Zondag 21/07/2019

Column

Grote, zwarte letters over de hele breedte van het venster. Hij kende het woord maar al te goed

Frederik De Backer. Beeld Stefaan Temmerman

Frederik De Backer schrijft elke donderdag over de grauwe wereld die we zo veel mogelijk proberen te negeren.

Kakam. Zelfs van in de woonkamer wist hij meteen wat er stond. Grote, zwarte letters over de hele breedte van het venster. Hij had ze zelfs niet alle vijf moeten lezen; aan twee, hooguit drie had hij genoeg gehad. Hij kende het woord maar al te goed, achterstevoren of niet.

Het gordijn gleed tussen zijn trillende vingers door. Hij liep de trap op en opende de badkamerdeur, nam haar bij de schouders en vertelde wat ze hadden gedaan. Wist hij veel wie. Racisten. Crapuul. En dat de kinderen dit zeker niet mochten zien.

Hij liep de trap af en deed de gordijnen dicht. Handdoeken. Hij liep weer naar de badkamer, opende het kastje onder de wasbak, nam alles wat er lag en liep weer naar beneden. Uit een keukenlade nam hij de rol ducttape.

Een uur later, nadat ze met de kinderen naar school was vertrokken en hij de flikken niet had gebeld omdat die geen haar beter waren en toch geen fuck zouden doen, ging hij weer naar buiten en haalde alles naar beneden. Dat elk van die kneuterige blanke klootzakken maar eens goed naar zijn gevel keek. Ze wisten zelf ook voor wie ze stemden.

Het enige wat ze godverdomme ooit uit hun eigen grond konden graven, hadden ze laten doen door zijn vader en grootvader. De rest waren ze in Afrika gaan halen, om er in één moeite door alles met een kut te verkrachten. En dan was zíjn cultuur de achterlijke.

Bruine handen in dienst van bruine hemden. Zolang er minstens één man met een lichte en één met een donkere huid op deze aardbol rondliepen, waren dat de spelregels. Ze moesten maar knikken en glimlachen en dankbaar zijn dat ze de vloeren en ruiten en stinkende pisbakken mochten kuisen in de gebouwen waar die kutblanken een echte job hadden. Dat ze folders in brievenbussen mochten steken of in het zwart de rotklusjes mochten opknappen op een werf. Onderbetaald en onverzekerd.

Dat ze hun ogen maar eens goed de kost gaven. Hier woonde een makak. Wat hij ook was, het was beter dan wat zij waren. Een hardwerkende vader van twee kinderen en een goede echtgenoot, die die nacht zou worden gewekt door het klateren van scherven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden