Dinsdag 22/10/2019
Beeld Eric de Mildt

Column

Haar gezicht verbrandt van binnenuit. Je ziet het niet, maar ze voelt het wel

Hilde Van Mieghem, acteur, regisseur en auteur, neemt u mee in haar leefwereld.

Cellomuziek klinkt door de ziekenhuisgang waar ik zit te wachten tot mijn vriendin klaar is met haar tweewekelijkse chemobehandeling. “Naar hier komen was de beste beslissing ever”, zei ze toen we op weg waren naar Arezzo, het stadje dat u misschien kent uit de film La vita è bella. “Het gaat er hier zo anders aan toe dan in A., daar zit niemand cello te spelen voor de patiënten, om maar iets te noemen.

“Kun je je ­voorstellen dat mijn arts me ­waarschuwde dat ze hier mogelijk een beetje achterlijk zijn? Zou u dat wel doen mevrouwtje, daar in Italië hebben ze vast nog niet van die moderne chemopompjes! Amai niet, moet je kijken!”

Zonder blikken of blozen trekt ze haar blouse naar beneden en laat me zien waar het pompje bevestigd moet worden. Vlak onder haar sleutelbeen zie ik onder haar huid de poortkatheder zitten. “Zie je”, zegt ze. “Hierin wordt het pompje straks bevestigd. Bij ons krijg je dan een soort punaise die ze erin duwen met een slangetje waaraan het pompje hangt. Die punaise blijft er ongeveer een halve centimeter uitsteken en daar overheen komt dan een pleister. Je moet ook een batterij meedragen om het pompje te doen werken. Dat alles zit in een heupzakje dat om je buik hangt. Je krijgt het niet verstopt onder je kleren.”

“Maar hier”, gaat ze opgewonden verder, terwijl ze het Italiaanse pompje uit haar handtas vist, “is alles fijner, kleiner en eleganter. Hoe komen ze erbij dat dit een achterlijk land is?”

Mijn vriendin en haar man ­hadden het geluk om twintig jaar geleden een prachtig landhuis met bijbehorend gastenhuisje op de kop te tikken. De eigenaar moest er om allerlei persoonlijke redenen vanaf en verkocht het ver onder de ­normale prijs. Het huis ligt midden in de glooiende Toscaanse heuvels en kilometers ver is niets anders te zien dan nog meer heuvels, bossen, olijf- en wijngaarden. Herten, everzwijnen, salamanders, egeltjes, vlinders en bijen zijn het enige wat je hier tegenkomt. De stilte is hier ­tastbaar. Het dichtstbijzijnde huis ligt twee kilometer verder, het dichtstbijzijnde dorp acht kilometer. En de eerste wat grotere stad in de buurt is Arezzo, zo’n twintig kilometer hiervandaan. Stiekem, in gedachten, is het ook mijn huis, omdat ik er altijd, wanneer ik maar wil, naartoe mag komen, ook als zij er zelf niet zijn. En dat doe ik ook, zo vaak ik kan.

Maar deze keer ben ik dus hier om haar te helpen, want haar man moest over en weer naar België. Na zo’n chemobehandeling is ze erg moe, haar handen ­tintelen, ze kan niets kouds vast­nemen want dan voelt het alsof haar vingers verbranden. Haar gezicht verbrandt van binnenuit – je ziet het niet, maar ze voelt het wel – haar mond ontsteekt en haar vingertoppen voelen alsof ze afgestorven zijn.

Misselijk is ze gelukkig niet al te erg en ze heeft zo’n dikke, prachtige, zwarte haardos dat je, als je haar niet kent, niet eens merkt dat ze er de helft al van kwijt is. Ze moet er wel om lachen dat het net de grijze haren zijn die ze verliest. “Zo bespaar ik tenminste weer een kappersbeurt”, zegt ze vrolijk.

Ik sta te kijken van haar kracht, haar positivisme, haar humor. Maar ik zie ook hoe ze zich sterk houdt terwijl ze doodop is. Ze vindt het niet gemakkelijk zich te laten helpen. Al veertig jaar draagt zij haar hele gezin, zij is de stille kracht in huis die alles ­draaiende en bij elkaar houdt. Ook daarom was het nodig om naar hier te komen, ze zou een ‘nee’ niet over haar lippen krijgen als zoon of ­dochter een oppas nodig hebben voor de vier kleinkinderen, die haar trouwens verafgoden.

Ik zie haar naar me toe komen in de gang, de cello zwijgt nu. Ik loop op haar toe en neem de sleutels van de auto uit haar handen, draag haar tas en strijk even met mijn hand over haar rug. De stille weerstand tegen de geboden hulp, die zich vertaalt in kleine gebaren, negeer ik. We rijden door de heuvels weer naar huis, waar een soepje en een bed wacht.

Ze is stil, kijkt naar buiten en fluistert: “Wat is het hier onaards mooi.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234