Zondag 18/08/2019
Beeld rv

Column Hilde Van Mieghem

Hij stroopte zijn broekspijp op en drukte zijn sigaret uit in het asbakje dat hij in zijn houten poot gekerfd had

Hilde Van Mieghem gunt ons een gloedvolle blik achter de schermen van haar leven

Hij leek op Humpty Dumpty. Hij was klein, rond en had een zwart hoedje op zijn bolle kop dat nauwelijks paste. Keurig in een zomers linnen pak met bijpassende zwarte schoenen. Hij liep op krukken, zijn ene been en voet ­stevig op de grond. Zijn andere been leek over het handvat van zijn linkerkruk te bungelen waardoor ik enkel kuit en voet zag. Vrolijk slingerde dat onderbeen heen en weer bij elke stap.

Zachtjes zong ik voor me uit: ‘Humpty Dumpty sat on a wall / Humpty Dumpty had a great fall. / All the king’s horses and all the king’s men / couldn’t put Humpty together again.’

A., mijn tafelgenoot, en ik proestten het uit. We gedroegen ons de hele dag al baldadig.

Het kleine ronde mannetje op krukken keek even om, lachte ons toe, was ­gelukkig niet beledigd. Hij zag dat we wel lief waren en hem niet uitlachten.

Met een ruk sloeg hij af naar rechts, de hoek om. Het onderbeen zwaaide door de bruuske beweging vervaarlijk alle kanten op, de keurig gepoetste schoen blinkend in de zon. Toen zagen we het pas: het was maar een half been, een dijbeen met schoen!

Ach, zei mijn tafelgenoot, hij vond het zonde om die andere schoen thuis te laten.

Weer gierden we het uit.

Was het omdat we zelf van verliefdheid niet meer met onze beide voeten op de grond stonden dat alles ons deed lachen?

‘Hup Hildeke hup!’ zong mijn nonkel Piet altijd als ik, vijf jaar oud, op zijn houten been paardje reed door de wilde steppe van mijn verbeelding. Wel honderden keren vroeg ik: “Waarom heb jij geen onderbeen?” En hij dan: “Werken in de mijnen, kolen, kanariepietje en bam, de boel ontplofte, been kwijt.” Geweldig vond ik dat. Daarna stroopte hij zijn broekspijp op en drukte zijn sigaret uit in het asbakje dat hij in zijn houten poot gekerfd had.

Nooit zat er een schoen aan dat been, hij pikkelde rond op een rubberen dop. Hij was mijn zeerover, mijn ­piraat! Door hem wist ik dat er een ­andere wereld bestond buitenshuis. Dat gaf me hoop, ook al waren er daar explosies.

Uren later op het strand met tafel­genoot en mijn kleindochter, Gloria. Lichtvoetig danste ze in het zand. “Kijk!” riep ze vrolijk naar ons, “ik ben een ballalina!” Midden in een ­pirouette bleef ze plots staan en keek ernstig in de verte. “Waarom heeft die meneej maar één been, moemie? A. en ik barstten nog voor we hem zagen al onbedaarlijk in lachen uit.

Een man met maar één been liet zich in het zand zakken, het andere been bestond uit een metalen prothese.

Aan beide benen een witte sok met ­sandaal. Hij keek nors onze kant uit.

Ik heb geen idee, schatje, hikte ik. Hij heeft vast een ongeluk gehad in een steenkoolmijn. Bloedserieus keek Gloria ons, kleuters, aan. Nee, zei ze beslist, draaide zich om, trok één beentje op, spreidde haar armen om haar evenwicht te bewaren en riep: “Kijk meneej, ik ben een flamingo, zoals u.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden