Woensdag 16/10/2019

Opinie

Hockey is al lang niet meer alleen in ’t Nederlandse Gooi dé sport

Frank Heinen. Beeld rv

Frank Heinen schrijft columns over sport en cultuur voor de Volkskrant, HP/De Tijd en andere media.

Toen zondagmiddag de Nederlandse hockeyer Jeroen Hertzberger de bal over het doel mikte en zo België de wereldtitel in de schoot pushte, dreven mijn gedachten terug naar mijn jeugd. In het Gooi, de ring van bovengemiddeld welvarende dorpen tussen Amsterdam en Utrecht waar ik de eerste twintig jaar van mijn leven doorbracht, was hockey dé sport.

Wie als Goois kind niet op hockey zat, maakte automatisch een statement. Op school ging het de hele dag over hockey, de cafés in het dorp werden beheerst door hockeyers (alle jongeren die niet hockeyden moesten het doen met twee muffe kroegjes achter het station, hopend dat de hockeyers ze niet zouden ontdekken) en op zomerse zondagen waaiden de bekakte aanmoedigingen en de incidentele droge tik van een bal op de doelplank mijn kamer binnen.

Vespa

Als onverbeterlijke voetballer vormde ik een minderheid. Voetballers hadden een hekel aan hockeyers, dat hoorde zo. Hockeyers douchten nooit na de wedstrijd, ze organiseerden feesten waar ook meisjes welkom waren (wat natuurlijk schandalig was) en ze kwamen op de club op Vespa-scooters met zo’n groot windscherm voorop, nog vóór topcrimineel Willem Holleeder dat model in de rest van het land in de mode bracht. Bovendien begon iedereen bij ons in het dorp met voetbal, omdat je pas vanaf je tiende op hockey mocht. Zo gebeurde het dat verschillende veelbelovende talenten in de loop der jaren onze club verlieten om aan de overkant van de straat gebukt achter een veel kleiner balletje aan te jagen.

Ik heb het kortom niet zo op hockey. Zonder enig rationeel argument verder. Objectief bezien is het natuurlijk een veel prettiger sport dan dat hele voetbal: minder geldbelust en sportiever. Frisse types die naast hun sport studeren of vrijwilligerswerk doen. Was de hele wereld maar een hockeyveld, zou de objectieve beschouwer zeggen.

Gelukkig ben ik niet objectief, en een beschouwer ben ik evenmin, zodat ik bij het kijken naar hockey mijn opborrelende irritatie de vrije loop kan laten. Kijk ze nou weer niet protesteren tegen een scheidsrechterlijke beslissing. Zie eens hoe snel dat spel gaat, hoe ontzettend goed zuivere speeltijd werkt. Vreselijk. Bah.

Kakkerliefhebberij

Toch was ik tijdens de WK-finale zondag voor Nederland. Toch zat ik, toen die shoot-outs eenmaal begonnen, op mijn knieën voor de televisie.

Steeds dichter schoof ik naar het scherm, tot ik er praktisch in zat.

Als ze potdomme maar wonnen.

Vroeger wonnen Nederlandse hockeyers alles. In mijn voetballende minderheidsgroeperingsjaren werd Nederland twee keer olympisch kampioen en één keer wereldkampioen. Alleen het EK van 1999 werd niet gewonnen (finale verloren na strafballen tegen de Duitsers), maar toen werd België in elk geval nog met 7-1 van het veld geveegd. Zolang Nederland maar vrijwel alles bleef winnen, kon ik volhouden dat hockey (in tegenstelling tot voetbal) geen echte sport was. Eerder een uit de hand gelopen kakkerliefhebberij, net als zeilen en armelui slaan met een gouden knuppel. Korfbal voor mensen met een tweede huis in Zuid-Frankrijk.

Tegenwoordig schijnt hockey gedemocratiseerd te zijn. Het wordt overal gespeeld, zelfs in België – een hockeyontwikkelingsland dat tussen 1920 en 2007 geen enkele internationale medaille binnensleepte. Tot diep in de jaren negentig stuurde de Nederlandse hockeybond bij Baarle nog zogenaamde stickmissionarissen de grens over om die koersende barbaren tot de strafcorner te bekeren. En nu is België officieel een beter hockeyland dan Nederland. De beste hockeyer ter wereld is een Belg. En hockey is al lang niet meer alleen in ’t Gooi dé sport.

Zondag hoorde ik bondscoach Shane McLeod de Belgische wereldtitel vergelijken met Slumdog Millionaire, die film waarin een straatjongen bij toeval in Who Wants To Be A Millionaire belandt – en wint. Ik vroeg me af wie Nederland was in die vergelijking. Ik vrees: de vorige deelnemer, die te lang heeft doorgespeeld, zijn eigen kennis heeft overschat en vervolgens met 500 euro en een beleefd applausje huiswaarts is gezonden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234