Zondag 17/01/2021
Jana Antonissen.Beeld DM/Bart Hebben

ColumnJana Antonissen

Hij wil voor altijd telewerken, zegt mijn vriend. Ik begrijp hem

Jana Antonissen is journalist. Haar column verschijnt tweewekelijks.

“En, heb je wat van de Chinezen geleerd?”, vraag ik met mijn armen horizontaal uitgestrekt, om niet van de met mos begroeide rots te glijden.

Mijn vriend snuift luidruchtig terwijl hij op één been de volgende rotspartij op wipt. Een koud kunstje voor hem, hij doet dit al sinds hij kan lopen.

“Dat het handig is”, antwoordt hij, “om tijdens een pandemie in een dictatuur te leven.”

We kijken uit over het meer. Net als in alle krimireeksen die uit deze regio komen trekt een mistwolk mysterieus over het wateroppervlak. De vrieskou vreet mijn vingertoppen op. Ik ben mijn handschoenen binnen vergeten; in de oude school op de heuveltop, waar sinds enkele decennia zijn familie woont.

Deze middag was mijn vriend een van de vele slaapkamers die ik tot werkkamer had omgedoopt binnengelopen. Op het scherm van zijn opengeklapte laptop waren vlijtige ingenieurs van de Chinese tak van zijn bedrijf te zien. Hun werkhelmen hadden ze keurig symmetrisch uitgestald op hun bureaus, die ze dankzij de rigide corona-aanpak van hun overheid alweer voltallig konden bemannen. Er werd serieus uitgezoomd; het bureau telde maar liefst 1.300 werknemers. Als soundtrack van deze verplichte presentatie liep een melig, licht triomfantelijk gitaarriedeltje; de hoofdpersonages hadden hun leven weer op de rails gekregen.

Zelf ben ik het gewend alleen te werken, maar nu ik mijn vriend zijn enige offline co-worker ben, ventileert hij zijn irritatie over onbekwame bazen graag op geregelde tijdstippen bij mij.

Hij wil voor altijd telewerken, zegt hij. Ik begrijp hem.

Toen ik een foto van onze huidige werkplek postte, regende het hartjesogen. Mijn vriend heeft geen Instagram, dus ik toonde hem de reacties op mijn telefoon.

“Haha”, zei hij.

Zijn jeugd in de oude school was niet bepaald liefelijk. De vele kinderen die er woonden werden vrijgelaten als scharrelkippen, ruzies werden onder elkaar uitgevochten. Elke zomer moesten eindeloze stapels hout gehakt worden, stallen geschrobd en bosbessen verkocht.

De eerste lockdown bracht ik ook in een bos aan een meer door; het bos waarin ik opgroeide. Dat is beduidend minder wild en schilderachtig. Maar wij mochten ons in de zomer wel gewoon vervelen.

Tijdens de vorige lockdown voelde ik me vaak eenzaam. Ik bracht veel tijd immobiel op mijn yogamat door, starend naar het plafond, of het venijnig vrolijk bloeiende bladerdek. Als soundtrack van mijn existentiële ellende liepen Tina Turners boeddhistische gezangen in een loop.

Toen ik mijn tranenreservoir eindelijk uitgeput had, installeerde ik Tinder Passport. Mijn beste vriendin had me erop geattendeerd dat je dankzij corona gratis de wereld rond kon swipen.

“De volgende lockdown brengen we in een of ander tropisch buitenverblijf door”, besloten we.

Tropisch kun je Zweden bezwaarlijk noemen, maar over dat buitenverblijf hoor je mij niet klagen. Ik had evengoed in China kunnen belanden.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234