Zondag 21/04/2019

Opinie

Heeft Catalonië andere Spaanse regio's aangestoken?

Sarah De Mul is Cultuurwetenschapper aan de Open Universiteit. Ze schreef o.a. Retour San Sebastian. Opgroeien met een vaderland in de verte (Uitgeverij De Bezige Bij).

Sarah De Mul Beeld rv

Heeft Catalonië de voorbije weken andere Spaanse regio's aangestoken? Baskenland, met name, dat sinds jaar en dag zelfbestuur nastreeft?

‘Straks is het misschien onze beurt,’ zei onze Baskische vriend Xabi na afloop van het Catalaanse referendum. Hij klonk die zondag opvallend hoopvol. De recente gebeurtenissen in Catalonië hadden bij hem, net als bij vele Basken, de hoop aangewakkerd op een doorbraak uit de aloude impasse over de relatie van Baskenland met de Spaanse natiestaat.

Nochtans beschouwde Xabi al jaren de strijd in Baskenland voor het ‘recht om te beslissen’ als een moedeloos spektakel, als eindeloze variaties op steeds hetzelfde thema. De basisverhoudingen waren sinds 1978 immers altijd ongewijzigd gebleven. Volgens peilingen willen meer dan zeventig procent van de Basken een volksbevraging over de toekomst van hun land. In de afgelopen decennia hebben Baskische politici van divers ideologisch pluimage getracht aan dit verlangen een stem te geven; ook de Baskische afscheidingsbeweging ETA heeft in de loop van de jaren negentig haar streven naar een onafhankelijke socialistische Baskische staat afgezwakt tot een eis voor zelfbeschikking. Maar diverse voorstellen, - onder meer van de Baskische president en christendemocraat Ibarretxe in 2005 – botsten steeds op een njet uit Madrid op grond van een Spaanse grondwet vastgelegd in 1978. Maar die grondwet gaat uit van een concept van Spanje als een ondeelbare eenheid waar vele Basken in de eerste plaats al niet mee hadden ingestemd. Tijdens het nationaal referendum op 6 december 1978 was het aantal neestemmers nergens groter dan in de Baskische provincies.

De vraag was voor de Basken vooral of Rajoy de repressiepolitiek met politie en jurisdictie ook in Catalonië zou voeren, nu heel Europa over zijn schouder meekeek en hij bovendien de gewelddadige afscheidingsbeweging ETA niet als verantwoording hiervoor kon inroepen. Sinds het referendum is het antwoord op die vraag bekend. Maar terwijl Europa geschokt reageerde op de beelden van politiegeweld, heerste in Baskenland eerder een gevoel van deja-vu. Afgelopen jaar nog had officieel onderzoek van de Baskische overheid aangetoond dat in de periode van 1960 tot 2013 meer dan vijfduizend Basken mishandeld en gemarteld waren door de Guardia Civil en de Spaanse en Baskische politie ‘in een klimaat van straffeloosheid van ongelofelijke proporties’, een conclusie die eerder al door rapporten van VN-rapporteurs en Amnesty International was bevestigd.

Hoewel het optreden van Rajoy in Catalonië unaniem veroordeeld werd door de Baskische politieke partijen, deed het Catalaanse referendum ook oude verdeeldheden over de te volgen strategie onder hen opleven, wat een georkestreerde poging om een referendum in de stijl van Catalonië te organiseren, voorlopig onwaarschijnlijk maakt. Volgens ETA is sinds 1 oktober ‘de kloof tussen Baskenland en Spanje’ groter dan ooit en de coördinator van de links-nationalistische coalitie EH Bildu Arnaldo Otegi riep alle Baskische politieke partijen op om rond de tafel te gaan zitten.

Maar de Baskische christendemocratische PNV-regering van president Íñigo Urkullu heeft hier geen oren naar. Hij ziet eerder een rol als bemiddelaar, in plaats van als onvoorwaardelijke bondgenoot van Catalonië, weggelegd. Urkullu herhaalde de afgelopen weken zijn voorkeur voor wat hij noemt de ‘Baskische weg’ naar zelfbestuur, die via dialoog, bemiddeling van Europa en bilaterale overeenstemming met Spanje moet verlopen. Veel ruimte om op een confrontatie met Madrid aan te sturen heeft Urkullo ook niet, de PP van Rajoy rekent op de steun van zijn partij in Madrid en PNV regeert in de Baskische autonome regio in coalitie met PSE, de Baskische afdeling van de Spaanse socialistische partij.

Tegelijk is al langer gebleken dat in de Baskische samenleving ‘wij’ – gu in het Baskisch – dienst doet als een krachtig bindmiddel met het vermogen om ideologische verschillen onder de Basken te overstijgen. In de ‘sociale bewegingensamenleving’ die Baskenland heet te zijn, is het verlangen naar verbinding en cohesie overal zichtbaar, van de levendige cafécultuur tot de massaal bezochte festivals, van de publieke manifestaties tot het uitgebreide netwerk van Baskischgezinde verenigingen, burgerinitiatieven en grassrootsorganisaties. In die geest liep ook afgelopen zaterdag in Bilbao een massabetoging in solidariteit met de Catalanen, een initiatief van Gure esku dago, een pluriforme burgerbeweging die steun mobiliseert voor het Baskische recht op zelfbeschikking.

Het verhaal van een Baskische ‘wij’ dat open, inclusief en kosmopolitisch is en vorm krijgt door middel van burgerparticipatie en gemeenschapszin: er schuilt voor velen de potentie in om sociale verandering en progressieve ideeën van onderuit te realiseren en de legitimiteit en de autoriteit van de gevestigde politieke en sociale kaders in Spanje ter discussie te stellen. Zo bekeken leggen schijnbaar parochiale nationalismes, zoals in Catalonië en Baskenland, niet louter een constitutionele crisis in Spanje bloot, maar is hun pleidooi voor het ‘recht om te beslissen’ bovenal een vraag om meer democratie. Zo bekeken is het misschien zelfs zoals de Baskische cultuurtheoreticus Imanol Galfarsoro schreef: “Het is tijd om wakker te worden, want de democratische omwenteling waart nu al een tijdje door Europa en de Catalaanse affaire zal misschien op niets uitlopen, maar in de tussentijd ontkiemen wel de zaadjes voor een nieuw, sociaal Europa.”  

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.