Woensdag 20/11/2019
Mark Coenen Beeld Bob Van Mol

Column

Het licht, dat al een tijdje uit vaders ogen was, is voorgoed gedoofd

Mark Coenen, adviseur en opleidingshoofd van de Hasseltse hogeschool PXL, gaat op wandel met de week.

Dinsdagnamiddag, op weg naar het rusthuis waar mijn vader zijn laatste adem aan het oefenen is, hoor ik op de radio het bericht van het heengaan van Tante Terry.

Het woord icoon valt.

Jeugdsentiment is het beste sentiment.

Ik was wel meer een Nonkel Bob-man, dat Kraakje klonk mij te schel.

En tante betuttelde te veel.

Maar toch.

Ze was familie van ons allemaal: een soort Sofia Loren uit Hoboken, het idool van menig jongmens dat stiekem verliefd was op haar in een tijd waarin de nationale omroep enkel op onpare dagen uitzond.
Ruth Joos belt met Paula Sémer, die de aflijvige goed gekend heeft.

Wat een feest.

Dame Sémer is 92 en nog zo kwiek als een kievit en zo ter taal als geen ander.

Wat ze zegt, hoe ze het zegt: een balsem en een zegen tegelijk.

In dat prachtige, onberispelijke en voorname Nederlands van haar.

Ruth Joos, anders ook niet op haar mondje gevallen, luistert eerbiedig acht minuten lang naar haar exposé.

Mevrouw Sémer legt de hele begingeschiedenis van de televisie uit in een hoorcollege om duimen en vingers bij af te likken. Ze kent nog alle namen van alle mensen.

“Terry was van ons drieën de meest glamoureuze. Ik was de moederlijke, schijnt het, (lachje) en Nora (Steyaert) het kakelnestje.”

Het moet van 1972 geleden zijn dat ik het prachtige woord kakelnestje nog heb horen gebruiken.

Wat een klasse.

Als Terry de tante van ons allemaal was, dan is Paula Sémer onze vorstin.

Een standbeeld aan de Reyerslaan: dat verdient ze.

Minstens.

In het rusthuis gaat het intussen van kwaad naar erger.

Ons eigen icoon heeft het moeilijk.

Zijn laatste adem is geen adem maar een pufje.

Het vat was af, de fles leeg.

Het licht, dat al een tijdje uit zijn ogen was, voorgoed gedoofd.

Ed è subito sera: in een mum is het avond.

We worden opgevangen door een brede Surinaamse verpleger, die koffie haalt en ons bijna monter condoleert.

Maar zo is dat natuurlijk niet bedoeld.

Zelfs in onze donkerste momenten houdt hij de moed erin.

Dat helpt.

Zijn collega gebaart dat ons vader de vijfde is van wie de rittenkaart van de tram des levens in januari vol was. Hij zucht ervan.

Wij leggen propere kleren klaar waarin hij de oversteek gaat maken.

Zijn dikste sokken ook, want hij had altijd koude voeten.

Wij hielden van hem omdat hij ons vader was.

Wij hielden van hem omdat we van ons moeder hielden.

Hij was vele vaders tegelijk en door elkaar: een kwaaie, een lieve, een doodbedroefde, een sentimentele, een diepgelovige, een uitbundige, een eenzame, een hardwerkende, een bezorgde. En op het laatst: een verweesde.

Hardhorig, hardleers.

Koleriek.

Hij overleefde al zijn vrouwen: mijn zus, mijn moeder en zijn tweede vrouw.

Lang dachten wij: hij is te koppig om dood te gaan.

En ook: als hij daarboven zoveel ambras maakt als hier beneden, sturen ze hem gewoon terug.

Hij maakte het ons soms moeilijk om van hem te houden.

Maar dat deden we wel. Dikwijls op karakter.

Dat we van hem hebben, ongetwijfeld.

Op zijn doodsbrief staat een vers vers uit de nieuwe bundel van de oude Campert.

Ik laat achter wat mij zorgen baarde

Ik sta op in de dood

Een vrije mens

Die zich thuis voelt in tijdloosheid.

Rik Coenen werd 89.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234