Zondag 18/08/2019
Saskia De Coster. Beeld rv

Column Saskia De Coster

Het rock-’n-rollverhaal zelf is niet afgezaagd, maar zonder een tikje zelfrelativering moeten die oude rockers niet meer afkomen

Saskia de Coster is schrijver van de roman Nachtouders. Haar column verschijnt tweewekelijks op woensdag.

Steeds vaker is mijn reactie op muzikanten die ik vroeger cool vond een stevige eye roll. Het gaat me niet om hun muziek. Nee, het gaat me om de mensen zelf. Muziek staat op zich en draagt geen schuld. Dus jawel: laat Billie Jean not my lover blijven en roep maar luid van ‘hey hey my my, rock ’n roll will never die’.

Lange tijd was een held van mij de gitarist met de prachtig gegroefde wolfskop, in zijn eentje de beste sponsor van de Colombiaanse drugsindustrie, de man die negen dagen lang kon feesten zonder een tukje: Keith Richard van de Stones. Hij behoort tot de naoorlogse generatie die rock–’n–roll in de westerse wereld grootgemaakt heeft, in de jaren 50 en 60. De generatie die met de paplepel meekreeg dat je maar niet te veel moest zeveren, er was iets op te bouwen, en rap een beetje. Rock-’n-roll, zoals muziek pleegt te zijn, was een uitlaatklep.

‘I Don’t Wanna Grow Up’, het motto van de Ramones of ‘Young, Wild and Free’ van rapper Wiz Khalifa zijn wat mij betreft compatibel. Eeuwig jong willen zijn, een middenvinger naar al wie of wat je tegenhoudt, daar kan ik helemaal in volgen. Het rock-’n-rollverhaal zelf is niet te oud en te afgezaagd, je kan als rocker gewoon niet meer afkomen met je attitude vandaag de dag. Of beter: je kan niet zo dom zijn dat je denkt dat je het nog kan menen, dat je nog geloofwaardig en cool zou zijn.

Therapie? 

Toen de documentaire Some Kind of Monster in 2005 uitkwam, werd er wat afgelachen. De oppergoden van de metal, de mannen van Metallica, legden namelijk een stukje van hun ziel bloot voor de kijker. Omdat het niet boterde tussen de bandleden gingen ze in groepstherapie. Ze gaven ook een inkijk in hun leven en dat stond in die periode ver af van hun driftige muziek. Zo zie je hoe de net van de drank afgekickte leadzanger James Hetfield zijn dochtertje keurig op tijd van de balletles gaat halen en hoe volwassen mannen conflicten uitpluizen. Algemene consensus in de rockjournalistiek toen: therapie? Als rockers in jezelf afdalen? Hahaha! I-di-oot. Hoogverraad!

Ik vraag me af hoe die docu vandaag onthaald zou worden. Want eerlijk, als ik nu zulke opgelapte krokodillen als Keith en Mick zie, met hun eertijds onvervreemdbaar recht op groupies en drugs en kinderkweek, er prat op gaand dat ze al vijftig jaar lang in de clinch liggen, dan vind ik dat vooral enorm pathetisch. Het anachronisme zit niet in hun uitspattingen – veel kinderen vandaag zijn een pak meer streetwise dan die gasten bij elkaar, en seks en drugs rijmen net zo goed op hiphop en dance als op rock-’n-roll – maar ze zijn voorbijgestreefd en pathetisch door hun weigering tot introspectie.

Witte oude mannen die een oorspronkelijk zwart genre geplunderd en grootgemaakt hebben, die gasten met hun vastgeroeste kijk op vrouwen, die decennialang weggelopen zijn van hun eigen geblutste kinderzieltje boordevol angsten en erin geslaagd zijn om dat als iets cools te verslijten? Nee, zonder een tikje zelfrelativering en zelfspot moeten die niet meer afkomen. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden