Zondag 25/10/2020

Column

Het lijkt erop dat in een relatie slechts één iemand de op-tijd-komer kan zijn

Beeld Damon De Backer

Lize Spit won de Bronzen Uil met haar succesdebuut ‘Het smelt’. Ze groeide op in Viersel en woont in Brussel.

In mijn vorige relatie was ik de grootste zenuwpees van de twee. Diegene die een kwartier op voorhand wilde vertrekken naar een station dat zich op vijf minuten van de voordeur bevond. “Maar we hebben nog alle tijd”, zei mijn ex-vriend als ik klaarstond met zijn ­sleutelbos en zijn schoenen in de hand. “We gaan zeker tien minuten in de kou op het perron moeten staan ­koekeloeren!”

Ik kon het nooit uitleggen. Het was alsof er een half uur voor vertrek een soort trechter in mijn gedachten ontstond, ik werd naar dat vertrekuur gezogen, alles kwam in het teken daarvan te staan, en omdat ik toch niets anders meer gedaan kreeg, kon ik er maar beter aan toegeven. Meer nog dan te laat komen, haatte ik het om te moeten rennen om een trein te halen. Liever de ­overzichtelijke, onnodige zenuwen, dan de chaotische stress bij het gehaast naar een trein die voor je ogen kan wegrijden.

Keer op keer wandelden mijn vriend en ik te vroeg naar het station. Hij achteraan, mopperend omdat hij nuttigere dingen te doen had dan wachten; ik, beschaamd omdat ik wist dat hij gelijk had. We zouden tien minuten op het perron staan koukleumen, mijn vriend zichzelf warmend aan de triomf van zijn gelijk. Er valt voor een zenuwlijder eigenlijk niets te winnen, er valt nooit een zege te halen – op tijd komen is evident, het is het minste.

In mijn huidige relatie is het omgekeerd. R.’s zenuwpezen zijn ietsje ontwikkelder dan de mijne. En tot mijn eigen verbazing lijkt het erop dat in een relatie slechts één iemand de op-tijd-komer kan zijn. Er zijn twee rollen te verdelen en mijn lievelingsrol is nu door R. ingepikt. Ik ben diegene geworden die talmt voor ­vertrek, die nog snel een wasmachine opzet of wil plassen of een warmere trui uitzoekt. Terwijl R. een half uur op voorhand al vertrekkensklaar is met sleutel in de hand en mondmasker op. Ik sta versteld van de rol als treuzelaar die ik toegemeten kreeg en die me eigenlijk niet ligt, want ik ben heus niet iemand die te laat komt, ik ben gewoon niet iemand die zó vroeg wil komen. R. had me in m’n vorige leven moeten zien, mopper ik.

Geregeld denk ik tijdens mijn getalm aan ‘Meneer Foster’, een personage uit een verhaal van Roald Dahl. In Op weg naar de hemel wordt Mevrouw Foster ­telkens bewust opgehouden door haar man als ze ergens heen moeten, omdat hij stiekem geniet van haar ­nervositeit. “Hij kwam dan veel te laat eindelijk uit zijn studeervertrek en met zijn koele, droge stem opperde hij dat ze zo langzamerhand maar eens moesten gaan, vond ze ook niet?”

Meneer Foster moet dat getreiter met zijn leven ­bekopen: zijn gehaaste vrouw laat hem op weg naar het vliegveld bewust achter in een defecte lift. Pas bij haar thuiskomst, zes weken later, belt ze de ­lifthersteller.

Nu, ik ben Meneer Foster niet. Ik geniet niet van mijn getalm en ik wil R. niet doelbewust tergen. Wel is het een heimelijke twist om de controle. Tussen wie beslist en leidt, en wie volgt en zich tegen de rolverdeling verzet. Gelukkig nemen R. en ik elke keer samen de lift.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234