Zaterdag 20/11/2021
Joachim Pohlmann. Beeld dm
Joachim Pohlmann.Beeld dm

Wapenstilstand

Het verschrikkelijkste aan de Eerste Wereldoorlog, is dat wij hem verloren hebben

Joachim Pohlmann is woordvoerder van Bart De Wever (N-VA) en schrijver van Een unie van het eigen. Zijn column verschijnt wekelijks.

“Wat vond u het verschrikkelijkst aan de Eerste Wereldoorlog?”, vroeg een journalist in 1984 bij een herdenking van de Slag van Verdun aan Ernst Jünger. Die was toen een zowel gelauwerde als verguisde auteur, alsook de hoogst gedecoreerde en een van de laatste Duitse veteranen.

Hij had net met bondskanselier Kohl en president Mitterrand een krans neergelegd voor de gesneuvelden. De journalist verwachtte dan ook iets in de trant van ‘het nodeloze bloedvergieten’ of ‘de waanzin van de slachting’. Jünger antwoordde doodleuk: “Dat we verloren hebben.”

Als wij morgen de gesneuvelden herdenken, is dat in de geest van Erich Maria Remarques Im Westen nichts neues, John McCraes In Flanders Fields of Louis Ferdinand Célines Voyage au bout de la nuit. Ingetogenheid, walging voor geweld en afgrijzen voor de zinloosheid staan dan centraal.

Jüngers In Stahlgewittern past niet in dat rijtje. Die roman, kort na de oorlog gepubliceerd, was een herwerking van zijn oorlogsdagboeken en maakte hem op slag beroemd. En het leverde hem het verwijt op een oorlogsverheerlijker en geweldestheticus te zijn.

Als velen trok Jünger met een romantisch beeld naar de slagvelden. Hij was een Achilles die niet streed voor natie en keizer, maar voor eigen eer en glorie. De ontnuchtering volgde snel: de technologie van gifgas, tanks, prikkeldraad, machinegeweren … had het van de held overgenomen.

Schok

Jünger schrijft over de schok die hij ervoer als hij voor het eerst een soldaat met staalhelm en gasmasker zag. Hijzelf droeg op dat moment nog het napoleontische plunje met de typische pickelhaube en voor hem stond een bijna buitenaardse krijger, meer machine dan mens.

Individuele inzet – hoe heroïsch ook – had amper nog impact op de krijgskansen. Wat Jünger onthecht beschreef was de waarheid van industriële oorlogsvoering, waarbij golf na golf van naamloze en bionische wezens worden neergemaaid door enorme robotten In een storm van staal.

Dat boek is de gestileerde ontleding van geweld door een koele observator die de bloederige realiteit onverbloemd en zeer plastisch weergeeft, maar elk moreel oordeel achterwege laat. Bij de andere literatoren ligt de focus op het zinledige lijden van de soldaat. En net dat kon Jünger niet aanvaarden.

Hij zag het als zijn heilige plicht tegenover de doden om die oorlog zin te geven. Het werd de ineenstorting van de Europese cultuur, de doorbraak van het nihilisme en het ontwaken van een tijdperk waarin alle macht, middelen en mensen gemobiliseerd werden voor de oorlogsinzet.

Naamloos

Die totale mobilisering zette zich na de oorlog door. Net zoals de soldaat werd de mens een naamloos bionisch wezen dat in het streven naar efficiëntie alles opoffert in het besef dat er geen geluk, beloning of erkenning bestaat. Zin ontleent die mens aan zijn functie, niet aan zijn bestaan.

Jünger beschreef een totalitair systeem dat angstaanjagend herkenbaar is. En opnieuw bleef hij ongemoeid. De dood van zoveel miljoenen had die wereld mogelijk gemaakt, of dat nu goed of fout was. Pas in het midden van de jaren 30 drong het tot Jünger door tot wat die wereld in staat was en zou hij zich keren tegen de gestage mechanisering van de mens.

Morgen zal In Flanders Fields veelvuldig gereciteerd worden, Jünger zal men niet voorlezen. Al had hij in 1984 misschien wel gelijk. Het verschrikkelijkste aan de Eerste Wereldoorlog is dat wij hem verloren hebben. Niet wij als Duitser – of als Brit, Fransman, Rus … – maar wij als mensheid.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234