Dinsdag 07/02/2023
Bregje Hofstede. Beeld DM
Bregje Hofstede.Beeld DM

ColumnBregje Hofstede

Het bos rook nog nooit zo naar bos als nu het is verdwenen

Auteur Lize Spit en haar Nederlandse collega Bregje Hofstede, allebei 1988, vertellen beurtelings over hun leven.

Bregje Hofstede

In De bomen van A. Alberts (1953, nu heruitgegeven) zijn de belangrijkste figuren zwijgzaam en onhandig. Behalve dan de bomen. Die zijn er gewoon, bedaard mompelend, rustige reuzen waarvan een betovering uitgaat die nooit rechtstreeks wordt benoemd. Ze reiken met hun takken naar het raam van de sociëteit waar de goeiige hoofdpersoon Aart wordt ontgroend. Ze ruisen. Ze blijven staan. Dat is alles. De bomen zijn er gewoon, ‘nooit bang, nooit beschaamd, nooit schichtig ... Die verdomde bomen laten zich nergens door van streek brengen.’

Mijn schoonmoeder appt me dat ze het boek wel lezen wil. “Ik heb iets met bomen.” Van heel oude bomen krijgt ze tranen in haar ogen, vooral als het beuken zijn, begroeid met mos. Zo rustig, zo diep geworteld, onbegrijpelijk, verbonden met de aarde, zegt ze; kant-en-klare, ruisende mystiek voor wie God aan de deur heeft gezet en op de rebound is.

Zoals Vincent van Gogh, de domineeszoon die aan het eind van zijn leven alleen nog geloofde in ‘iets daarboven’. Hij hield van cipressen, van knotwilgen, van olijfbomen. In een brief aan zijn broer bezong hij hun oud-zilveren en groenig zilveren gebladerte, dat hij in een hele serie schilderijen poogde te vangen. ‘Ah, mijn waarde Theo, als je de olijfbomen in deze tijd zou zien...’ Troostrijk, vond hij ze, en oer. ‘Het geruis van een olijfboomgaard heeft iets heel intiems, iets onmetelijks ouds.’

Verwijzen naar de Hof van Olijven – waar Jezus bad om redding en getroost werd door een engel – vond hij te opzichtig. Hij wilde een boomgaard schilderen zonder Christus, die er tóch aan deed denken. Een boomgaard voor deze tijd: geen God, alleen knoestige, verwrongen bomen onder een koperen zon. Ze ruisen. Ze blijven staan. Dat is alles.

En dat is veel, weet ik nu. Elke dag ga ik met mijn hond de heuvel op, over het karrenspoor dat de bosbouwer gebruikt en dan over een reeënpaadje, tot we bovenaan de heuvel weer het wandelpad bereiken, en de laatste tijd hoor ik de machines. Af en toe klinkt er gekraak en dan dreunt, een paar tellen later, het bos. Het kraakt zo hard dat het van binnenin lijkt te komen, zoals die keer dat de kaakchirurg mijn verstandskies per ongeluk versplinterde. Licht flikkert door de ­bomen verderop, licht dat ineens een doorgang vindt.

Als ik de bosbouwer tegenkom, vertelt hij dat hij wel moet kappen: het is te lang droog geweest, dit jaar en de vorige jaren. Ze redden het niet.

Nog een paar dagen blijft het sap omhoog wellen, het schuimt uit de oranje stompen. Het bos rook nog nooit zo naar bos als nu het is ­verdwenen.

Olijfgaard zonder Christus, en zonder olijven: daarmee moeten we het doen, wij kinderen van de 21ste eeuw.

En het ergste is: wij verdomde mensen laten ons nergens door van streek brengen.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234