Dinsdag 22/10/2019
Beeld Damon De Backer

Column

Het huis is plots vier keer groter dan wat ik gewend ben, van mezelf lijkt er maar een kwart over

Auteur Lize Spit en haar collega Bregje Hofstede , allebei 31, vertellen beurtelings over hun leven.

Tien jaar lang woonden we in een appartementje in Anderlecht waar we oorspronkelijk dachten maar een vijftal jaar te zullen blijven. We hadden een hele zomer besteed aan het opschuren van de vloeren en deurkaders. Het was charmevol, met sierlijsten op de ­plafonds, maar het was klein – de ronde keukentafel werd enkel van de muur weggeschoven wanneer er bezoek was, en bij een nachtelijke ruzie kon je onmogelijk bij wijze van statement met je hoofdkussen naar de bank trekken, die tocht zou grotesk en lachwekkend zijn want vanuit de zetel kon je nog steeds handjes schudden met wie in bed lag.

We sliepen in een twijfelachtige twijfelaar en hadden kleine meubels. In de hoek van de woonkamer stond een Torck-lessenaar die eigenlijk op maat van kinderbenen gemaakt was, wat we ons pas na de aankoop realiseerden.

Mensen die ik mijn hele leven enkel als volwassenen had gekend (ouders, nonkels, journalisten van boven de veertig) zaten er in dit huis dubbelgeplooid bij, alsof zij zich voor hun lengte en omvang geneerden. Jeroen Olyslaegers en Yves Desmet, die langskwamen voor een dubbelinterview en plaatsnamen op het turquoise tapijt met wollen frutsels, leken wel twee pionnen uit een andere speldoos.

Langzaam groeiden we er zelf uit. Na een lange ­zoektocht vonden we een appartement op nog geen boogscheut van onze oude woning, met dezelfde ­sierlijsten maar een heel pak ruimer. De slaapkamer lag achter in het huis, gescheiden van de woonkamer door een heuse gang. Zo’n gang waar je, in geval van nachtelijke spanningen, pas echt een statement kon maken, je kon met je hoofdkussen wegmarcheren en je kreeg op weg naar de zetel zelfs nog de tijd over je beweegredenen te bezinnen.

De een zou er ’s nachts kunnen slapen en de ander zou er ’s nachts kunnen schrijven, zonder dat het licht of het getokkel op het toetsenbord stoorden, want er waren tussendeuren. Er was een aparte wc, er was een extra slaapkamer, waar later een kinderbedje in zou passen – en ook het Torck-meubel zou dan eindelijk kunnen gaan dienen!

Een half jaar waren we met machines in de weer, om deuren en vloeren en gietijzeren radiatoren op te schuren. In een huis met zulke hoge ­plafonds en met zo’n grote kamers zou er van gesomber geen sprake meer zijn, hier zou de gekende portie ­melancholie met licht en lucht aangelengd worden en verdunnen, het getwijfel zou minstens voor de helft ­vanzelf oplossen.

Uiteindelijk trok ik er toch alleen in, moet ik er alleen zien te aarden.

Van zestig vierkante meter voor twee personen, naar honderdtwintig vierkante meter voor één persoon. Het huis is plots vier keer groter dan wat ik gewend was, van mezelf lijkt er maar een kwart over. Wat ik ook doe, ­slapen of werken, de andere kant van het huis blijft altijd leeg.

Soms marcheer ik midden in de nacht die lange gang door met mijn hoofdkussen onder de arm, naar de zetel, nadat ik in bed ruzie heb liggen maken met mezelf.

Lize Spit

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234