Dinsdag 15/10/2019

Opinie Louise Hoon

Het Europees Parlement creëerde een wankele democratische procedure. Nu komt die als een boemerang terug

De plenaire zaal van het Europees Parlement in Brussel. Dat parlement ligt er na de verkiezingen verdeelder bij dan ooit. Beeld ANP

Louise Hoon is politiek wetenschapper (Fonds Wetenschappelijk Onderzoek Vlaanderen, Vrije Universiteit Brussel).

Niet enkel in België hebben kiezers de kaarten moeilijk geschud op 26 mei. Ook het Europees Parlement, dat altijd al worstelde om een lappendeken aan nationale democratieën aaneen te borduren, ligt er na de verkiezingen verdeelder bij dan ooit. Dat is op zich al een probleem, aangezien deze instelling enkel functioneert dankzij interne bereidheid tot samenwerking, compromis en brede overeenkomst.

Maar het parlement heeft nog een ander groot probleem. Net als in 2014 trachtte het zijn kiezers te overtuigen op te dagen door te beloven dat een stem ook een rechtstreekse stem was voor de Europese Commissievoorzitter. Maar in het licht van de uitslag blijkt het houden van die belofte, niet geheel onverwachts, onmogelijk en onwenselijk.

De Spitzenkandidaten-procedure kwam tot stand in reactie op het Verdrag van Lissabon. Om het democratisch gehalte van de EU op te schroeven, werd daarin afgesproken dat de benoeming van de Commissie voortaan de uitslag van Europese Parlementsverkiezingen moest reflecteren. Het Parlement zag in deze clausule een kans Europese verkiezingen meer weerklank te geven bij burgers, door een smoel te geven aan de verschillende politieke groepen in het Europees Parlement.

Officieel wordt de Commissievoorzitter genomineerd door de Europese Raad van regeringsleiders, een keuze die vervolgens bevestigd moet worden door een meerderheid van het parlement. Maar de Europarlementariërs besloten op eigen houtje dit proces om te draaien, door af te spreken dat ze hun steun voortaan zouden laten afhangen van een verkiezingsstrijd tussen lijsttrekkers van de politieke groepen in het parlement.

Louise Hoon Beeld rv

Door de tobjob aan de Europese banencarrousel te onttrekken, moesten kiezers het gevoel krijgen dat er daadwerkelijk iets op het spel staat in Europese verkiezingen. De ‘Spitzenkandidaten’ zouden schwung geven aan de campagnes, bewustzijn en enthousiasme genereren bij het publiek.

In 2014 liep dat uit op een flop, met een opkomst van 43 procent. Het is maar de vraag of de fikse verhoging van 10 procent van de opkomst in de laatste verkiezing te danken is aan de Spitzenkandidaten, of aan de urgentie van Europese thema’s als de brexit, het klimaat en migratie.

Naast de beoogde resonantie bij het publiek, trok het parlement op deze manier een belangrijke bevoegdheid naar zich toe, en versterkte het eigenhandig zijn positie ten opzichte van de Europese Raad. Twee vliegen in één klap.

Maar in een welgemeende poging Europese politiek een gezicht te geven, riep het Europees Parlement een wankele democratische procedure in het leven, die nu als een boemerang terugkomt. Terwijl de procedure kiezers voorhield dat ze de Commissievoorzitter rechtstreeks konden kiezen, kan alleen via andere geallieerde nationale partijen gestemd worden voor de kandidaten.

Gissen

Een nog fundamenteler probleem is dat een proportionele verkiezing als de Europese zelden een absolute winnaar kent. Dat geldt op zijn zachtst gezegd voor de laatste Europese Parlementsverkiezingen. Omdat de EVP lijsten heeft in 27 lidstaten, is ze sinds jaar en dag de grootste in het Europees Parlement. Maar de groep kan met moeite de winnaar van de verkiezingen worden genoemd. Met een verlies van 37 zetels, eindigt de groep op een aandeel van 24 procent in het parlement. De Socialisten en Democraten verloren onder het Spitzenkandidat-schap van Frans Timmermans 32 zetels, ondanks zijn glansrijke overwinning in eigen land, en hernieuwd succes voor sociaaldemocraten in Spanje en Portugal.

Dan is er nog de liberale kandidate Margrethe Vestager. Haar ALDE-groep is de enige winnaar in het centrum, al is die groei vooral te wijten aan het toetreden van Emmanuel Macrons En Marche (dat opkwam onder de nieuwe naam Renaissance). Een rechts-liberaal voorzitterschap zou enigszins tegemoetkomen aan de ruk naar (radicaal) rechts die in de hele EU waarneembaar is. Maar omdat Macron zich verzette tegen de procedure, schoof de ALDE officieel geen Spitzenkandidat naar voren in aanloop naar de verkiezingen.

Het blijft dus gissen wie Jean-Claude Juncker opvolgt. Maar de belofte van de Spitzenkandidaten-procedure zorgt er wel voor dat elke uitkomst een heel aantal kiezers bedrogen achterlaat. Het kamp van de Duitse christendemocraat  Manfred Weber zal terecht vinden dat de regels niet veranderd kunnen worden nadat het spel gespeeld is.

Het Timmermans-kamp kan met evenveel recht stellen dat de christendemocraten het monopolie op de positie claimen, dat ze de op één na grootste zijn, en minder hard verloren dan de EVP. De CDU van Weber verloor zelfs in Duitsland.

Het Vestager-kamp, ten slotte, heeft ook geen ongelijk als het de post claimt op basis van de uitslag. Kortom: het Europarlement zal zich moeten afvragen of een verwarrend, inconsequent en misleidend systeem de kloof met de burger daadwerkelijk kleiner maakt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234