Vrijdag 15/11/2019
Beeld rv

Column Marnix Peeters

Hier, lees, uit mijn nieuwjaarsbrief, ik was zeven: ‘Ik besef nu al veel beter welk zorgenkind ik voor je ben’

Op zijn berg in de Oostkantons schrijft Marnix Peeters over vrijheid, vogels en zijn vrouw.

Het is volop Boekenbeurs, waar mijn vrouw en ik De zomer van 1939 voorstellen. In het boek trekken we met een stokoude Guide Michelin door België. We hebben er een vol jaar samen aan gewerkt. Wij voelen ons als ouders op de eerste schooldag.

Vlak voor onze afreis naar de beschaving was, om de dood van mijn schoonbroer te herdenken, mijn zus samen met haar kinderen naar de Oostkantons gekomen. Ondanks heel veel treurnis werd het een prachtige dag. Er werd gewandeld, gedronken en gegeten. Als we uitgelachen waren over een goede grap, zei iemand dat de aflijvige die ook erg grappig zou hebben gevonden, en toen ’s avonds mijn min of meer befaamde Oostkantonse balletjes in Rochefort op tafel kwamen, vergezeld van een witloofsla, gebakken aardappelen en gegrilde aubergines met oregano, en zelfgemaakte mayonaise, mompelde de zoon van de ontzielde dat deze daar vast ook veel trek in zou hebben gehad.

Misschien bestaat de hemel niet, het hiernamaals bestaat wel en het deed dat die zondagmiddag aan mijn grote zelfgemaakte tafel in onze Wintergarten in Burg-Reuland, waar het heerlijk rook en waar er uitstekende dranken geserveerd werden.

Mijn zus had in ons ma haar nachtkastje oude nieuwjaarsbrieven van mij teruggevonden – geen idee wat ze in dat nachtkastje deden, oude mensen worden soms vreemde hamsters. Ik werd tegelijk ontroerd en verontrust door de tekeningen op de brieven – van wat griezelige, groothoofdige kinderen met korte armpjes en dikke rechte benen, die afwezig glimlachen en zacht liederen zingen. Geheel in lijn met de jaren zeventig heette de kunstenares Jaklien.

Ik weet niet meer wie ze waren en hoe ze heetten, maar dat moeten leerkrachten uit de hel geweest zijn, zei ik tegen mijn vrouw. Die brieven staan krom van de schuld en de verwarring en de angst. Hier, lees, ik was zeven: ‘Ik besef nu al veel beter welk zorgenkind ik voor je ben.’ En deze, van 1 januari 1976, ik was tien: ‘1975 zal de geschiedenis ingaan als een beroerd jaar. Ik besef niet voldoende waar het om gaat, maar het heeft allemaal niet veel goeds te betekenen.’

Wat een geniepig gedoe, zei mijn vrouw.

Die man was gek, zei ik. Hier: ‘Daartegenover was ik dikwijls brutaal. Maar ja: de geest is gewillig, het vlees is zwak. Ik voel het aan dat ik te kort ben gekomen. Ik zal er tegen vechten, maar tenslotte weet ik maar al te goed dat jullie me wel zullen nemen zoals ik ben.’

Ouders van vandaag zouden de afzetting of de ophanging eisen, zei mijn vrouw.

Ook niet nodig, zei ik – een mens zwemt er wel doorheen. Maar je vraagt je toch af wat er al die jaren druppelsgewijs aan je is toegevoegd, door mensen die ook maar mensen waren. Ik kan me voorstellen dat een angstig kind er niet dapperder op wordt als het met Nieuwjaar aan z’n ouders met knikkende knieën van die omineuze boodschappen moet staan overbrengen.

Jana Wuyts en Marnix Peeters, ‘De zomer van 1939. Een tijdreis door België met de Guide Michelin’, Angèle, 240 p., 22,50 euro. Beeld rv
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234