Dinsdag 02/06/2020

OpinieJan Daneels

Hoe de Nationale Veiligheidsraad een vriendschap redde

Jan Daneels.Beeld rv

Jan Daneels is redacteur voor productiehuis Panenka.

Ik lag rustig te slapen toen ik vroeger in de namiddag dan normaal, in dit nieuwe normaal, beneden een fles cava hoorde openploffen. Mijn vrouw kwam met twee rinkelende glazen in haar hand melden dat wij vanaf zondag vier mensen in onze tuin mogen uitnodigen.

Ik veerde recht uit mijn bed, ben naar de kelder gerend en heb de vier mooie stoelen die nog niet door onze zonen met kwijl en nat brood zijn gepatineerd alvast naar boven gehaald. Een paar flessen rosé koud gezet. Die ene nog niet versleten boxershort klaargelegd. We hebben de kinderen nog eens aangekleed en ik heb zelf nog eens een douche genomen. De vloer gedweild, vier keer, de dode muggen van de muur gekrabd. Wie van al onze vrienden zal eerst bellen?

We zijn met zijn vieren rond de tafel gaan zitten. Ik heb voor eens in die ellendige tijd van eendere dagen mijn kinderen het zwijgen weten op te leggen. Wie iets te luid door zijn neus ademde gaf ik een uitbrander als een kwade vader tegen zijn twaalf kinderen in een onleesbare Russische roman uit 1893. Mijn smartphone en die van mijn vrouw lagen op tafel, we zaten ernaar te staren. Mijn vrouw zei, opgewonden: ‘Zullen we wedden om wie ons het eerst belt?’ Na anderhalf uur werd dat: ‘Ze zullen nog aan het werk zijn, baby. Er belt zo wel iemand.’ Toen het donker werd hebben we droge korsten met oude kaas gegeten. Er is de rest van de avond geen woord meer gezegd. Mijn vrouw probeerde samen met mijn zonen de slaap te vatten maar ik hoorde van beneden aan het verre snikken dat het niet lukte.

En toen dacht ik aan die ene vriend. Ik heb een vriend die in een bos woont. Juister is: iemand die ooit een vriend was. De liefde is nog wederzijds maar we zien elkaar nooit. En toch wist ik plots heel zeker dat ik naar die ene vriend wou bellen, hij die daar woont in die afgeleefde chalet in dat bos, met die hond.

‘Ik hou het niet meer, oude vriend. Het huis is te klein, de chaos is te groot. Iedereen is mij vergeten maar ik heb aan jou gedacht.’ Hij leeft al jaren alleen met zijn hond, hij ziet weinig mensen. Hij zei: ‘Mijn hond is mijn enige vriend.’ ‘Waarom dan?’ De stilte suisde in mijn oor. Ik beeldde mij in hoe hij er nu uitzag aan de andere kant van de lijn. Hij heeft schouders als een schoorsteenmantel. Ik weet nog van vroeger dat wanneer hij nadenkt, hij er afschrikwekkend intelligent en jong en machtig uitziet. ‘Omdat ik haar liefde mag geven, denk ik. Dat is volgens mij ook de reden dat mensen graag bij mekaar zijn. Niet omdat ze liefde krijgen van de ander, maar wel omdat ze liefde mogen geven. Ik kan het niet verdragen om afgewezen te worden. Niet omdat het pijn doet dat ik geen liefde kan krijgen, maar omdat ze de mijne niet moeten hebben. Ik ben hier in dat bos komen wonen omdat ik niemand meer vond die mijn liefde wou.’ Ik zei: ‘Heb je zondag al iets te doen?’ Hij: ‘Vraag jij mij nu om weer je vriend te zijn?’ ‘Mijn enige.’ Hij: ‘Ik ben zondag daar, laat op de middag. Ik eet mee. ’ Boven was ondertussen het huilen gestopt. Ik kroop geruisloos bij mijn vrouw in bed. De Nationale Veiligheidsraad had een vriendschap gered.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234