Zaterdag 25/05/2019

Column

Het gevaar van neergang negeren omdat men recent nog vooruitgang boekte, wijst op een denkfout

Mark Elchardus. Beeld Bob Van Mol

Mark Elchardus is emeritus professor sociologie aan de Vrije Universiteit Brussel (VUB) en opiniemaker bij De Morgen. Zijn column verschijnt elke zaterdag

Vijf jaar geleden voerde ik onderzoek naar de toekomstverwachtingen van jongvolwassen inwoners van België, mensen 25 tot 35 jaar oud. Wat hun persoonlijk leven betrof, bleken ze buitengewoon optimistisch. Ruim acht op de tien meenden dat ze het even goed, beter of zelfs veel beter zouden doen als/dan hun ouders, en dat voor haast alle aspecten van de levenskwaliteit.

Hun kijk op de maatschappelijke toekomst daarentegen bleek gitzwart: steeds meer rampen door opwarming van de aarde, verlies van bedrijven aan lageloonlanden, stijgende werkloosheid, afbouw van de verzorgingsstaat, meer armoede, spanningen en zelfs gewelddadige conflicten tussen moslims en niet-moslims… 

Ik omschreef die toekomstvisie als declinisme, geloof in neergang. Onderzoek in het buitenland laat zien dat dat geen typisch Belgisch verschijnsel is. Over de laatste vijf jaar werd ook duidelijk dat in menig land populistische leiders net dat gevoel aanboren om te pleiten voor een kordaat herstel van hun samenleving – denk maar aan ‘Make America Great Again’. Het door hen voorgestelde recept omvat doorgaans een radicale breuk met het gevoerde beleid, soms ook met de gevestigde instellingen, niet zelden vergezeld van een roep om een sterke leider.

Spectaculaire vooruitgang

Om het succes van de populisten te bestrijden, verschenen recentelijk boeken en tal van krantenartikels met de boodschap dat we het in Westen nog nooit zo goed hadden. Tegelijk wordt in grote delen van de wereld spectaculaire vooruitgang geboekt. Nooit eerder in de geschiedenis van de mensheid werd de situatie van zoveel mensen zozeer en op zo’n korte tijd verbeterd. 

Meer dan een miljard van hen ontsnapte recentelijk aan armoede en onveiligheid. In grote delen van de wereld ademt men nu zuiverder lucht dan vijftig jaar geleden. Ook al hangen die boeken en artikels soms een wat eenzijdig positief beeld op, hun boodschap en de vaststellingen die ze rapporteren, zijn waar, belangrijk en worden al te vaak vergeten.

Die vaststellingen worden doorgaans aangegrepen om het gevoel van neergang te negeren of weg te wuiven als een uiting van irrationele angst. De mensen heten dan verblind te zijn door angst, zozeer dat ze de werkelijkheid niet meer zien, ongevoelig worden voor hun comfort en hun privileges. 

Dat lijkt me een dwaze, zelfs gevaarlijke reactie. Voor elk van die zogeheten angsten kan men immers een paar meters boeken en rapporten aanwijzen waarin experts en wetenschappers dezelfde bedreiging signaleren en detailleren. 

Declinisme is geen angst, maar een bewustzijn van bedreigingen. Het gevaar van neergang negeren omdat men het goed heeft of omdat men recent nog vooruitgang boekte, wijst op een denkfout, namelijk het idee dat trends zelfonderhoudend zijn, niet kunnen keren. Het geforceerde optimisme dat we nu alom zien, grenst aan onverantwoordelijkheid: ‘Kijk, we zijn toch goed bezig?’ Dat men daarmee het succes van populisten hoopt te stuiten, is geen excuus.

Modernisering

Er is nood aan echt optimisme: aan de bereidheid de bedreigingen te zien als reële uitdagingen en de wil deze aan te gaan. De grootste bedreiging ligt niét in de concurrentie van lageloonlanden, ongecontroleerde migratie en gebrekkige integratie, klimaatverandering, toegenomen ongelijkheid, instabiliteit van de landen rond Europa, cyberspionage en cybersabotage, de groei van China… 

Het echte gevaar schuilt in blindheid, vergetelheid en gebrek aan wil. We mogen niet blind zijn voor de uitdagingen waar we voor staan. We mogen niet vergeten welke waarden en instellingen ons en de rest van de wereld vooruitgang gaven. Er is wil nodig om trouw te blijven aan die waarden en instellingen.

In zijn bijdrage aan dit debat (Enlightenment Now: The Case for Reason, Science, Humanism and Progress) wijst Steven Pinker op de rol van de verlichting, vooral dan van humanisme en wetenschap. Eigenlijk gaat het om het meer omvattende geheel van culturele en institutionele factoren dat men samenbrengt onder het etiket ‘modernisering’. 

Door middel van dat pakket hebben steeds meer landen een bevolking die grotendeels bestond uit analfabeten die korte en vaak brutale levens leidden, getransformeerd in samenlevingen van licht obese, goed opgeleide, autorijdende middenklassers die fietsen beschouwen als een progressieve uitdaging. Wie dat geen reële vooruitgang acht, kan de samenlevingen proberen die nog niet door deze transformatie gingen.

Het is waarschijnlijk dat naarmate ze de vruchten van modernisering plukken, verschillende culturen verder verschillende paden zullen uittekenen en volgen. Niemand gelooft nog in een einde van de geschiedenis waarbij alle landen democratie en markteconomie omarmen. Landen en groepen van landen zullen in het eigen verleden die instellingen moeten onderkennen die hun onderscheidende eigenheid vormen en waarmee zij de hedendaagse uitdagingen willen aangaan. Voor Europa zijn dat volkssoevereiniteit, rechtsstaat, verzorgingsstaat, seculiere staat en wetenschap.

Over dat lijstje kan worden gedebatteerd en zo’n debat is vandaag aan de orde. Volgens de Franse historicus René Grousset werd geen enkele beschaving ooit van buitenaf vernield, zonder dat ze zichzelf vooraf van binnenuit had geruïneerd. “Beschavingen plegen zelfmoord”, schreef hij “als zij vergeten waarvoor zij staan, als de centrale ideeën waarrond zij groeiden haar vreemd worden.” 

De angst die we bovenal moeten vrezen is de schrik van de eigen identiteit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.