Maandag 18/11/2019
Ann De Craemer. Beeld Bob Van Mol

#Woordvandeweek

Had Vlaanderen maar evenveel respect voor zijn dichters als voor zijn wielrenners

Elke week kiest onze taalcolumniste Ann De Craemer het #WoordVanDeWeek. Dat kan een actueel woord zijn, een hip nieuw woord, een woord dat een snaar raakt, een totaal vergeten woord of een woord dat allang had moeten bestaan. Deze week: junkieverdriet.

Ik heb de voorbije week twee keer sneller dan normaal met mijn ogen geknipperd. De eerste keer was toen ik las dat het graf van de Vlaamse dichter Jotie T’Hooft (1956-1977) in Oudenaarde nog steeds geen beschermd monument is. Zijn graf zorgde onlangs voor ophef op de gemeenteraad: er was discussie of men het al dan niet zou opnemen op de lijst van het funeraire erfgoed. In oktober dreigde de concessie te vervallen, en daarom besloot een onbekende weldoener om die met vijf jaar te verlengen. 

Oppositiepartij Groen wil van het graf een beschermd monument maken, maar dat kan volgens schepen Carine Portois (Open Vld) niet: de nieuwe concessie moet eerst verlopen zijn vooraleer het graf op de lijst van beschermd funerair erfgoed kan komen. Nou. Had dat al niet veel eerder kunnen gebeuren? Nee, dus. 

Een tweede keer gingen mijn oogleden aan het vibreren toen duidelijk werd wat de reden daarvan is: schepen Portois vindt dat we van Jotie T’Hooft geen heilige moeten maken. Hij was, aldus mevrouw de schepen, dertig jaar geleden een van de eerste jongeren in Oudenaarde die met drugs bezig was en die uiteindelijk ook aan een overdosis cocaïne overleed.

Ziehier Vlaanderen en de nieuwe preutsheid: gij zult niet te veel vetten en suikers tot u nemen, gij zult niet roken, gij zult niet drinken, en gij zult als dichter pas eeuwige erkenning krijgen als gij een braaf manneke waart.

Als alleen brave dichters en schrijvers een eeuwige rustplaats verdienen, dan mogen ze op het Père Lachaise-kerkhof in Parijs meteen ook het graf van Oscar Wilde ontruimen. 

Ja, T’Hooft nam drugs en stierf aan een overdosis, maar is wel nog steeds de dichter die veel jongeren weet te beroeren wanneer ze op school kennismaken met poëzie. Dat was ook bij mij het geval: op een van mijn mappen stond een aantal dichtregels van T’Hooft, uit zijn bundel Junkieverdriet, en dat gold voor veel klasgenoten. Veel jongeren herkennen zich, omdat ze nu eenmaal jongeren zijn, in de getormenteerde poëzie van T’Hooft, en vinden er troost in. Dat zou je net moeten aan- in plaats van ontmoedigen. 

In tijden waarin over drugsverslaving en zelfmoordgedachten amper gepraat kon worden – dat is vandaag gelukkig wel anders – getuigde T’Hooft erover in zijn poëzie. Ik ben ervan overtuigd dat dat veel jongeren, vroeger en nu, heeft gesterkt: weten dat ze niet alleen staan met hun verdriet en met hun worstelingen met het leven. Neem dit gedicht:

In het gedicht

De wanden zijn wit en de psychiaters 
verdacht vriendelijk. Er is hoop 
op genezing, maar ik heb nog niemand 
zien weggaan, of hij kwam terug.

Dagen dat ik op weg naar mijn eigen kamer 
verdwaal wisselen zich met dagen 
waarop ik de wereld doorschouw als kristal.

Soms word ik krijsend wakker. 
Soms word ik afgevoerd en verdoofd,
soms vastgebonden.

Er zijn momenten waarop ik eeuwenlang 
mijmerend volmaakt gelukkig ben: 
wanneer ik dan mijn handen op de aarde leg 
zijn het kleine handen.

Dat sommigen in het schepencollege van Oudenaarde denken dat mensen die dit lezen net als Jotie drugsverslaafd zullen worden, is van een beschamende kortzichtigheid en kneuterigheid.

Oudenaarde is ook de plek waar het Centrum Ronde van Vlaanderen is gevestigd. Als het stadsbestuur consequent is en vindt dat we geen ‘heilige’ moeten maken van iemand die drugsverslaafd was, dan moeten ze in dat Centrum ook niet met zoveel bombarie (dode) renners eren van wie er zelf veel drugsverslaafd waren – aan EPO of andere verboden goedjes. Maar ziehier Vlaanderen: wie goed kan trappen op de pedalen wordt meer vereerd dan wie goed kan toveren met woorden.

Inmiddels diende de Oudenaardse burgemeester Marnic De Meulemeester (Open Vld) een parlementaire vraag in bij de bevoegde ministers Liesbeth Homans, Geert Bourgeois en Sven Gatz, of het graf van T’Hooft kan worden beschermd als monument. Eén minuut politieke moed, beste ministers, omdat we de dichter nooit mogen vergeten die zelf, voor wie goed tussen de regels leest, de vrees uitsprak dat hij ooit zou worden vergeten:

En wat dan?

Op een dag zal ik weg zijn en 
wat dan? Verdwenen zonder een 
teken te geven of te nemen en 
het puin dat ik achterlaat is 
niet langer lachwekkend.

Want wie als ik nooit heeft 
gebouwen laat niets achter dan 
verwachting en verwarring en 
wat dan?

Wellicht in uw herinnering zal ik 
stollen verstijven, niet lang meer 
blijven maar verbleken tot verleden 
en wat toen? Te doen? 

'Het was waar' zult gij zeggen 'hij speelde 
met woorden als geen ander maar wat 
heeft dat te betekenen.' Zo bleek 
zal ik zijn.

In u...

en wat dan...?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234