Donderdag 19/09/2019

Biënnale van Venetië

Heeft Franstalig België geen kunstenaars van betekenis, misschien?

Het Belgisch paviljoen op een eerdere Biënnale. Beeld epa

De selectie van de Fédération Wallonie-Bruxelles (FW-B) voor de Biënnale van Venetië 2019: de nationale reactie van de actoren van de hedendaagse kunstwereld (directeurs van instellingen, commissarissen, critici, galeriehouders, kunstenaars...).

Binnen de FW-B doen de selectiecriteria voor de kunstenaars voor de Biënnale van Venetië – criteria die keer op keer anders zijn en steevast heel laat worden aangekondigd – niet zelden de wenkbrauwen fronsen. De uitgeschreven oproep om he kandidatuur in te dienen voor de Biënnale van 2019 bepaalde dat “het geselecteerde project een weerspiegeling zal zijn van de levende samenwerking tussen de gemeenschappen in België”. Mooi! Uiteraard hielden de dertien kandidaten zich aan deze bepaling. Voor enkele Nederlandstalige kunstenaars leek deze clausule ook een directe uitnodiging om aan deze wedstrijd deel te nemen, hoewel de twee gemeenschappen traditiegetrouw afwisselend instaan voor het Belgische paviljoen – een van de voorbeelden van een billijke taakverdeling binnen een nationale instelling die perfect functioneerde, zonder daarom samenwerking tussen de FW-B en Vlaanderen uit te sluiten.


Lees ook:

Ophef over inzending voor Biënnale van Venetië: Keuze van Franse Gemeenschap voor Vlaamse kunstenaars valt slecht bij kenners

De bekendmaking van de door minister Alda Greoli gesteunde selectie van een duo van Vlaamse plastische kunstenaars (die weliswaar in Brussel wonen) wekte dan ook onbegrip en zelfs consternatie op. Dat de FW-B zich door Nederlandstalige kunstenaars zou laten vertegenwoordigen, had een valabele politieke of diplomatieke uitgangsoptie kunnen zijn – hoewel ze ons inziens betwistbaar is, zoals we verder zullen zien – maar waarom kon die optie dan niet duidelijk kenbaar gemaakt worden? Zo hadden ze kunnen vermijden dat Franstalige kunstenaars specifiek voor de Biënnale een geheel van werken ontwierpen – een zware opdracht! En zo had ook tijdverlies kunnen worden vermeden voor de commissarissen die instaan voor de selectie.

Het spreekt voor zich dat we in geen enkel opzicht afbreuk willen doen aan het werk van de laureaten, Jos de Gruyter en Harald Thys. Maar dat de minister ervoor kiest om 450.000 euro – de enige grote, vierjaarlijkse subsidie binnen de FW-B – aan kunstenaars van de Vlaamse Gemeenschap toe te wijzen, is op z’n minst verrassend te noemen. De hoop dat binnen twee jaar het omgekeerde gebeurt, is hoogst hypothetisch en getuigt veeleer van een gebrek aan politieke realiteitszin. Het is dus goed mogelijk dat de FW-B gedurende acht jaar afwezig blijft op het meest prestigieuze van alle internationale kunstevenementen!

We zijn niet gekant tegen synergieën met Vlaanderen. Integendeel, het verheugt ons dat ze binnen de kunstwereld wel degelijk aanwezig zijn en dat zich een reële weerstand ontwikkelt tegen het streven naar regionalisering. De wens die Alda Greoli formuleerde in La Libre Belgique (18/07/2018), namelijk “ervaringen bundelen, voorbij de grenzen van de gemeenschappen”, werd in alle ingediende projecten gerealiseerd. 

Dit ligt in de lijn van een tendens die al enkele jaren in sommige paviljoenen in Venetië merkbaar is en die de voorstelling van een nationale identiteit als achterhaald beschouwt – geen verbazing dus wanneer een taalgrens wordt overschreden, voor zover het al wordt opgemerkt. Maar deze tendens houdt niet in dat er geen steun meer is voor de kunstenaars afkomstig uit een specifieke natie of regio, of dat men die kunstenaars de kans op mondiale zichtbaarheid wil ontzeggen. 

Men zou de keuze van de minister zelfs kunnen opvatten als een bekentenis, namelijk dat er in de FW-B geen kunstenaars zouden zijn die voldoen aan de eisen van de Biënnale van Venetië, een biënnale die, laten we dat niet vergeten, ook een internationale wedstrijd is. Zei Jan Hoet niet, met minder ironie dan op het eerste gezicht lijkt, dat er geen Waalse kunstenaars bestaan? Alda Greoli lijkt hem daarin te volgen. 

Met andere woorden: in de Franse Gemeenschap zijn er geen kunstenaars, de culturele instellingen en hun verantwoordelijken zijn waardeloos, kunstscholen zijn nutteloos, critici en curatoren dienen tot niets, cultuurjournalisten werken in een vacuüm, galeriehouders verkopen wind aan naïeve verzamelaars…! Is dát de boodschap die mevrouw de minister wil uitdragen? 

Dat de minister heeft getalmd om haar beslissing bekend te maken, komt omdat ze wou dat dit, naar aloude gewoonte in onze contreien, tijdens de vakantieperiode zou gebeuren, om eventueel protest de kop in te drukken.

Als de FW-B niet functioneert “op basis van meritocratie”, dan is dat omdat ze haar deelname aan de Biënnale van Venetië als een episodische “one-shot” beschouwt, niet als de hoeksteen van een coherent cultuurbeleid. Waarom zou deze biënnale geen belangrijke etappe kunnen vormen in het parcours van de Franstalige Belgische kunstenaars, hetzij als belangrijke impuls hetzij als de bekroning van hun werk? Waarom de voorkeur geven aan een theoretisch project boven een artistiek parcours? 

Nochtans biedt Venetië onze instellingen een uitzonderlijke kans om hun internationale zichtbaarheid te vergroten en hun professionele netwerken te versterken – belangrijke voorwaarden voor de uitvoering van hun opdrachten. De meeste landen vertrouwen de productie van de Venetiaanse tentoonstellingen toe aan een van hun instellingen, en ook Vlaanderen doet dat; alleen de FW-B blijft koppig het tegenovergestelde doen... Venetië zou een gelegenheid moeten zijn om alle actoren van de FW-B samen te brengen, niet om ze uit te sluiten, zoals de keuze van de minister doet vermoeden.

We menen dat het hier om een vorm van discriminatie gaat of, erger nog, om een ontkenning van de talenten binnen de FW-B. Dit komt nog boven op het gebrek aan steun voor de kunstcreatie en het ontbreken van een echt kunstenbeleid (zoals dat in Vlaanderen bestaat) – zeg maar een aanslag tegen de kunstenaars die actief zijn in de Franse Gemeenschap en tegen al degenen die hen steunen. De zoveelste gemiste kans is dit, maar vergeten we niet dat Marcel Broodthaers in zijn tijd ook niet welkom was in het Belgische paviljoen...

We zijn ons bewust van het potentiële risico van een “opening naar Vlaanderen” – iets wat tot wrijvingen tussen de gemeenschappen en tussen kunstenaars kan leiden – maar het is dát risico dat we via dit nationale initiatief willen voorkomen.

Albert Baronian (Galerie); Michel Baudson (Commissaris en criticus); Carine Bienfait (Directrice JAP); Guillaume Bijl (Kunstenaar. "Reeds 55 jaar wil ik een Belgische Selectie voor onze Biennale van Venetië, nu zeker ook naar de toekomst toe. Dit Project-dossier gedoe vind ik ergerlijk in het algemeen. Ik wens verder Jos en Harald succes toe in Venetië."); Jean-Michel Botquin (Criticus); Laurent Busine (Commissaris en criticus); Catherine de Braekeleer (Directrice Centre de la Gravure et de l’Image imprimée); Herman Daled (verzamelaar); Alain Declercq (Kunstenaar, stichter en artistiek directeur van de Space Collection); Sonia Dermience (Commissaris, stichter van Komplot); Hans De Wolf (Kunstgeschiedenisleraar VUB et commissaris); Carine Fol (Artistiek directrice van de Centrale for Contemporary Art); Denis Gielen (Directeur MAC’s); Luk Lambrecht (Beeldende kunst cc Strombeek & Museumcultuur Strombeek/Gent); Anaël Lejeune (Criticus); Stella Lohaus (Directrice LLS Paleis); Catherine Mayeur (Kunstgeschiedenisleraar en criticus); Lino Polegato (Fluxnews); Pierre-Olivier Rollin (Directeur BPS22); Dirk Snauwaert (Directeur Wiels); Philippe Van Cauteren (Directeur SMAK); Daniel Vander Gucht (Kunstsocioloog ULB en uitgever); Nadja Vilenne (Galerie)Maïté Vissaux (Commissaris)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234