Vrijdag 06/12/2019
Schrijfster en taalcolumniste Ann De Craemer. Beeld Bob Van Mol

#woordvandeweek

Het zou figuurlijk ook wat vaker moeten ‘weerlichten’

Elke week kiest onze taalcolumniste Ann De Craemer het #WoordVanDeWeek. Dat kan een actueel woord zijn, een hip nieuw woord, een woord dat een snaar raakt, een totaal vergeten woord of een woord dat allang had moeten bestaan. Deze week: weerlichten.

"Heb je het zien weerlichten vannacht?" Mijn moeder stelde haar vraag aan de telefoon, nadat gisterenochtend in West-Vlaanderen een lelijk onweer had huisgehouden. Stond ze op dat moment naast me, dan had ik haar omhelsd, omdat ze een woord gebruikte dat ik al een hele tijd niet meer had gehoord.

Weerlichten. Er bestaan veel mooie termen die onze weersomstandigheden beschrijven. Nevel. Ochtendgrijs - een woord dat werd bedacht door Frank Deboosere en inmiddels een klassieker is geworden. Druilerig. Miezeren. Zwoel. Petrichor, een van mijn favorieten: een woord dat de bedwelmende geur beschrijft die vrijkomt wanneer het na lange droogte weer begint te regenen.

Maar geen woord mooier dan ‘weerlichten’ – met de klemtoon op ‘weer’. Het staat niet in de Dikke Van Dale, dus misschien is het dialect, al denk ik niet dat het specifiek West-Vlaams is, want ik hoor ook mensen uit andere provincies het gebruiken. Het zal dus een van die woorden zijn die uniek zijn voor wat sommigen geen écht Nederlands vinden maar het natuurlijk gewoon wel is: het Vlaams.

‘Weerlichten’ is het fenomeen dat je aan de hemel ziet wanneer donder en bliksem al grotendeels weggetrokken zijn, of net op komst zijn. Je ziet de wolken oplichten maar bespeurt geen bliksemflits of hoort geen gedonder. Weerlichten is een gevalletje van nét niet. Volgens Wikipedia is het ‘een lichtverschijnsel in of tegen een wolk, als gevolg van een bliksemontlading die door de aanwezigheid van wolken niet rechtstreeks kan worden waargenomen en waarvan de donder niet hoorbaar is door de grote afstand.’

Niet rechtstreeks. Net niet. Ook daarom, en niet alleen omdat het een beeldend woord is, hou ik van ‘weerlichten’: het is het weersverschijnsel der subtiliteit. Niet het harde gekletter van de bliksem, maar de stille voorbode of nawee ervan. Als het weerlicht, dan licht een donkere hemel een paar seconden op. Je ziet alles weer even helder. Weerlichten zou het ook in het echte leven figuurlijk vaker moeten doen, voor zij voor wie de hemel bewolkt of zelfs gitzwart is, om hen te doen geloven dat het licht uiteindelijk altijd terugkeert.

Toen ik mijn moeder 'weerlichten' hoorde zeggen, werd ik naar mijn jeugd gekatapulteerd. Ik was doodsbang van donder en bliksem. Zodra ik het nog maar in de verte hoorde rommelen, ging ik gespannen op de bank zitten en telde ik de seconden tussen donder en bliksem, om te weten hoe veraf of dichtbij het gevaar was. Wanneer de bliksem écht dichtbij was, haalde ik mijn voeten van de grond en werd ik kwaad op mijn moeder als zij niet direct hetzelfde deed. Samen nestelden we ons dus op de bank, dicht tegen elkaar, voeten van de grond. Mijn moeder hield zich sterk voor mij, maar eigenlijk was ze nog angstiger dan ikzelf. Ze was opgegroeid op het platteland en altijd was er de schrik dat de bliksem zou inslaan op de televisieantenne van hun huis, die een van de hoogste punten in de buurt was. De bliksem sloeg er nooit in, maar de demonen uit je jeugd kun je soms een leven lang niet verjagen.

Marcel Proust had een madeleinekoekje nodig om overspoeld te worden door een golf van herinneringen aan zijn jeugd, maar ik heb genoeg aan een woord als ‘weerlichten’, dat erin slaagt zowel de angst als geborgenheid van mijn kindertijd op te roepen. Vandaag ben ik het die de angst in mijn moeders stem bezweer voor weerlichten, donder en bliksem: als je vader en moeder wat ouder worden, neem je haast automatisch die zorgende rol op je. Als dat betekent dat ik volwassen ben geworden, dan geloof ik dat ik daar alle vrede mee heb. 

Meer opinie? Krijg elke woensdag en zondag onze Opiniemakers nieuwsbrief.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234