Donderdag 20/02/2020

OpinieStijn Baert

Het voetbal reguleert zichzelf niet, hoog tijd dat de politiek het doet

Stijn Baert.Beeld Stefaan Temmerman

Stijn Baert doceert arbeidseconomie aan de UGent.

De voetbalwereld heeft haar ei gelegd. Het is te zeggen, haar ‘dreamteam’ van experten, onder wie Michel Maus en Johan Vande Lanotte, heeft een tekst ingediend met voorstellen voor een ‘transparant en maatschappelijk verantwoord’ profvoetbal (DM 10/2). Hun tekst is een reactie op de voorstellen van parlementsleden om de fiscale voordelen voor het voetbal te beperken. Concreet houdt het tegenvoorstel van het ‘dreamteam’ in dat de huidige voordelen toch behouden blijven, maar dat via alternatieve pistes de staatskas meer gespijsd wordt. Het is goed gevonden maar niet ernstig.

Dit geldt in het bijzonder voor het plan dat het ‘dreamteam’ uitwerkte omtrent de bedrijfsvoorheffing die voetbalclubs betalen. Momenteel betalen zij slechts 20 procent van het reguliere tarief. In plaats van voor te stellen om dit percentage op te trekken, wordt nu voorgesteld ook deze belasting niet langer door te storten naar de schatkist, maar dit te gebruiken voor een fonds waaruit andere sporttakken kunnen putten. Het is handig bedacht om armere sporttakken mee te krijgen, maar in welk opzicht dit een stap in de richting van de politiek en de belastingbetaler is, is me compleet onduidelijk.

Ruud Vormer en Hans Vanaken van Club Brugge.Beeld Photo News

Ook met andere elementen uit de voorstellen zal de voetbalwereld zichzelf niet meteen pijn doen. Hoofdzakelijk gaat het hierbij om beperkte taksen die vooral anderen, makelaars en gokkantoren, zullen moeten betalen.

Sociale zekerheid

Wat evenwel totaal onaanvaardbaar is, is dat niet geraakt wordt aan de beperkte bijdrage aan de sociale zekerheid die momenteel wordt geheven op voetballonen. Of een voetballer nu 2.500 euro, 25.000 euro of 250.000 euro per maand verdient, er vloeit slechts 900 euro van zijn brutoloon richting de sociale zekerheid. Voor topverdieners gaat het dus om minder dan 1 procent van hun loon.

Dit absurde systeem blijft dus behouden in het voorstel van het ‘dreamteam’. Wel wordt een extra bijdrage van 4 procent voorgesteld op wat voetballers per jaar meer verdienen dan 200.000 euro. Het is een indecent proposal. Topverdieners zouden op die manier 4 à 5 procent van hun brutoloon zien wegstromen richting de sociale zekerheid, terwijl een arbeider elke maand ongeveer 38 procent van zijn loon ziet afgehouden worden. De sterkste schouders blijven zodoende de lichtste lasten dragen.

Wat nu?

Het voorstel vanuit de voetbalwereld maakt voor mij één zaak heel duidelijk. Namelijk dat men niet op de voetbalwereld, of die nu ondersteund wordt door een ‘dreamteam’ van experten of niet, moet rekenen om te komen tot sociaal rechtvaardige belastingen binnen het voetbal, en een correcte RSZ-bijdrage op voetballonen in het bijzonder. Het is in feite niet iets dat men hen kan verwijten: hoeveel belastingen zouden nog betaald worden in dit land mocht elke burger haar/zijn eigen regels kunnen bepalen?

Vorige week liet de fiscus weten dat de fiscale voordelen voor het voetbal gerust hervormd kunnen worden. Nu het duidelijk is dat er vanuit het voetbal geen ernstige voorstellen tot hervorming zullen komen, moet de politiek niet al te veel meer omzien, maar gewoon doorpakken. De woorden bij de uitbraak van het voetbalschandaal in oktober 2018, en hernieuwde engagementen bij de viering één jaar later, moeten de komende maanden in daden omgezet worden.

Wat de socialezekerheidsbijdrage op voetballonen betreft, zijn er voor mij twee opties. Ofwel schaft men de hele korting af. Dat heeft als voordeel dat er nog eens een koterij uit onze arbeidsmarkt verdwijnt in plaats van dat er weer één bijgebouwd wordt. En zo draagt een voetballer straks een even hoog percentage af als wie slechts voldoende talent heeft om haar/zijn voetbalkunsten te tonen in de achtertuin.

Ofwel behoudt men de RSZ-korting, maar keert men ze om, door enkel de eerste honderden euro’s die sporters verdienen vrij te stellen van RSZ-lasten, of er een heel laag percentage op te heffen. Voor alles wat boven die eerste honderden euro’s wordt verdiend, moet de volle pot van 38 procent geïnd. Niet alleen in het voetbal, maar in alle sporten. Zo zal een weinig verdienende sporter duidelijk minder dan 38 procent afdragen, terwijl een topverdiener dicht tegen die 38 procent zal zitten. Op die manier realiseren we wat de originele RSZ-korting beoogde: wie weinig verdient met haar/zijn sport toch iets meer van een korte carrière laten overhouden. 

En op die manier wordt de RSZ-korting herverdeeld van de rijkste naar de armste sporters en sportclubs. Gewoon zoals we het elders in de arbeidsmarkt kennen: de sterkste schouders de zwaarste lasten laten dragen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234