Maandag 14/10/2019
Marnix Peeters. Beeld Bob Van Mol

Column

Het komt wel goed, moeke, had hij gezegd

Op zijn berg in de Oostkantons schrijft Marnix Peeters over vrijheid, vogels en zijn vrouw. Zijn nieuwe boek In elke vrouw schuilt haar moeder is nu uit.

Omdat haar gezondheidstoestand in korte tijd fel was achteruitgegaan en mijn vader thuis de zorg voor haar echt niet meer aankon, hebben wij mijn moeder deze week laten opnemen in een zorginstelling.

Mijn vader had tijdens hun laatste nacht samen geen oog dichtgedaan, en zat, toen wij ’s ochtends vroeg het ouderlijk huis binnenkwamen, op een stoel naast haar ziekbed, haar stukjes brood met confituur voerend. Moeizaam, met kleine slokjes, als een vogeltje, dronk zij van haar koffie uit een plastic beker met twee grote oren. Toen de vriendelijke ambulanciers haar kwamen halen, had mijn vader kregelig en hulpeloos staan toekijken, niet meer in staat om zijn nochtans goed beveiligde emoties te verbijten.

Het komt wel goed, moeke, had hij gezegd.

Naast wat hij heeft doorstaan, is het peanuts, maar het was vermoedelijk de zwaarste dag uit mijn volwassen leven, zei ik ’s avonds tegen mijn vrouw, die me de hele dag had bijgestaan. Dat betekent allicht dat ik een zondagskind ben, zo op m’n 52ste, maar het was ook écht wel heel heftig. Het is een eindpunt. Nu is alles anders. Niets wordt ooit nog goed. Een huwelijk van bijna zestig jaar wordt in de feiten ontbonden. Twee mensen die op een paar ziekenhuisopnames na nooit één nacht van elkaar gescheiden werden, worden op een weerloze leeftijd uit elkaar gehaald. Al die gewoontes, al die ingesleten woorden en daden, al die taalloze verstandhoudingen worden nietig verklaard. Die grom: kom, we gaan slapen.

Beeld Marnix Peeters

Ik durf me de eenzaamheid amper voor te stellen, zei mijn vrouw, mijn nek knedend.

Je was er zo gewoon aan geworden dat het nog amper opviel, na al die jaren, zei ik, maar je moet eens optellen van hoeveel mensen je hier hulp krijgt als het slecht met je gaat. In die paar laatste dagen alleen al: die twee meisjes van het Wit-Gele Kruis die pas geleden nog het ziekenhuisbed in de woonkamer hadden geïnstalleerd en die het morgen weer komen ophalen, de huisdokter, het kookmeisje, de dame van de CM die het niet-dringend liggend vervoer probeerde te regelen, de verpleegster die haar vanmorgen een laatste keer kwam wassen en aankleden, de twee vriendelijke ambulanciers, de receptioniste en de coördinator van de zorginstelling, de directeur van Orelia die zo zijn best voor ons had gedaan, de vier verpleegkundigen die kennis kwamen maken, en ik vergeet er vast nog een dozijn. 

Het gaat soms rap-rap, er is geen tijd voor praatjes en complimenten, je hebt soms het akelige gevoel dat je een zorgfabriék bent binnengestapt, maar het ís er allemaal wel. En dat was dan alleen nog maar voor dat ene kleine moedertje van mij, voor dat éne zieke vogeltje. Beeld je het zorgmónster in dat elke dag die tienduizenden vogeltjes zoogt en door de dag heen helpt. Dat is toch wel heel mooi.

Dat is prachtig, beaamde mijn vrouw, en zij keek mij aan, en in gedachten zag ik mijn moeder in dat vreemde zorgbed liggen, en mijn vader in het vertrouwde zijne, voor altijd alleen, allebei voor altijd alleen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234