Dinsdag 22/10/2019

Opinie

Het Witte Huis heeft nooit op mijn kaartjes geantwoord. Maar ik denk wel dat iemand ze leest. Een of andere stagiair

Amerikaans president Donald Trump. Beeld AP

Elisabeth Egan is auteur en schrijver van @100postcards. 

Mijn dag begint altijd op dezelfde manier. Ik sta op, zet koffie en schrijf naar de president – of soms naar een andere politicus. Deze maand zal ik mijn 450ste kaartje naar Washington sturen.

Terwijl ik mijn commentaar en klachten neerschrijf, leest mijn man de krant. Dat illustreert onze verschillende benadering van het nieuws: ik kan niet wachten om er verontwaardigd op te reageren, terwijl mijn man afstand houdt. Tegen de tijd dat hij een mening heeft gevormd, zijn er al hele columns geschreven en wordt er al betoogd.

Tegen beter weten in probeer ik hem aan de praat te krijgen. “Is het niet ongelooflijk geloven dat die schutter in 11 maanden 33 wapens legaal kon kopen / Dat kinderen aan de grens in kooien zitten / Dat Trump weer een grapje over de klimaatverandering heeft gemaakt?”

“Ja,” zegt hij bedaard, “dat is ongelooflijk.”

“Meen je dat? Is dat alles?”

“Het is allemaal erg. Wat kan ik nog meer zeggen?”

En dan staat hij op en gaat hij weg en blijf ik in mijn eentje zieden.

Een woord is macht

Het kan hem echt wel schelen. Hij weet wat er gebeurt, hij geeft geld voor de goede zaak, hij stemt. Ik doe dat ook, maar het verschil is dat ik ’s nachts woedend wakker word, dat ik betoog, de megafoon in aanslag, en dat ik kaartjes schrijf. Want zoals Margaret Atwood zei: “Een woord na een woord na een woord is macht.”

Twee dagen na Trumps eedaflegging, 10 uur nadat ik thuiskwam van de Vrouwenmars, schreef ik mijn eerste kaartje aan een politicus – mijn senator, Cory Booker. Ik vertelde hem dat ik goed ben in dingen organiseren en dat ik graag wou helpen.

Toen ik het kaartje aan mijn man liet zien, zei hij: “Denk je nu echt dat hij jou zal vragen?” Dat was niet de aanmoediging waarop ik hoopte.

Ik zei: “Wees eerlijk, kun jij je voorstellen hoe het nu voelt om een vrouw te zijn?”

Hij zei: “Nee, maar dat kan Cory Booker ook niet.”

Ik besloot om de 100 eerste dagen van Trumps bewind elke dag een kaartje te schrijven en ik opende een account op Instagram om mijn pennenvruchten te publiceren. Binnen de 48 uur had @100postcards 200 volgers. Toen ik mijn man liet verstaan dat het geen kwaad zou kunnen dat hij mij ook volgde, zei hij: “Liz, dat doe ik al 20 jaar.”

De honderdste dag kwam en ging en ik bleef schrijven. In de voorbije twee jaar heb ik kaartjes geschreven in hotelkamers, in ziekenhuiskamers en bij de tandarts. Mijn kinderen zijn in die tijd samen bijna een halve meter gegroeid. Het haar van mijn man is grijs geworden. (Het mijne was dat al.)

De stem van een individu

Mijn motto voor de kaartjes is: “beleefd, maar niet altijd”. Ik probeer verbanden te leggen tussen de gebeurtenissen in de wereld en die in mijn leven – niet omdat ik egocentrisch ben maar omdat ik vind dat een leider al eens de stem van een individu mag horen, in plaats van altijd het koor. Ik heb president Trump over mijn grootmoeder verteld, die uit Ierland immigreerde en hier vier kinderen heeft grootgebracht (die het allemaal goed hebben gedaan). Ik heb hem verteld hoe mijn vader vijf jaar lang tegen kanker streed, en hoe ik mij niet kan voorstellen dat een familie zonder ziekteverzekering een dergelijke crisis zou kunnen overleven.

“Je overtreft jezelf”, zei mijn man toen hij dat las.

Ik fronste mijn wenkbrauwen, terwijl hij aan tafel sokken zat te sorteren alsof er niets belangrijkers ter wereld was. “Mag ik iets vragen?”, vroeg ik.

“Natuurlijk.”

“Waarom zie jij mijn kaartjes niet zitten?”

“Dat doe ik wel. Ik begrijp gewoon niet wat je probeert te bereiken.”

Dat is natuurlijk een lastige vraag.

Sarah Huckabee Sanders

Het Witte Huis heeft nooit op mijn kaartjes geantwoord. Maar ik denk wel dat iemand ze leest. Een of andere stagiair, of misschien zelfs Sarah Huckabee Sanders. Ik weet ook dat bijna 10.000 mensen op Instagram mijn kaartjes lezen en dat veel mensen schrijven om te zeggen dat ze zich gesterkt voelen door de gemeenschap die ze daar vinden. Zoals het citaat zegt: “We lezen om te weten dat we niet alleen zijn.”

Mijn man houdt niet van haastige reacties of van tirades, en heeft het er moeilijk mee dat ik te koop loop met mijn mening. Hij vond het niet leuk toen ik de president een zwijn noemde. (Maar Trump was begonnen, hij had sommige immigranten ‘beesten’ genoemd.)

Maar we zitten nog altijd elke ochtend samen aan tafel. Af en toe kijkt hij op van zijn krant en probeert hij te raden wat ik aan het schrijven ben. Soms raadt hij het juist. Maar dit is wat telt: we houden allebei van woorden, we gebruiken ze slechts anders. Ik ben blij dat ik getrouwd ben met iemand die zijn woorden afmeet en mijn man begrijpt dat schrijven mijn manier is om stoom af te laten. Ons leven samen is het mooiste verhaal dat ik kan vertellen. En dus blijf ik dat doen.

© The New York Times

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234