Donderdag 20/02/2020

Opinie

Het progressieve gat in de Vlaamse politieke markt is zo groot dat de democratie zelf erin dreigt te verdwijnen

Vincent Stuer.Beeld DM

Vincent Stuer is schrijver en theatermaker. Eerder werkte hij als woordvoerder van Karel De Gucht en van D66 in het Europees Parlement. Hij schrijft tweewekelijks voor de krant, afwisselend met Mark Elchardus.

De roep naar een Vlaamse tegenhanger van de Nederlandse links-liberale partij D66 is zowat het Loch Ness-monster van de Wetstraat. Sommigen willen het maar al te graag zien, in verschillende partijen lopen mensen rond die beweren het al gezien te hebben, maar niemand weet goed hoe het eruitziet.

Sinds mei stelt de vraag zich nog luider. Het progressieve gat in de Vlaamse politieke markt is stilaan zo groot dat de democratie zelf erin dreigt te verdwijnen. Maar wie hoopt dat een bestaande partij of beweging dat gat zal vullen, is er – vrees ik – aan voor de moeite. Het evenwicht waar D66 voor staat, tussen linksige rebellie en hoffelijke participatiepolitiek, tussen het wereldse en het redelijke, is in Nederland al moeilijk genoeg aan te houden. In de Vlaamse politieke cultuur is het al helemaal lastig in te passen.

Onvermijdelijke wereld

Klimaat, onderwijs en Europa zijn de drie thema’s waarmee D66 vandaag vereenzelvigd wordt. Rode draad daarin is een nadruk op publieke waarden en publieke goederen in de brede zin van het woord – la chose publique – die in het Vlaamse liberalisme maar niet willen wortelen, ondanks verruimingspogingen in het verleden.

Een tijd geleden schopte D66-Europarlementariër (en mijn voormalige baas) Gerben-Jan Gerbrandy het tot Groenste politicus van Nederland door zijn inzet voor het verduurzamen van de landbouw en een internationaal herstelbeleid voor biodiversiteit. De kans dat zoiets ooit een Open Vld’er overkomt, is nihil.

Dat is niet zozeer een kwestie van politieke aandacht of dossierkennis, maar van wereldbeeld. De Britse sociaal-liberaal Roy Jenkins (1920-2003) omschreef het waarmerk van een liberaal staatsman als ‘accepting the inevitable with generosity and even enthusiasm’. De manier waarop veel Vlaamse liberalen omgaan met wereldse en dus onvermijdelijke thema’s als klimaat en migratie, zal hen niet veel lintjes opleveren voor generositeit en enthousiasme, en zelfs Europa is de nieuwe generatie veel minder op het lijf geschreven dan de vorige.

Is Groen dan een soort van D66? Nee dus. De twee partijen staan totaal verschillend in de politiek.

De heropgang van D66 onder Alexander Pechtold, die de partij leidde van 2006 tot 2018, was grotendeels te danken aan het lef waarmee ze aan het beleid deelnam. Toen de regering Rutte in volle financiële crisis haar meerderheid kwijtspeelde, besloot Pechtold vanuit de oppositie mee te onderhandelen over verregaande besparingen en het hervormen de pensioenleeftijd, de arbeidsmarkt en de woningmarkt. Er spreekt een economische orthodoxie uit die je bij Groen ver mag gaan zoeken, en een radicalere keuze voor de jongere generaties tegenover de oudere, maar vooral een volharding om aan tafel te blijven zitten, ook als het politiek pijn gaat doen.

Een van de verrassingen van de voorbije verkiezingen is dat Groen de omslag naar een bredere hervormingspartij wat gemist heeft – iets wat de weinig zelfkritische aanpak van haar overwinningsnederlaag nadien nog versterkt heeft. Veel progressieve en klimaatbewuste kiezers vinden nog steeds de weg niet naar de groene partij, en het wantrouwen lijkt wederzijds. Groen is een middelgrote partij die zich comfortabel voelt als kleintje; D66 is het tegenovergestelde.

De geest van de jaren 60

Maar het grootste verschil is filosofischer, en heeft te maken met hoe zo’n partij in de maatschappij staat.

“Het wezen van D66”, zei Pechtold bij zijn aantreden als politiek leider, “zit in de verhouding van mensen ten opzichte van de staat, in de overtuiging dat macht nooit vanzelfsprekend mag zijn.” D66 blijft een kind van de contestatiebeweging van de jaren 60, van de idee dat macht verdeeld en beheerst moet worden. Het is een idee dat in het verpolitiekte, cumulerende, arrangerende Vlaanderen door vrijwel niemand nog verdedigd wordt. De vanzelfsprekendheid waarmee macht bij ons uitgeoefend wordt, ook op vlakken waar de politiek eigenlijk niks te zoeken heeft, en vastgehouden, lang nadat de rechtvaardiging ervan uitgewerkt is en vergeten, zit diep ingebakken in de Vlaamse politiek.

Het blijft sinds 26 mei wachten op een signaal dat de Vlaamse politiek zichzelf voor minder dan vanzelfsprekend neemt. Die gitzwarte, pekzwarte, om te huilen zo Zwarte Zondag volstaat voor onze politici blijkbaar niet om zichzelf en hun partij in vraag te stellen. Zolang dat signaal er niet komt, zal de politieke onvrede zich altijd tegen hen keren, in plaats van via hen gekanaliseerd te worden. En zolang blijft iedereen die, in de woorden van het Appèl van negentien zesenzestig waar D66 uit groeide, “ongerust is over de ernstige devaluatie van onze democratie”, op zijn honger zitten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234