Maandag 14/10/2019

Frank Vandenbroucke

Het Europese probleem van de linkerzijde

Voorzitter van de Europese Commissie Jean-Claude Juncker, Voorzitter van de Europese raad Donald Tusk en Voorzitter van de Eurogroep Jeroen Dijsselbloem. Beeld ANP

Frank Vandenbroucke is hoogleraar aan de KU Leuven.

Een hevig conflict, uitgevochten op het scherp van de snede, verdeelt ook de toeschouwers in kampen. We kijken niet toe als koele analisten, zeker niet wanneer een van de vechtende partijen zoveel zwakker is dan de andere, a fortiori, wanneer economische onmacht staat tegenover economische macht, en wanneer armoede en wanhoop om zich heen grijpen in de zwakke partij.

We begrijpen dat alle strijdende partijen in de escalatie van de voorbije maanden zware fouten hebben gemaakt - deze escalatie kon worden vermeden - maar we hebben toch meer sympathie voor Tsipras dan voor de as Dijsselbloem-Schäuble. We weten dat Griekenland sociaal en economisch mismeesterd was lang voor de crisis, maar een crisisbeleid dat eenzijdig op besparingen gericht is, biedt geen oplossingen. Geen wonder dus dat de figuur van Dijsselbloem in de vele jeremiades over de onmacht van de Europese sociaaldemocratie wordt verketterd als symbool van ondemocratische technocratie en links verraad. Dit is niet wat ik in dit stuk zal herhalen: ik zal noch Tsipras, noch Dijsselbloem aan de schandpaal nagelen. Loutere klaagzangen verhinderen inzicht in het Europese probleem van de linkerzijde. Ze bieden dus ook geen uitzicht op een oplossing. Zoals Joop den Uyl vroeger zei: geen uitzicht zonder inzicht.

Frank Vandenbroucke. Beeld Tim Dirven

De escalatie van de voorbije maanden is het resultaat van een structuurprobleem in de eurozone. Dat probleem is geen excuus voor manke economische recepten (zoals een eenzijdig bezuinigingsbeleid) of politieke noodgrepen (zoals het plots afkondigen van een referendum) maar het verklaart waarom de eurozone zo vatbaar is voor de noodlottige escalatie die we hebben gezien, en waarom er geen rationeel debat over de toe te passen recepten ontstaat. Zeer kort samengevat schiet de eurozone tekort met betrekking tot het delen van soevereiniteit en van risico's.

Solidariteit organiseren

In de jaren voor de crisis zagen we, in casu tussen Griekenland en de kernlanden van de eurozone, een scherpe divergentie in sociaal-economische ontwikkelingen. Deze evolutie was niet houdbaar, maar er werd niet tegen opgetreden. Los van de vraag hoe best wordt opgetreden bij divergentie (het antwoord is: symmetrisch, met een spreiding van de aanpassingslast), weten we dat efficiënt optreden een inperking van de nationale soevereiniteit veronderstelt. Daar ligt het eerste knelpunt. Nu kun je tijdelijke, uiteenlopende ontwikkelingen nooit helemaal vermijden; onvoorziene crisissen kunnen bepaalde landen sterker treffen dan andere. Daarom zijn ook mechanismen nodig om economische en financiële risico's te delen in de eurozone. Risico's delen betekent solidariteit organiseren. Daar ligt het tweede knelpunt. Paul De Grauwe belichtte deze knelpunten eerder al in deze krant.

In de mate dat er tijdens de voorbije jaren solidariteit tot stand kwam, was ze het resultaat van moeizame onderhandelingen tussen regeringsleiders; ze zat niet als een automatisme ingebakken in het Europese systeem. Tijdens de voorbije jaren zijn voorstellen op tafel gelegd waarbij risicodeling een veralgemeend of zelfs automatisch karakter krijgt: een begroting voor de eurozone die steun biedt aan landen in economische moeilijkheden, euro-obligaties (risicodeling met betrekking tot de rente op overheidsobligaties), een Europese werkloosheidsverzekering (risicodeling voor een deel van de werkloosheidsuitgaven), enzovoort.

Op al deze voorstellen is wel wat aan te merken: in vergelijking met het permanente crisismanagement van vandaag zijn de mechanismen die ze tot stand willen brengen echter superieur, precies omdat ze automatisch en wederkerig zijn. Maar ze stuiten op diepe argwaan: de Europese landen vertrouwen elkaar niet wat betreft de kwaliteit van hun sociaal-economisch bestel. Het is zoals met mensen die elkaar niet vertrouwen: die sluiten niet makkelijk een onderlinge verzekering af, hoe rationeel dat ook zou zijn.

Het is een bekende patstelling, die in het bijzonder weegt op de Duits-Franse as: de pro-Europese krachten in Duitsland (type Schäuble) zijn gewonnen voor het delen van soevereiniteit, maar staan huiverachtig tegenover het delen van risico's. De Fransen zijn gewonnen voor het delen van risico's, maar stonden tot nu toe huiverachtig tegenover het delen van soevereiniteit. Daardoor komt een politieke unie, waarin soevereiniteit en risico's worden gedeeld, niet tot stand. Het gevolg is een aaneenschakeling van crisissen die de anti-Europese krachten overal voedt.

Voor de sociaaldemocratie is deze vicieuze cirkel bijzonder bedreigend: ondanks alle tekorten van het Europese project heeft ze veel te verliezen bij een desintegratie van de Europese Unie, zoals Hendrik Vos en Filip Rogiers terecht schrijven. Waarom lijken de sociaaldemocraten verlamd, in het zicht van zo'n duidelijke bedreiging? Zijn ze gewoon dom? Of principeloos? Was het maar zo simpel... De oorzaken zitten dieper, hebben te maken met tactische maar ook meer fundamentele dilemma's.

Gelijk oversteken

Het electorale gevecht is een nationaal gevecht, ingaan tegen de grondstroom in eigen land een risico: dat Duitse en Nederlandse sociaaldemocraten posities nemen vanuit het 'Duitse' en 'Nederlandse' perspectief, kan ons ergeren maar is niet verrassend. Op de achtergrond daarvan schuilt een nog fundamenteler dilemma, met name voor sociaaldemocraten: nationale soevereiniteit wordt gezien als garantie voor een solidariteit die men kent en veelal waardeert. Nationale soevereiniteit staat voor 'gemeenschapsafbakening', om het in Elchardus' woorden te stellen. Het is geen toeval dat Scandinavische sociaaldemocraten niet willen inboeten op nationale soevereiniteit, zeker niet wat het sociale betreft.

En toch is een terugkeer naar de oude, vertrouwde wereld van soevereine nationale welvaartsstaten een illusie, en een afbrokkeling van de eurozone bovendien een reusachtig risico. Hoe raken we vooruit? Europese sociaaldemocraten moeten samen bepleiten dat inzake soevereiniteit en risicodeling 'gelijk oversteken' aan de orde is: deling van soevereiniteit en solidaire risicodeling zijn allebei nodig; het alternatief is een herhaling van crisissen die telkens opnieuw kunnen escaleren.

Dat pleidooi is niet gewonnen in het Europa van vandaag, maar het is het enige met uitzicht op resultaat. Het is echter ondenkbaar - niet alleen onwenselijk, maar in de praktijk ook onrealistisch - dat soevereiniteit en risico's worden gedeeld zonder een minimale eensgezindheid over de aard van het Europese sociale model, dat wil zeggen over de taak van moderne welvaartsstaten.

Soevereiniteit moet worden gedeeld in een Europese Sociale Unie, met een gemeenschappelijke oriëntatie op afgesproken, realistische sociale doelstellingen en standaarden. Deling van soevereiniteit betekent niet dat Europa de nationale welvaartsstaten 'overneemt': een Europese Sociale Unie is een unie van welvaartsstaten, die het nationale beleid oriënteert en ondersteunt, maar is geen Europese welvaartsstaat. Dat is de linkse puzzel: hij is complex, maar niet onoplosbaar. De puzzelstukken moeten stap voor stap in elkaar worden gepast. Het alternatief is het geleidelijke einde van de sociaaldemocratie als Europese stroming.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234