Zaterdag 13/08/2022

MeningenJurgen Slembrouck

Het regenboogactivisme zet burgers tegen elkaar op

In verschillende steden en gemeenten worden tegenboogzebrapaden aangelegd. Beeld Tessa Kraan
In verschillende steden en gemeenten worden tegenboogzebrapaden aangelegd.Beeld Tessa Kraan

Jurgen Slembrouck is verbonden aan de Vrijzinnige Dienst Universiteit Antwerpen. Hij schrijft deze bijdrage in eigen naam.

Jurgen Slembrouck

Afgelopen weekend vond de Belgian Pride plaats en werden de Brusselse straten ondergedompeld in de regenboogkleuren. Met die kleuren wordt niet enkel gestreden voor de gelijkberechtiging van holebi’s maar wordt ook gelijk respect geëist voor elke genderidentiteit of seksuele voorkeur. Steeds meer roepen deze kleuren weerstand op.

Dat bleek nog maar net toen uitgerekend op de internationale dag tegen homo- en transfobie leerlingen van het Xaveriuscollege in Borgerhout een regenboogvlag neerhaalden en bespuwden. In Aalst weigerde het stadsbestuur eind vorig jaar om op voorstel van de oppositie een regenboogzebrapad aan te leggen. Onlangs hadden in Deurne jongeren het gemunt op huizen waar regenboogvlaggen hingen. Die werden bekogeld met eieren en er werd zelfs geprobeerd een vlag in brand te steken. Dat doet dan weer denken aan de gebeurtenissen in Sint-Agatha-Berchem, waar vorig jaar een regenboogvlag, die door de gemeente was opgehangen, effectief in vlammen opging.

Ook in een heel andere context zorgden de regenboogkleuren onlangs nog voor commotie. Idrissa Gueye, profvoetballer bij PSG, weigerde afgelopen weekend aan te treden omdat de rugnummers op de shirts van de voetballers regenboogkleuren hadden gekregen.

Activisme

Dergelijke gebeurtenissen lokken telkens heel wat verontwaardiging uit maar zelden wordt er kritisch stilgestaan bij wat er in wezen speelt. Wie dat wel doet, begrijpt dat dit verzet voortspruit uit het dwangmatige karakter van het regenboogactivisme en de controversiële lading van de regenboogkleuren. Het spreekt voor zich dat dit geenszins een rechtvaardiging inhoudt voor het beschreven wangedrag. Maar diegenen die holebirechten willen handhaven kunnen er wel rekening mee houden en op een bedachtzamere manier het draagvlak voor de diversiteit trachten te versterken.

Dat geldt in het bijzonder voor officiële instanties zoals gemeenten en scholen. Zij moeten zich laten leiden door het neutraliteitsprincipe en inzetten op gelijke rechten en kansen in plaats van op gelijk respect voor individuele levenskeuzen. Nu instrumentaliseren ze de overheidsmacht voor een controversiële holebi- en transgenderagenda en zetten ze de morele bakens uit waarbinnen de gewetensvrijheid mag spelen. Zo ondermijnen ze de sociale cohesie die in een diverse samenleving nooit evident is.

Laten we naar de feiten kijken. In 1985 werden homoseksuele contacten wettelijk gelijkgeschakeld met heteroseksuele en mogelijk vanaf 16 jaar. In 1998 werd de wettelijke samenwoning voor holebi’s opengesteld en in 2003 het huwelijk. Vanaf 2006 kunnen holebi’s kinderen adopteren. Vandaag genieten holebi’s (terecht) dezelfde burgerrechten als hetero’s. Daarnaast is er binnen de medische wereld bereidheid om via geslachtsoperaties en hormoontherapie de persoonlijke beleefde genderidentiteit vorm te geven. Een transgender persoon moet zelfs geen medische behandelingen meer ondergaan om het geslacht en de voornaam te laten aanpassen op officiële documenten. Het volstaat om zich een man of vrouw te voelen om juridisch als dusdanig erkend te worden.

Onvoorwaardelijk respect

Blijkbaar is deze juridische erkenning voor sommigen nog steeds onvoldoende. Men eist ook dat de manier waarop deze rechten worden ingevuld, hoe buitenissig ook, door iedereen gerespecteerd en als gelijkwaardig beschouwd wordt. Dat is de controversiële inzet van de holebi- en transgenderagenda. Het gaat vandaag niet langer om gelijke rechten maar om onvoorwaardelijk respect. Die eis botst echter met het wezen van de diversiteit zelf. Die is erin gelegen dat burgers de vrijheid hebben om individuele levenskeuzen verschillend te waarderen en dus ook af te keuren. Dat burgers via de overheid nu haast gedwongen worden om onder de regenboogvlag te varen en respect te betuigen, lokt vanzelfsprekend weerstand uit. Het problematische gebruik van de regenboogkleuren draagt niet bij tot pacificatie maar zet aan tot agitatie. Het zet gemeenschappen tegen elkaar op en stimuleert niet tot gedeeld burgerschap op basis van gelijke rechten.

Deze bedenkingen zijn niet nieuw. Al in 2003 verwees Brian Barry in zijn standaardwerk Culture and Equality naar deze contraproductieve strategie. In de Verenigde Staten worden de gevolgen ervan nu duidelijk. In conservatieve staten worden zogenaamde ‘don’t say gay-wetten’ afgekondigd. Ook in Europese landen zoals Polen en Hongarije worden de rechten van holebi’s en transgenders uitgehold. Dit scenario zal zich ook in eigen land voltrekken als we niet bedachtzamer omgaan met de verworvenheden uit het verleden.

Met deze kritiek misken ik niet dat holebi’s en transgender personen in onze multiculturele samenleving nog steeds geconfronteerd worden met discriminatie en geweld. Daar ligt dan ook de reële verantwoordelijkheid van de overheid. Zij moet haar macht gebruiken om hen te beschermen en het gebruik van hun rechten te verzekeren. Maar blijkbaar is het veel makkelijker om aan symboolpolitiek te doen. Helaas, op termijn zullen uitgerekend holebi’s en transgender personen daar het slachtoffer van worden.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234