Woensdag 21/08/2019

Column

Hé, een zwarte, zei mijn vrouw. Dat zie je nu eens nooit in het snooker

Op zijn berg in de Oostkantons schrijft Marnix Peeters over vrijheid, vogels en zijn vrouw. Zijn nieuwe boek Zei mijn vrouw, een bundeling van deze vergezichten, is nu uit.

Rory McLeod tegen Judd Trump tijdens het World Snooker Championship in de Crucible Theatre in Sheffield. Beeld Getty Images,

Ik kijk elke dag minstens een uur, en veel vaker zijn het er drie, naar het WK snooker in Sheffield. Ik heb het lang geleden wel eens geprobeerd, snookeren, ik weet hoe moeilijk het is en dat het echte kunstenaars zijn, deze mannen in hun veel te druk gesponsorde pakken, met hun van concentratie grijs geworden aangezichten – van concentratie én van een jeugd doorgebracht in duistere biljarthallen, cola’s drinkend en eindeloos break-offs en plants en two cushion escapes oefenend, terwijl buiten de zomer woedde en hun kameraden er op hun Camino’s met de meiden vandoor scheurden.

Marnix Peeters. Beeld Karoly Effenberger

Het heeft iets van zelfkwelling – áls je ooit doorstoot naar de top, veroordeel je jezelf tot nóg eens een heel leven in duistere biljarthallen, nog steeds eindeloos oefenend, weliswaar vetbetaald. En er komt al eens een meisje naar je kijken.

Nadat het Dilsen-Stokkemse natuurtalent Luca Brecel onterecht was uitgeschakeld door de sinistere Chinees Marco Fu, zat ik op een avond te kijken naar de wedstrijd tussen Judd Trump en Rory McLeod.

Hé, een zwarte, zei mijn vrouw, die even over mijn schouder meekeek. Dat zie je nu eens nooit in het snooker. Hij lijkt op Marvin Gaye.

Hij is de eerste die ooit de eindfase van een groot toernooi haalde, zei ik. Hij is echt heel goed – hij líjkt soms wat nonchalant maar hij is een prima break­builder en zijn long-potgemiddeldes zijn indrukwekkend.

Hoe zou dat komen, dat sommige sporten helemaal wit zijn? vroeg mijn vrouw. Ook het publiek – je moet er eens op letten. Je ziet nooit gekleurde mensen in die Crucible zitten.

Raar, beaamde ik. Zouden er nog zulke disciplines zijn? Uit m’n hoofd zou ik zeggen: hockey. Dat lijken me ook altijd heel erg witte jongetjes uit een welbepaalde sociale hoek.

Wielrennen, zei mijn vrouw. Een paar jaar geleden was er een Belgische ploeg met een Ivoriaan of zo erin, en toen stonden ze met vijftien cameraploegen in de aankomsthal om te zien of het waar was.

Het is echt wel merkwaardig dat er in deze tijd nog sporttakken bestaan die niet gemengd zijn geraakt, zei ik. Baseball was tot in de jaren vijftig ook een witte sport, en zelfs basketbal was in het begin honderd procent kleurvrij. De NBA is pas na de oorlog gemengd gemaakt. Maar we zijn zéventig jaar verder.

Het is zoals met die vrachtwagenchauffeurs, zei mijn vrouw.

Een tijd geleden had zij, toen wij op de snelweg reden, de bedenking gemaakt dat zij op onze wegen nog nooit een zwarte truckchauffeur had gezien. Je zou toch de mechanismes achter zo’n verschijnsel willen kennen, had zij gezegd. Zoiets kan toch nooit vanzélf gebeuren? Er moeten drempels zijn, en waar komen die dan vandaan?

Kijk, het zit er bijna op, zei ik, en samen waren wij er getuige van hoe, op mijn iPad, Rory McLeod vanuit een gemene hoek zijn laatste zwarte bal potte, en zo de ‘best of 19’ won van de arrogante Trump.

Je zult vandaag maar zo heten, zei mijn vrouw.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden