Zaterdag 06/06/2020
Beeld © ROBERT CRUMB

Place du Samedi

Het zou fijn zijn als onze allochtonen wat zouden werken aan hun zin voor humor

Marc Didden is schrijver en columnist bij De Morgen.

Mijn naam is haas. Maar omdat ik u allen graag zie, mag u me voor één keer ook Charlie noemen, als u mij maar de slappe praatjes van middelmatige columnisten bespaart die het nodig vonden aan te stippen dat er naast Charlie ook een Ahmet, een Yohan en twee Kouachis het leven hebben gelaten bij de recente aanslagen in Parijs.

Charlie is namelijk, vanaf the day after, allang geen naam meer van iets of iemand, maar de gemeenschappelijke noemer voor een begrip dat zich sedert het einde van de vorige week over de hele wereld gedrapeerd heeft. 'Je suis Charlie' is een state of mind geworden die perfect weergeeft wat wij, de onmondigen, voelen wanneer onschuldigen afgeslacht worden in naam van een of andere scheve ideologie.

Ik heb op vrijdag 9 januari 2015, op een kleine maar uitstekende Italiaanse lunch na, van negen uur 's ochtends tot ver voorbij middernacht voor mijn televisietoestel geblokkeerd gezeten. Helemaal gebiologeerd door wat daar over mijn scherm danste: helikopters, zwaailichten, stormtroepen, bange mensen. De interventies van de journalisten die eigenlijk om het uur moesten melden dat ze nog helemaal niets wisten, tot ze dan toch simultaan met ons getuige waren van allerlei exploderende bommen en granaten en al snel inzicht hadden in wat er gebeurd was: in Dammartin-En-Goëlle voltrok zich de gesmeerde executie van de moordenaars van een halve redactie en twee hele politie-agenten.

In de mij veel beter bekende buurt van de Porte de Vincennes werd een gevaarlijke gek 'uitgeschakeld', zoals dat in politietaal heet. Een opgewonden kinkel die helaas ook een heel bloedbad gevuld met shoppers achterliet. Het ging om dezelfde smeerlap die de dag ervoor een pas drie weken in dienst getreden jonge agente op de koude straatstenen neerlegde.

Waarom? Daarom. Omdat hij afgesproken had met de inmiddels beruchte broers Kouachi dat zij van hun kant wat dichters zouden doorzeven en hij de flikken en de joden voor zijn rekening zou nemen. In de naam van De Profeet weliswaar die, als hij al bestaat, al dit gruwelijk vertoon toch moet gadegeslagen hebben vanop zijn wolk van gifgas.

Beeld Karoly Effenberger

Uw en mijn vrijheid

Ik heb de afgelopen dagen veel Belgen, Nederlanders en Fransen met een allochtone achtergrond allerlei variaties horen verkondigen op het thema 'Ja, maar er zijn ook goede Moslims'. Ik dacht toen eerst: dat zou er nog moeten bijkomen, dat die er niet waren! Om meteen daarop weer te overpeinzen hoe erg het niet is dat al die brave mensen nu de behoefte voelen zo'n dingen te moeten verkondigen, als een soort post factum justificatie.

Onze allochtonen moeten natuurlijk helemaal niets, maar het zou toch fijn zijn als ze wat zouden werken aan hun zin voor humor, die ik eerlijk gezegd niet altijd goed detecteerbaar vind voor ons, bleekscheten. Sommigen onder hen zouden ook moeten begrijpen dat voor iemand die ongelovig is, het begrip blasfemie eigenlijk niet bestaat. Omdat het namelijk niet erg is te lachen met iemand die niet bestaat.

Wat Charlie Hebdo zelf betreft nog een bekentenis: ik ben een van die vier Vlamingen die het satirische blad zeer regelmatig tot zich neemt. In mijn wilde jaren vond ik wel eens inspiratie in de kolommen van voorganger Hara Kiri en door de jaren heen heb ik Charlie regelmatig gekocht, zeker wanneer ik in Parijs was. Net zoals ik alleen in Amsterdam een oude klare drink en alleen in Marseille aan de Ricard ga. Ik ken ook altijd wel een Brussels café waar Charlie op de leestafel ligt en via de dagelijkse cartoons van Willem, in Libération, werd ik ook vrijwel permanent aangestoken door de ware Charlie-spirit.

Charlie Hebdo is en was een collectief van een goed dozijn tegen hun zin volwassen geworden stoute kinderen die week na week, en weloverwogen, hun sarcastische en satirische pijlen richtten op alles wat los of vast zat. Rechts, links, de kerk, het kapitaal. En als ze haar gekend zouden hebben, ook op Mia Doornaert die zich weliswaar recent outte als een Charlie-fan.

De islam was weliswaar een vaste pispaal, maar de paus en de zittende Franse president stonden ook altijd in de top 3. Ontroerend dus dat uitgerekend de huidige paus en François Hollande bij de eersten waren om het satirische weekblad openlijk te steunen, al was het maar op basis van de heilige persvrijheid.

Voor degenen die Charlie Hebdo niet of nauwelijks kennen, is het goed erop te wijzen dat hun bonte en nu helaas gedecimeerde redactie niet bestond uit een aantal potsenmakers of grapjurken die bijzonder graag met kak en pis morsten, zoals hier en daar gesuggereerd is.

De medewerkers van Charlie waren uitmuntende tekenaars, scherpe opiniemakers, diepgravende journalisten, superieure columnisten, woordkunstenaars en vaak ook denkers en filosofen en goede schrijvers die of ze nu 18 of 80 waren, een ding gemeen hadden: ze wilden geen hekkens zetten rond hun hersenen, ze vonden dat alles altijd moest kunnen. Ze zijn vooral nooit bang geweest om de verantwoordelijkheid op te nemen voor hun uitzonderlijk vrije gedachtengoed en ze keken het daar blijkbaar bijhorende gevaar ook moedig in de ogen. Meer nog. Ze waren bereid daarvoor te sterven. Wat ze ook gedaan hebben.

Ik kan het nog altijd niet geloven dat het lichaam van die prachtige, grappige man en fulltime kunstenaar Georges Wolinski daar in dat verdomde redactielokaal doorboord op de mat heeft liggen doodbloeden en dat vanaf dat akelige moment zijn wonderlijke geest voorgoed zou zwijgen.

Dat Cabu, een linkse intellectueel van de zuiverste soort, maar daarenboven ook een goed en grappig mens, als een smerige hond werd afgemaakt op zijn geliefde werkplek.

Hoe die ultrawijze Charb en zijn uiterst spitante stijl van denken en tekenen nu voorgoed verschwunden zijn.

Ik heb het er erg knap lastig mee. Bleiten ja, een paar keer toch vorige week woensdag, donderdag, vrijdag. Omdat er veel meer dan Charlie beschoten is, natuurlijk. Uw en mijn vrijheid, namelijk.

In hun Hara-Kiri-dagen noemden Wolinski en Cabu hun werk graag 'bête et méchant'. Zouden ze toen al geweten hebben dat die drie woorden eigenlijk ook het epitheton ornans van hun moordenaars zou worden? Vermoedelijk niet, al denk ik ook een beetje van wel.

Toch wens ik u een fijne week. Keep on rockin' in the free world.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234