Donderdag 19/09/2019
Ann De Craemer. Beeld Eric De Mildt

#WoordVanDeWeek

Heeft u ook weleens last van taaljeuk?

Elke week kiest onze taalcolumniste Ann De Craemer het #WoordVanDeWeek. Dat kan een actueel woord zijn, een hip nieuw woord, een woord dat een snaar raakt, een totaal vergeten woord of een woord dat allang had moeten bestaan. Deze week: taaljeuk.

Over jeukwoorden had ik al gehoord, omdat mijn – lees haar! – collega-taalcolumniste Japke d.-Bouma er in NRC Handelsblad zo treffend over schrijft, maar het woord 'taaljeuk' kende ik nog niet. Ik zag het afgelopen week voor het eerst in een tweet van VTM-journalist Patrick van Gompel, en zo mooi vond ik het woord en zo benieuwd was ik naar wat mijn volgers taaljeuk bezorgde dat ik er deze tweet over plaatste.

Ik kreeg bijna tweehonderd woorden toegestuurd. Taaljeuk is dus zo alomtegenwoordig dat de aandoening wat mij betreft een plek in het woordenboek verdient en daar beknopt als volgt kan worden omschreven: 'taalkundige ergernis wanneer men een woord/zinsnede/zin hoort of leest'. Waar die jeuk zich dan fysiek manifesteert, weet ik niet, maar bij mij gaat het eerder om een misselijk gevoel in de maag dan werkelijke jeuk.

Even een paar woorden en zinnen op een rij zetten (oplijsten, om een taaljeukerig woord te gebruiken) die mijn volgers taaljeuk bezorgen:

- belevingsmoment

- een vrouw met ballen

- iemand in zijn kracht zetten

- oplijsten (jawel)

- tweesporenbeleid

- kids

- bubbels

- ciaokes

- bykes

- zeg maar

- me-time

- straffe madam

- naar de toekomst toe

- vlezeke

- groentjes

- kwaliteitsbewaking

- implementatie

- beoordelingsmatrix

- draadje (een Twitterterm die een steile opmars maakt)

- uitrollen

- ik heb zoiets van

- aangeven

- woonachtig

- paranoia in plaats van paranoïde

- ik neem het mee

- een wandeling in het park

- dat is echt haar ding

- ik ga ervoor

Opvallend is de grote vertegenwoordiging in de lijst van managersjargon als 'uitrollen', 'implementatie', 'ik neem het mee' en 'kwaliteitsbewaking'. Zoveel taaljeuk bezorgt mensen de taal van managers dat ik er in mijn boek Heerlijk helder. Weg met krommunicatie een apart hoofdstuk aan heb gewijd en de manageriële dames en heren ook heb uitgelegd waarom ze dat soort vage en dikdoenerige taal beter niet gebruiken: mensen horen meteen dat wanneer je dat wél doet, er gebakken lucht wordt verkocht.

Ook een trend in de taaljeuk is het gebruik van verkleinwoorden – zelf een van mijn grootste taalergernissen. Aan de kassa in eender welke winkel kun je haast niet meer betalen zonder dat de eurootjes en centjes je om de oren vliegen. Onlangs moest ik in de supermarkt een bedrag van 134 euro betalen, en toch werd dat uitgedrukt in 'eurootjes'.

Waarom genieten we ervan om sommige woorden te verfoeien of zelfs te haten? Heeft het met hun fonologie of hun semantiek te maken? Zelden. Bijna altijd zorgt een woord voor taaljeuk omdat men de levensvisie of het wereldbeeld dat erachter schuilgaat verfoeit. 

Neem 'kids' en 'bubbels': wie die woorden gebruikt, zeker in één zin, heeft het bij mij meteen verkorven. Het zijn woorden die symptomatisch zijn voor kneuterigheid, en daarvan loop ik het liefst ver weg. 

Een voordeel is dan weer dat zulke woorden kunnen dienstdoen als kanaries in de koolmijn: als ik word uitgenodigd voor een namiddagje bubbels en onthaasten met de kids, ben ik zeker dat ik moet passen voor het onheil dat mij te wachten staat. Wie zich dus in de toekomst verplicht voelt om me uit te nodigen voor een babyborrel (brrrr) maar mij er eigenlijk liever niet ziet verschijnen, weet nu ook welke termen absoluut in de uitnodiging moeten voorkomen. Verdomd handig, toch, die taaljeuk?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234