO niet alleen met immigratie te maken, maar ook met sterke en nieuwe economische krachten van toenemende ongelijkheid. De mondialisering van de markten deed de metropool uit haar voegen barsten en bedreigde de provinciesteden met verval. De hoogopgeleiden profiteerden van de toenemende vraag naar hun competenties, terwijl de waarde van de handenarbeid daalde. 

De grootstedelingen ontdekten dat de identiteit die hun werk hen gaf, hen meer prestige verleende dan hun nationaliteit, en namen afstand van de identiteit die ze met hun minder fortuinlijke medeburgers deelden. Ze rechtvaardigden hun egoïsme door hun aandacht te verleggen naar de immigranten die naar de grootstad kwamen: zij, niet hun medeburgers, hadden hulp nodig. Een niet-wederkerige bekommernis om de rechten van de immigranten kwam in de plaats van de wederkerige plichten tussen burgers, net toen die broodnodig waren.

‘Deplorabelen’

De Deense sociaaldemocratische partij had altijd gesteund op een bondgenootschap tussen de provinciale arbeidersklasse en de jonge, opgeleide grootstedelijke klasse. Maar nu het geloofssysteem van de grootstedelingen veranderde, kwam de partij voor een keuze te staan. De grootstedelingen wonnen het pleit: zij waren in opmars, de vakbonden boerden achteruit. Terwijl de metropool de partij overnam, deserteerden de arbeiders langzaam maar zeker. En de misprijzende grootstedelingen noemden hen ‘deplorabelen’ en dachten: ‘fascisten’.

Maar ze hadden ongelijk, want de gemeenschappelijke identiteit van het naoorlogse Denemarken was geen terugval in een agressief nationalisme. Ze had alleen de grenzen vastgelegd van het lidmaatschap in een nieuw systeem van gedeelde plichten. Mette Frederiksen heeft die behoefte aan een gemeenschapsgevoel herkend. Ze heeft erop gereageerd met een pragmatische agenda die antwoorden wil bieden op de nieuwe angsten van de arbeidersklasse. Maar die klasse was jarenlang verwaarloosd en had geen vertrouwen meer in de partij. Om het te vertrouwen te herstellen, moest Frederiksen een signaal geven.

Overal in Europa is immigratie vandaag een brandende kwestie, het breekpunt tussen de grootstedelingen en de arbeidersklasse. Daarom koos Frederiksen voor een abrupte koerswijziging in het immigratiebeleid als haar signaal. Dat heeft gewerkt: de partij heeft de stemmen van de arbeiders heroverd, ten koste van haar populariteit bij de jonge grootstedelingen.

Sociaal mirakel

Naast haar eerste focus – naar de roots van de partij terugkeren door op de angsten van de arbeiders te antwoorden– zoekt Frederiksen de beste oplossingen om de integratie te bevorderen. Alle burgers moeten het geloofssysteem van wederkerige plichten en wederzijds respect overnemen dat het sociale mirakel van Denemarken onderbouwt: alleen dan is immigratie uit verschillende culturen haalbaar. De aanvaarding van een gedeelde identiteit door immigranten belet niet dat zij hun andere identiteiten behouden. Maar die aanvaarding moet voldoende duidelijk zijn, opdat iedereen zou weten dat zij de identiteit, het gemeenschappelijke doel en de plichten die erbij horen, hebben geaccepteerd.

Gedeelde overtuigingen verspreiden zich door sociale inclusie en interactie: kleuterschool, sport, muziek, werk, clubs... allemaal kunnen ze ertoe bijdragen. Het debat over het immigratiebeleid kan niet langer los worden gezien van die praktische integratieprocessen. Men heeft dat beleid lang genegeerd – een exclusief rechts wou er niet van weten en een door individuele rechten geobsedeerd links wees het af – maar nu maakt het deel uit van de sociaaldemocratische politiek van de 21ste eeuw. 

Frederiksen is de pionier van de vernieuwing van de Europese sociaaldemocratie, die draait om de heropbouw van een gedeelde identiteit, een gemeenschappelijk doel en de wederzijdse plichten die de grootstedelingen ontgaan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234