Zondag 16/06/2019

Column Marnix Peeters

Hij is de oude man geworden die hij jarenlang voor zich uit joeg

Beeld rv

Op zijn berg in de Oostkantons schrijft Marnix Peeters over vrijheid, vogels en zijn vrouw.

Ondanks zijn fel verminderde gezichtsvermogen maakt mijn vader elke dag een wandeling.

Geunske is weg, zei hij toen wij laatst nog eens bij hem op bezoek gingen.

Geunske was ook een weduwnaar, die in het bos woonde waar mijn vader wandelt, op een schimmig perceel waar ooit iemand een oogje voor moet hebben dichtgeknepen. Telkens als Geunske, die zeer klein van gestalte was en aan de bolle kant, mijn vader zag naderen kwam hij naar buiten gestapt, en maakten zij een praatje. Twee weduwnaars in het bos. Ik weet niet of zij over hun gevoelens praatten, over hun eenzaamheid bijvoorbeeld of het gemis van hun echtgenotes, maar ik denk het niet. Mijn vader kennende zal het over het grondwaterpeil gegaan zijn, over snijbonen en over de oude dag – dat thema snijdt hij met graagte aan, maar enkel aan de zonkant, hij benadrukt met trots dat hij 88 is. Vroeger zeiden de mensen dan: Charel, dat kan niet, gelijk gij eruitziet!, maar ik heb de indruk dat ze dat nu minder zeggen. Hij is er de laatste jaren, met al die ziekte en dood in de nabijheid, niet jonger op geworden. Hij heeft de dood van zijn vrouw wel verteerd, hij is kwieker van geest, en rustiger, maar de machine heeft schade opgelopen. De eeuwigdurende zorg, de slapeloze nachten, de angst en het gepieker hebben hun werk gedaan. Hij is de oude man geworden die hij jarenlang voor zich uit joeg.

En nu is Geunske dus weg, dood of naar een rusthuis, hij weet het niet. Hij was nochtans nog maar 83, zei mijn vader. Ze vallen jong.

Laatst hadden wij iemand ontmoet van een stuk in de negentig die nog nu en dan met de auto reed, en zo’n verhaal moet je altijd met veel voorbereidende scepsis en kritische zin aan mijn vader vertellen — je moet er meteen bij zeggen dat zoiets eigenlijk niet verantwoord is en dat er vroeg of laat toch accidenten van gaan komen, anders wordt hij kribbig. Iemand die én ouder is dan hij én dingen kan die hij niet meer kan, daar is een reukje aan, daar wordt mogelijk gelogen.

Er worden op het eind geen bekers uitgereikt, zei ik. Daar moest hij om lachen, maar niet van ganser harte.

Het duurt altijd een poosje voordat ik na zo’n bezoek mijn gedachten weer geordend heb en mijn woorden heb teruggevonden – hoe hard hij ook zijn best doet, hoe dapper hij ook heel erg oud zit te zijn, zijn leven geeft een droevige aanblik, dat slechtziende mannetje in zijn veel te grote huis, mijn moeder die nu enkel nog vanop de schoorsteenmantel toekijkt, hem niet meer de tuin instuurt voor snijbonen of een ei. Ik vraag me af hoe hij het volhoudt, en hoe dat straks, als hij het opgeeft, alweer gaat voelen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden