Zondag 05/12/2021
Aya Sabi. Beeld DM
Aya Sabi.Beeld DM

ColumnAya Sabi

Het Nederlands is andermans bezit. Ik heb de taal in bruikleen

Aya Sabi is columnist en auteur van Verkruimeld land.

Ik denk in het Nederlands. Wanneer ik tegen mezelf praat of grapjes in mijn hoofd herhaal en hardop giechel, doe ik dit in het Nederlands. Ik spreek het vlotst in het Nederlands. Ik schrijf in het Nederlands. Ik heb een hele carrière gebouwd met deze taal alleen.

Ik heb me er ondertussen bij neergelegd dat het Nederlands toch nooit helemaal van mij zal zijn. Ik vergeleek dit eerder al met een bord waarin de buurvrouw je iets lekkers heeft gebracht en waar je dus extra voorzichtig mee bent. Wanneer je het lekkers opeet, wanneer je het bord wast en afdroogt. Het is niet van jou, dus het mag zeker niet breken. Het Nederlands is andermans bezit. Ik heb de taal in bruikleen.

De opmerkingen die ik krijg over mijn taal zijn niet op één hand te tellen. Mijn uitspraak is inderdaad gekleurd, dus zo gek is dat niet. Ik moet niet lang praten voor de meeste mensen horen dat ik van Limburg ben. Voor anderen is mijn tongval vreemd, omdat mijn uiterlijk hen verwart. Ik ben een vreemde, dus dan moet mijn taal ook even exotisch zijn als mijn huidskleur en mijn afkomst. Wat zegt dit over mijn taal of over mijn capaciteiten om deze te spreken, te gebruiken, er literatuur van te maken: helemaal niets. Wat zegt dat over deze mensen? Alles.

Laatst was er een meneer die naar een poëzievoordracht van mij was komen kijken. Hij vond het werkelijk waar prachtig en kwam me dan ook persoonlijk feliciteren. Waarvoor dank, nog steeds. Hij vond het vooral opmerkelijk hoe traag ik sprak en ik daardoor zo goed te verstaan was. Ik bedankte hem. Hij bedoelde het oprecht goed, dat voelde ik, maar dan voegde hij eraan toe dat ik waarschijnlijk traag sprak omdat het Nederlands niet mijn moedertaal is en ik daardoor langer moet nadenken.

De tekst die ik voordroeg, daar had ik inderdaad lang en intensief over nagedacht – in maart, toen ik de tekst schreef. Niet ter plekke. Het enige wat ik moest doen, was de tekst voorlezen en na 25 jaar in Nederlandstalig gebied – mijn hele leven – lukt dat me ondertussen aardig. Ik vertelde de meneer dat ik denk in het Nederlands dus dat Nederlands wel mijn moedertaal is. Ik voegde er nog aan toe dat ik al meer dan vijf jaar ervaring heb, dus dat ik weet wat ik doe. Dat het daarom waarschijnlijk goed was. Ik vraag me af hoe ik mezelf nog kan bewijzen. Wanneer is het genoeg?

Ik bedankte hem voor de babbel. De sfeer was duidelijk omgeslagen. Hij zei nog snel dat hij genoot van mijn columns. Misschien was dat zijn manier om te voorkomen dat ik over hem zou schrijven. Dat doe ik ook niet. Deze column gaat over mijn ervaring van drie minuten met deze meneer, niet over hem. Het gaat over hoe hij ontdekte die dag dat moedertaal niet letterlijk de taal van je moeder is. Dat er tussen generaties een overgang kan gebeuren: van Marokkaans-Arabisch, wat de taal van mijn moeder is, naar Nederlands, wat nu mijn taal is.

Vaak valt de realiteit niet samen met het beeld in ons hoofd. Dan kunnen we het beeld in vraag stellen, niet de werkelijkheid.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234