Woensdag 24/07/2019
Beeld rv

Column Joachim Pohlmann

Het zou nog jaren duren voor ik besefte dat vrede een bedreigd luxegoed is

Joachim Pohlmann is woordvoerder van Bart De Wever (N-VA). Zijn wisselcolumn met Tarik Fraihi verschijnt op vrijdag.

Ik ben een funerair toerist. Ik heb jarenlang mijn vakanties gepland aan de hand van de laatste rustplaatsen van overleden filosofen. Het is eens iets anders en je komt op plekken waar zelfs TripAdvisor nog nooit van gehoord heeft. Onooglijke oorden als Röcken, Messkirch of Wilflingen heb ik bezocht, om telkens weer te concluderen dat er buiten het graf van een dode denker werkelijk niets te zien is.

Diezelfde ietwat morbide inclinatie deed me op dat militaire kerkhof in Normandië belanden. Het was weliswaar niet gepland – we waren op weg naar de familie van mijn vrouw in Bretagne – maar het werd op borden langs de weg aangeprezen als het allerkleinste militaire kerkhof in het departement. Zoiets kon ik niet aan mij voorbij laten gaan.

Minuscuul was het. Slechts acht lichamen lagen er geborgen op de locatie waar ze waren gesneuveld. Ze waren in een hinderlaag gelopen in de bocage en ter plaatse begraven. Eerder dan hen na de oorlog te verplaatsen naar de grote kerkhoven aan de kust, besloot men hen te laten liggen en het kleine veldje op het talud om te toveren tot een militair kerkhof.

De bescheidenheid van de gedenkplaats deed evenwel geen afbreuk aan de nauwgezetheid waarmee de Commonwealth haar graven verzorgt. Het gazon was met een meetlat gemillimeterd, de Britse vlag wapperde fier en op de witte zerken was geen spatje groen noch een spoor van mos te vinden. Hoe afgelegen ook, in de dood is elke Britse soldaat gelijk in zijn behandeling.

En net zoals in elk ander Commonwealth War Grave was er achteraan een klein schrijn met daarin een Book of Remembrance waarin bezoekers een boodschap kunnen achterlaten. Ik bladerde in het schriftje en stelde aan de hand van de getuigenissen vast dat het merendeel van passanten door dezelfde promesse was gelokt die ons er had gebracht: het kleinste militaire kerkhof van Normandië.

Op plastic panelen stond wat uitleg over de acht soldaten. Acht verhalen zoals er honderdduizenden zijn. De oudste gesneuvelde was veertig, de jongste amper 23. Die laatste leek de grootste pechvogel. Hij had dienst genomen, was tijdens zijn opleiding getrouwd met zijn verloofde die op D-day hoogzwanger was. Hij sneuvelde midden juni, zijn dochtertje werd geboren in september.

Ik wandelde met mijn vrouw weg van het kerkhof, langs de holle wegen en heggen waar tijdens de junidagen van 1944 zo hevig gevochten werd. Ik ben een gezegende millennial. De Koude Oorlog ken ik enkel van tv, ik kwam tot wasdom in de pax Americana van de nineties en na de aanslagen van 11 september zou het nog jaren duren vooraleer ik besefte dat vrede een bedreigd luxegoed is.

Oorlog was voor mij de Italië-reis in het zesde jaar van het college. Onze laatste stopplaats was Venetië en de avond voor onze terugtocht brachten we door in een hotel aan een rivierbedding. ’s Nachts slopen we uit onze kamers om aan het kabbelende water goedkope Italiaanse wijn te drinken – zoals we dat alle voorgaande nachten hadden gedaan.

Ik was 18 jaar en realiseerde me dat ik zo’n reis nooit meer zou meemaken. De kameraden die me omringden zou ik na de zomer nog hoogstens sporadisch terugzien, sommigen zouden voorgoed uit mijn leven verdwijnen. Ik legde me lichtjes dronken te rusten op de droge rivierstenen, met mijn ogen naar de sterren gericht. Aan de boomrand begon het, de ene schicht na de andere.

Het leken vallende sterren die omhoogschoten in plaats van op te branden in de atmosfeer. De volgende dag, toen we met de bus langs de NAVO-basis reden, bevatte ik dat het tafereel van de voorgaande nacht raketten waren. De Kosovo-crisis woedde en Belgrado werd gebombardeerd. Aan de andere kant van de Adriatische Zee zouden die bommen duizenden mensenlevens eisen.

Na een uurtje door de velden te hebben gewandeld, keerden we terug naar onze auto. Er stond een Vauxhall met Britse nummerplaten naast geparkeerd. Op het kerkhofje stapte een man van rond de zeventig achter twee kinderen die meer geïnteresseerd waren in de lage appelbomen die het perkje omzoomden. De kleinkinderen, vermoedde ik.

Aan het schrijn zat zijn vrouw, met het Book of Remembrance op haar knieën. Haar ogen waren rood aangelopen en terwijl ze schreef, veegde ze tranen van haar wangen. Haar man knikte vriendelijk naar ons. We stapten in onze auto om de reis naar Bretagne voort te zetten.

Ergens tussen de Mont Saint-Michel en Rennes drong het tot me door. Als een aha-er­leb­nis terwijl ik over de Route Nationale scheurde: de vrouw aan het schrijn was het in september 1944 geboren dochtertje. Ze kwam haar vader bezoeken, een man die ze nooit had gekend. Nooit was oorlog mij nabijer dan op dat moment.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden