Donderdag 22/08/2019

Column

Het leven was dit jaar op z’n lelijkst, er viel niet mee te onderhandelen

Marnix Peeters. Beeld Bob Van Mol

Op zijn berg in de Oostkantons schrijft Marnix Peeters over vrijheid, vogels, zijn vader en zijn vrouw. Zijn nieuwe roman Ik heb aids van Johnny Diamond verscheen bij Pottwal Publishers.

Ik had mijn zus Chris een kerstbrief gestuurd ­– in plaats van een hoop nietszeggende rendiergifs te verzenden lijkt het me beter om al die energie in één speciale geadresseerde te stoppen. Ik schreef dat het een wreed en roofzuchtig jaar was geweest en dat ik hoopte dat iets of iemand ervoor zou zorgen dat wij rond deze tijd volgend jaar zullen kunnen terugkijken op meer vrede en zachtmoedigheid, en minder verlies.

Het was een jaar van ziekenhuizen en kerkhoven. In onze familie zal niemand later ooit zuchtend zeggen: was het nog maar 2018. Je sluit je ogen en je ziet een zwarte akker met wat schrale winterstammen, je hoort kraaien krassen en het heilloze geklep van een kerkklok. Het leven was dit jaar op z’n lelijkst, er viel niet mee te onderhandelen. Geen gijzelaars nemen, had de schepper gezegd.

Mijn vrouw en ik zijn naar het verre Zuiden gereden. Wij hebben onze intrek genomen in een eenvoudig huisje in een godverlaten bergdorp, waar wij proberen de verloren werkdagen van het voorbije jaar goed te maken. Tussen twaalf en vier wordt het warm genoeg om te wandelen, dan klimmen wij via de droge rivierbedding de berg op, rozemarijn plukkend voor bij het eten en hout en dennenkegels sprokkelend voor het vuur dat tegen de avond onontbeerlijk wordt.

Er is verder niets te doen. Mijn vrouw leest in Stephen Hawking en Genki Kawamura, ik in Grand Hotel Europa. Het douchewater is koud en de koffie komt uit een doorzijgapparaat. Als de verbinding goed is, kijk ik ’s avonds laat bij een groot glas The Glenlivet naar het WK darts. Ik vind eenvoudige spelletjes enorm fascinerend, ik kijk met ongeloof naar dat kolkende, vettige publiek en ik word elke keer weer gelukkig van die ene arbiter met zijn doorrookte stem en z’n overdreven verrukte one-hundred-and-ééééééighty! – het klinkt alsof de duivel heeft gescoord.

In de voormiddag is het in het huis muisstil, dan wordt er gewerkt. Er wordt vlak na het opstaan met werken begonnen – dan is het hoofd op zijn best. Elke beslissing die je neemt, hoe onbeduidend ook, heeft een negatief effect op je creatieve vermogens. Daar is ooit onderzoek naar gebeurd, maar je vóélt dat ook gewoon. Met de auto naar Brussel rijden, dat zijn duizend kleine beslissingen, als je aankomt staat de vijver al bijna droog.

Een schamel fornuis en slecht gereedschap maakt het koken lastig – straks doe ik de rozemarijn in een saus van verse tomaten en look, voor bij de langoustines. Mijn vrouw kijkt ernaar uit, zegt ze, wat de druk doet toenemen.

Later op de avond lees ik haar voor uit Pfeijffer, die beschrijft hoe de liefde hem aanzette om boven zichzelf uit te stijgen: ‘Geen enkele grote liefde die die naam waard is, kan ooit zorgeloos zijn. Zonder de angst om tekort te schieten is de liefde slechts tijdverdrijf of bestrijding van eenzaamheid. Daar wordt een man niet beter van, en de wereld al helemaal niet.’

Dat is mogelijk gedeeltelijk waar, zegt zij.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden