Donderdag 22/08/2019

Hans Vandeweghe

Het vrouwentoernooi van de Australian Open was koren op de molen voor tegenstanders van gelijk prijzengeld voor mannen en vrouwen

Hans Vandeweghe. Beeld Bob Van Mol

Hans Vandeweghe is sportjournalist bij De Morgen.

Ooit, na een actuaprogramma waarin het onder meer ging over doping in de sport en waarin iedereen aan tafel wel een (meestal onnozele) mening had zoals ‘laat doping vrij’, kwam Etienne Vermeersch in de lounge op mij af. “Ik heb gezwegen omdat ik uw argumenten eerst ten gronde wil bestuderen. Ik ken er te weinig van, maar ik wil het met u ooit wel eens hebben over vrijgave of niet.”

Ik dacht de slimme uit te hangen door een zin te citeren die mij uit de lessen van Jaap Kruithof was bijgebleven. “Professor, Wittgenstein zei toch ooit: worüber man nicht sprechen kann, darüber muss man schweigen?” De professor was licht verveeld: “Wittgenstein, beste man, had het over de abstracte, niet te vatten dingen van het leven en over God, niet over een fysieke daad als een pilleke nemen uit eigen wil of niet, omdat iemand in Zwitserland dat verbiedt.”

Ik ben het jaar vergeten, maar het was in de periode dat onze vrouwen één en twee stonden op de wereldranking van het tennis. Dat vond hij een schone sport, met schone vrouwen en ze waren nog van ons ook. Maar tennis was vooral een schone sport omdat het op een debat leek: “Jij poneert, ik repliceer, jij repliceert en zo verder. Soms duurt het lang voor er iemand zijn gelijk haalt. Als ik een televisie passeer en er wordt getennist, dan blijf ik kijken. Filosofen, dat denk ik toch, moeten van tennis houden, dat kan niet anders.”

Als hij nog had geleefd, zou hij gisteren hebben gekeken? Jammer dat hij Novak Djokovic niet meer heeft zien winnen van Rafael Nadal. Djoko ramde Nadal van de court zoals Vermeersch de meeste van zijn debatten domineerde: met een nooit geziene, flair, verve en kunde en tegelijk de tegenstander in zijn waarde latend. Veel filosofie kwam er niet aan te pas, maar wiskundigen vonden in de clash tussen de nummer één en twee zeker hun gading. De driehoeksmeetkunde die Djokovic gisteren aanwendde, degradeerde Nadal tot een posterboy.

Voor een Federer-fan is Djokovic-Nadal de keuze tussen de pest en de cholera. Beter: een verkoudheid of de cholera, dus kiezen we voor Djokovic. De snelheid waarmee hij zich verplaatste, was van het beste dat ooit in tennis te zien was. In combinatie met de snelheid waarmee hij de bal na de bots raakte en de variatie in de slagen, gaf hij een dimensie aan het spel die duidelijk buiten de limieten van Nadal lag.

Het vrouwentoernooi was dan weer koren op de molen voor de tegenstanders van gelijk prijzengeld voor mannen en vrouwen in tennis. Zoals de meeste finales van de laatste jaren was ook die tussen Naomi Osaka en de Tsjechische Petra Kvitova hoewel spannend, niet bepaald hoogstaand.

De spanning kwam er door een zenuwinzinking bij Osaka die ze vervolgens te boven kwam. Dat is iets wat je bij mannen in tennis en bij uitbreiding in alle terugslagsporten heel zelden ziet, maar bij vrouwen eerder de regel dan een uitzondering is: genderspecialisten zullen de plotse collaps en de al even plotse genezing misschien uitleggen als iets wat de vrouw als kind is aangepraat.

Oké, Naomi Osaka is pas 21, maar Serena Williams – die haar moeder had kunnen zijn – had er van de week ook al last van toen ze in de derde set tegen Pliskova op 5-1 stond, drie wedstrijdballen verknoeide en nadien geen bal meer goed raakte. “Ze speelde ineens haar beste tennis”, zei Williams. Gelogen natuurlijk: Williams speelde behoorlijk en dat volstond, tot ze in elkaar stortte en haar slechtste tennis speelde.

Oplettende lezers zullen zich wellicht herinneren dat Williams op de vorige Grand Slam, de US Open, ook in elkaar klapte. Dat was toen in de finale en nog wel tegen dezelfde Naomi Osaka. Dé aanstellerij van deze Australian Open kwam evenwel van Maria Sjarapova die in de vierde ronde verloor van de lokale Australische Barty. Niet alleen ging Sjarapova een volle zeven minuten plassen na verlies van de eerste set, maar nadien weigerde ze op de persconferentie volstrekt logische en voor de hand liggende vragen te beantwoorden.

Als Maria Sjarapova en Serena Williams nog steeds de publiekstrekkers zijn, dan is het duidelijk: vrouwentennis lijdt niet alleen aan bloedarmoede, het bloedt gewoon dood. Naomi Osaka, Simona Halep, Angelique Kerber, Caroline Wozniacki en Sloane Stephens zullen het vrouwentennis niet redden.

Vergelijk dat met het mannentennis waarin drie generaties het onder elkaar uitvechten. Zeven van de toptienspelers zijn al dertig of worden dit jaar dertig (Nishikori), sommigen (Federer, Djokovic, Nadal) zijn éénmansdynastieën en tegelijk kloppen nieuwe spannende spelers als Stefanos Tsitsipas (20), Alexander Zverev (21), Karen Khachanov (22) en Bora Coric (22) aan de deur. Als er leven is na de dood en er staat tv professor, een tip: mannentennis kijken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden