Dinsdag 22/10/2019
Beeld rv

Column

Het zit in die kleine dingen. Iemand die je even aanraakt aan je heup, je middel, je hand, je kont, je arm

Julie Cafmeyer is columnist bij De Morgen.

Ik herinner me dat ik als kind op tekenles zat. Elke les mochten sommige kinderen bij de leraar zitten. Ik zat wekelijks op zijn warme schoot, terwijl ik met panda-krijtjes een tropisch eiland tekende. Ik rook zijn baard. Ik denk dat ik genoot van deze warmte, deze gezelligheid, deze aandacht. Ik weet dus niet zeker of mijn lichaam in een kramp schoot toen hij me zachtjes over mijn rug streelde.

Toen ik mijn moeder vertelde dat ik soms op de schoot van de leraar zat, bracht ze me niet meer naar de tekenles. Er werd me nooit uitgelegd waarom.

Ik weet zeker dat deze man me nooit heeft lastiggevallen, maar dat op zijn schoot zitten misschien een iets te intieme daad was van een leraar die kinderen probeerde te leren tekenen.

Wat ik me vooral herinner van deze situatie is de gêne die het voorval met zich meebracht. Hier mocht niet over gepraat worden.

Het is die gêne die nog steeds in mijn lijf zit.

Ik heb nooit grensoverschrijdend seksueel gedrag meegemaakt. Mijn probleem is dus niet dat de grens wordt overschreden. Wat ik wel ken, zijn de situaties waarin de grens niet duidelijk is. Het ontbreken van een grens.

Het zit in die kleine dingen. Iemand die je even aanraakt aan je heup, je middel, je hand, je kont, je arm. Het kan ook in woorden zitten. Iemand die je liefje noemt of schat. Het zit in een blik. Het is zo klein, zo subtiel dat het overdreven lijkt om er iets van te zeggen. En daar zit het ongemak.

Hoe komt het dat wanneer een man iets met mijn lichaam of geest doet, ik in een kramp schiet? Waar heb ik geleerd dat ik beter schaapachtig kan glimlachen dan dat ik me bevrijd uit een ongemakkelijke situatie? Dat ik te allen tijden beleefd moet blijven? Dat ik me verantwoordelijk voel om altijd en overal een goede sfeer in stand te houden?

Het zou nochtans simpel kunnen zijn: als iemand je aanraakt op een plek waar je het liever niet wilt, zou je zijn hand kunnen wegnemen. Zo’n simpele actie! Als iemand je aanspreekt op een manier dat je er ongemakkelijk van wordt, zou je kunnen zeggen: ‘Ik wil niet dat je me zo noemt.’ Zulke simpele woorden!

En toch kwam ik enkele weken geleden thuis van een werksituatie en voelde ik het nog, de plek waar ik werd aangeraakt, en dat ik dat eigenlijk liever niet wilde. Ik hoorde het nog, de hele tijd aangesproken worden met ‘liefje’. En dat het enige wat ik had gedaan dat schaapachtig glimlachje was. Dat eeuwige glimlachje waar ik zo van af wil. Als een voorgeprogrammeerde kortsluiting in mijn brein. Iets dat me verlamt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234