Zondag 18/08/2019

Column

Het zijn vast aardige dieren, nuchtere, harde werkers als Ed en Willem uit de Fabeltjeskrant

De beverboom, het resultaat van hard labeur. Beeld RV

Op zijn berg in de Oostkantons schrijft Marnix Peeters (°1965) over vrijheid, vogels en zijn vrouw. In elke vrouw schuilt haar moeder is zijn recentste boek.

Ik had een tafel gemaakt voor in de tuin. In de regel kan ik geen tafels maken, maar het was zo’n prachtig weer en mijn vrouw had al jaren een hekel aan het beweeglijke plooitafeltje waar we het mee redden, en op een ochtend bekroop me de zin om het eens te proberen en reed ik, Pipi Langkous indachtig, naar de houthandel in Sankt Vith, en langs de ijzerwinkel.

Pipi Langkous zei: ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk wel dat ik het kan, wat een zeer mooie en vaak onderschatte visie op het leven is.

Nu zitten er wel wat foutjes aan die tafel, maar ze is stevig geworden, en de kleur is erg goed uitgevallen, Afrikaans noten, en dus zitten wij nu ’s ochtend als het weer meezit aan een robuuste, ruime tuintafel onze kranten te lezen.

Beeld Bob Van Mol

Zo zelf iets maken is een grote bron van vreugde, zei ik. Het ding heeft méér gekost dan een tafel in de tuintafelwinkel, en het valt nog af te wachten hoe ze op UV en regen zal reageren, maar het is wel iets van jezélf. Je hebt iets gekund waar je lang niet zeker van was of je het zou kunnen. Het is zoals jouw klimmen.

Mijn vrouw heeft nooit veel om sport gegeven, zeker niet om fietsen, en al zéker niet bergop, maar ze heeft deze lente een besluit genomen – ze wil wel eens een zondagmiddag mee de Oostkantonse schilderachtigheid in, en dus fietst ze nu elke dag ter training de heuvel op, de twee kilometer tot bij boer Huppertz, waar ze dan getroost wordt door onze leenhond Luna. Ze heeft zichzelf een maand gegeven om het zonder afstappen te doen.

Ik doe het niet óm het te kunnen, zei mijn vrouw. Wat maakt het uit of je zo ver of zo hoog kunt fietsen. Het verruimt gewoon je blik, het vergroot je kansen. Ik wil die beverboom zien.

Ik had laatst van een fietstocht foto’s meegebracht van een grote eikenboom die al half was doorgeknaagd – tussen Sankt Vith en Montenau stikt het van de bevers, en hun werk ziet er superschattig uit, met al die kleine tandafdrukken in het hout. Het zijn vast aardige dieren – nuchtere, harde werkers als Ed en Willem uit de Fabeltjeskrant.

Die eik zal over een week of twee wel omliggen, zei ik, rep je maar, waarna mijn vrouw spoorslags haar trainingsrit aanvatte, wat mij de kans gaf om aan mijn nieuwe tafel aan de laatste hoofdstukken te beginnen van Ik, J. Kessels, de onweerstaanbare en superieur grappige nieuwe roman van Frans Thomése.

Drie kwartier later was het boek uit, en kwam mijn vrouw rood aangelopen net van de heuvel afgeroetsjt.

Ik moet plots aan David Lee Roth denken, zei ik, die ooit zei: ‘I used to jog but the ice cubes kept falling out of my glass.’ Daar moesten wij samen om lachen, de ene al hartelijker dan de andere.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden