Donderdag 09/12/2021
Lize Spit. Beeld DM
Lize Spit.Beeld DM

ColumnLize Spit

Het viel me tegen, dat verdriet niet op minder clichématige momenten kwam steken

Lize Spit is schrijver en columnist. Deze week verzorgt zij de zomercolumn.

Deze zomer is er ruim een jaar gepasseerd na het beëindigen van mijn vorige relatie. Dat jaar stond deels in teken van het verwerken van die breuk, het niet meer kunnen afstemmen op een vertrouwde zender, tussen de ruis op zoek gaan naar heldere klanken, een nieuw station vinden.

Het viel me tegen, dat verdriet niet op minder clichématige momenten kwam steken, dat het niet origineler probeerde te zijn – daar stond ik dan, naast de kerstboom, met kerstballen in m’n handen, die zonder enig vermoeden van een naderend einde slordig in de doos zaten opgeborgen. Of wanneer gemeenschappelijke vrienden kinderen krijgen en je weet dat er nu twee aparte geboortekaartjes worden verstuurd, namen op twee aparte enveloppen. De verjaardag waarop je niets van elkaar hoort, de kat die nog maandenlang hoopt op de komst van haar baasje, alle eerste-keren-van-iets die je niet kan delen.

De eerste maanden waren het schuldgevoel en het gemis een onzichtbaar straatorkest dat overal met me mee trok en smartlappen speelde. Al het dierbare, concrete dat verloren was gegaan, bediende de blaasinstrumenten. De ontnuchterende, abstracte conclusies over de betekenis van liefde, verzorgden het slagwerk. De zelfhaat en twijfel marcheerden vooraan, twirlden in te strakke uniformpjes.

Sommige dagen liep ik achteraan in de stoet en speelde ik mee een heel verdrietig deuntje op een bugel, op andere dagen liep ik vooraan, zo vinnig mogelijk te dirigeren of te zwaaien met batons.

Omdat er geen contact met het verleden meer mogelijk was, was de fanfare het enige wat me nog restte om me aan vast te klampen, het bewijs dát datgene waarom getreurd werd, bestaan had en dierbaar en belangrijk was geweest. Het liefst zou ik dag en nacht marcheren.

Na een half jaar werd ik weleens wakker in stilte, zonder de orkestleden, en dan vond ik die stilte nog moeilijker dan het verdriet zelf, want pas dan zou het écht voorbij zijn, het afscheid verwerkt. Ik ging meteen scrollen door de foto’s van vroeger op mijn telefoon – oude vakanties, memorabele momenten, alsof ik bladerde door een partiturenboek op zoek naar het meest melancholische deuntje.

Deze week vertelde ik aan een vriend dat ik pas sinds april geen foto’s van vroeger meer doorblader op dagen dat ik me goed voel, om verdriet op te wekken, als een soort strafmiddel. Ook het orkest speelt steeds zachter, niet meer elke dag. Af en toe rukken ze nog eens uit, marcheren ze plots ongevraagd door de woonkamer – vaak in de avond als ik moe ben, of wanneer er zich toch nog een eerste-keer-van-iets aandient.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234