Dinsdag 20/08/2019
Marnix Peeters. Beeld rv

Column Marnix Peeters

Het Frans zou uitsluitend moeten worden gebruikt voor dingen waar men tegen opziet

Op zijn berg in de Oostkantons schrijft Marnix Peeters over vrijheid, zijn vogels en zijn vrouw.

Nadat wij mijn verjaardag in het sympathieke Zwarte Woud hadden gevierd, besloten wij om niet door Duitsland terug te rijden maar een ommetje te maken langs Metz, waar vrienden ons allerlei goeds over hadden verteld. Eerst stopten wij nog voor een koffie in Baden-Baden, een prachtig kuurstadje vlak bij de Franse grens.

Een naam is zo belangrijk, zei mijn vrouw. Je wilt gewoon eens in Baden-Baden geweest zijn. Had het Braunlauf geheten, we waren er gewoon voorbijgereden. Ik ben er zeker van dat mensen gelukkiger zijn als ze in Baden-Baden wonen.

‘Als je de hele tijd de A12 ziet, dan wórd je de A12’ is haar favoriete levenswijsheid.

In Metz was de cultuurschok aanzienlijk. Wij waren dagenlang die aardige Duitsers gewend geweest, en plots moesten wij het stellen met Fransen.

Verveeld kauwgommend sloeg een meisje met een dienblad onder haar oksel ons gade terwijl wij ons op haar terras installeerden. Roepend vroeg ze of het om te eten was. Ofschoon het nog geen twee uur was, zei ze dat dat niet meer ging, draaide haar rug en ging voort met het roken van haar sigaret.

Ofschoon het nog altijd geen twee uur was, zei de uitbater van een Italiaan iets verderop dat wij maar vroeger hadden moeten komen want dat zijn eten op was. Il faut venir plus tôt, hein – het was op de toon van een leraar die tegen Benny zegt dat hij zijn les maar had moeten leren, terwijl hij een nul op het blad trekt.

Na nog twee van zulke terrassen gingen wij uit puur landverraad een frietje eten bij McDonald’s.

Als je jong bent, vind je dat vast cool, zei mijn vrouw. Dan denk je dat je erbij hoort als een ober je als een lastige bijkomstigheid van z’n vak behandelt. Maar ook hier geldt de A12-regel: als je de hele dag met dit soort lullo’s te maken krijgt, dan word je op den duur zelf een lullo.

Je kunt het voor iedereen plezierig maken. Je kunt zeggen: het spijt me, maar mijn ravioli is zo lekker dat elke middag heel Metz hem komt opvreten, maar kom zeker morgen terug – u móét ’m geproefd hebben! In plaats daarvan loop je wat van je Franse neus te maken en krijgt iedereen het gevoel dat het leven toch niet zo plezierig is als eerst gedacht. Dat dit volk de term joie de vivre heeft uitgevonden, is opzienbarend. Het Frans zou uitsluitend moeten worden gebruikt voor dingen waar men tegen opziet. Hoe zeg je stempellokaal in het Frans? Hondenwei? Tolhuis? Lelijke hoed? Leverziekte of buienzone?

Aldus ideale woorden rangschikkend maakten wij dat wij weg waren, en goed anderhalf uur later bereikten wij Trier, en vervolgens al snel ons dorp in de Oostkantons, waar de geraniums naar water dorstten en waar wij vrede namen met een restjespasta van gerookte kip, spinazie, room en geroosterde pijnboompitten.

Wat een dag alweer, zei mijn vrouw glimlachend, want de vreugde haalt het altijd met gemak van de narigheid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden