Woensdag 17/07/2019

Column Marnix Peeters

Hoe belachelijk afhankelijk zijn wij van een beetje stroom, zei mijn vrouw. En dan is het nog zomer

Marnix Peeters. Beeld rv

Op zijn berg in de Oostkantons schrijft Marnix Peeters over vrijheid, zijn vogels en zijn vrouw.

Tijdens een onweer was de stroom uitgevallen. Dat is niet ongewoon, en zelfs niet onplezierig. Het zet het leven even uit. Je kijkt vanzelf naar buiten, naar het spektakel van de schepping.

Het gebeurde om iets voor zeven, wat het wel wat ongelegen maakte. Ik stond op het punt om een mooi stuk zalm in de oven te schuiven, op een bedje van gegrilde courgette en tomaten. Dan dronken we maar een glas van de koele Pouilly-Fuissé die erbij hoorde. Samen keken wij naar het onweer, dat ongemeen hevig was. Je kon het huis horen kraken, het bood knarsetandend weerstand. De hagel kletterde tegen de ruiten, de lucht was zwart, de wind rukte aan de boomtakken.

De vogelnesten! dacht ik. Een kwartier van dit en de helft is gaan vliegen.

Normaal floepen na een halfuur of een uur de lichten weer aan, maar nu zaten wij drie uur later nog altijd van onze Pouilly-Fuissé te drinken, het is te zeggen: de fles was leeg. De zalm had ik in de langzaam opwarmende koelkast gezet. Om half elf aten wij bij kaarslicht sardienen uit blik en een koude aardappel van de dag ervoor. Het was wel prettig, maar ook ietwat verontrustend. Het was prettig omdat je er in onze wereld kunt van uitgaan dat zoiets snel opgelost geraakt en dat het holbewonerschap van tijdelijke aard is. En het was verontrustend omdat wij ons na verloop van tijd toch begonnen af te vragen wat er zou gebeuren als dit pakweg een week zou duren.

Veel mensen in de wereld leven altijd zo, zei mijn vrouw.

We hebben een grote voorraadkast, zei ik. Blikken zat. Nog wat dingen in de tuin. Een haard om vuur in te maken. Nog een voldoende grote doos kaarsen.

Hoe belachelijk afhankelijk zijn wij van een beetje stroom, zei mijn vrouw. En dan is het nog zomer, de dagen zijn lang en warm.

We zouden het eens moeten proberen, zei ik. Zeven dagen zonder. Geen internet, geen licht, geen koelkast, geen keuken. Koude bonen en makreel in olijfolie. Ik kan me voorstellen dat er ruzie van komt. Of toch verveling.

Wij maken zelden ruzie en vervelen doen wij ons nooit.

Om half een gingen de lichten weer aan. Ik voelde een opluchting die aan ontroering grensde.

Mijn ongemak had ook te maken met het feit dat onze routine zo werd verstoord, zei ik ’s anderendaags. Dat wij niet in onze eigen kamers ons eigen ding konden gaan doen — zo gaat dat hier normaal als de avond valt. Het zou helemaal niet zo erg mogen zijn dat je routine wordt verstoord.

Wel als het een goede routine is, zei mijn vrouw. Veel mensen smachten naar eens een rustig avondje voor zichzelf. Wij hebben elke avond een rustig avondje voor onszelf. Dan mag je best kregelig zijn als iemand daar een stokje voor steekt.

De zalm was die dag nog heel lekker.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden