Dinsdag 04/08/2020
Vincent Stuer.Beeld DM

ColumnVincent Stuer

Grote politici zijn altijd mensen waar pis en azijn in zit

Vincent Stuer is schrijver en theatermaker. Hij werkte als woordvoerder van Karel De Gucht en van D66 in het Europees Parlement. Hij schrijft tweewekelijks voor deze krant, afwisselend met Mark Elchardus.

Fraai klinkt het niet, maar het is wel degelijk een compliment als je in het Engels iemand beschrijft als full of piss and vinegar. En je voelt waar de uitdrukking vandaan komt: wie vol leven zit – want dat is wat ermee bedoeld wordt – heeft ook de minder aantrekkelijke kantjes ervan in zich, die de doorsnee brave burger liefst verdoken houdt.

Sartre noemde het le sérieux de l’émotion: alleen emoties zijn oprecht. Ze zijn niet te imiteren en nog minder te negeren. Ze slepen je fysiek mee en tonen lijfelijk wie je echt bent. Wat je zegt of doet kan je onder controle houden, aanpassen aan wie je wil zijn of wat van jou verwacht wordt, maar je lichaamsreacties en -sappen openbaren je innerlijk, willen of niet.

Grote politici zijn altijd mensen waar pis en azijn in zit. Politiek is een kwestie van temperament, en een volwaardig karakter heeft altijd ook die schaduwkant: het zwakke, het duistere, het gevaarlijke, het tomeloze.

De kiezer wantrouwt net als Sartre het woord, en vindt het lijf een betere indicator van wat er in iemand omgaat. Nog voor er geluisterd wordt naar standpunten en strategieën, moet je als politicus spreekrecht verdienen door je ziel te ontbloten. Mensen willen van wie hen vertegenwoordigt weten: heb jij ooit gehuild van frustratie, liggen rillen van twijfel? Wanneer heb jij het nog in uw broek gedaan van schrik, gekotst van onzekerheid? Hersens zijn goed genoeg voor dokters, advocaten of fiscalisten. Een politicus moet klotsen van bloed, zweet en tranen.

Eerste indruk, tweede keer

Daarom worden politici meestal pas groot tijdens hun tweede politieke leven, nadat ze al eens op hun bek gegaan zijn, liefst en plein public, zodat we met eigen ogen kunnen vaststellen of alle mensmakende vloeistoffen erin zitten. Guy Verhofstadt moest eerst volwassen worden als mens, weten dat ook literatuur het hart kan doen daveren en leren wenen bij het drama in Rwanda, vooraleer hij als politicus carrure kreeg. Bart De Wever had pas recht van spreken nadat hij in de televisiestudio’s getoond had dat hij kon lachen (‘humor’ betekende oorspronkelijk zoveel als ‘sap’ of ‘vocht’) en kon blèten – en hij is zijn aantrekkingskracht kwijt sinds hij opgedroogd lijkt. En ik heb van nabij meegemaakt hoe Karel De Gucht zich met vallen en opstaan ontpopte van een wat ijzige publieke persoonlijkheid tot een van de weinige karakters van de Wetstraat – warmbloedig volgens de vrienden, choleriek volgens de tegenstanders – die niemand koud laten. Een politicus moet door het vagevuur, al zwetend gezuiverd worden, om tot het hoogste toegelaten te worden.

De kiezer is daar trouwens lekker hypocriet in: succes wordt eerst beloond – iedereen houdt van een fris, jong talent – en daarna meedogenloos afgestraft. Want wie alleen succes kent, is verdacht. De kiezer doet je zweven, om je daarna te kunnen afschieten als lichtgewicht.

En toch wéten ze het meteen. Experimenten tonen aan dat mensen letterlijk binnen enkele seconden uitgemaakt hebben of een politicus ‘het’ heeft of niet. Onderzoekers lieten mensen televisiedebatten zien tussen volstrekt onbekende gouverneurskandidaten, tien seconden enkel beeld, zonder enige informatie over waar of in welke omstandigheden de verkiezing plaatsvonden, en telkens voorspelden twee derde van hen de uiteindelijke uitslag. Veelzeggend: als er geluid bij kwam, werden de voorspellingen sléchter. Ze zien het gewoon, ze weten het, ze ruiken het.

Nattigheid

Een democratie waar de emotie uitsluitend bij de uitersten zit, heeft een diepmenselijk probleem. Op rechts, verzuurde wrok en een hint van angstzweet. Op links, venijnige verontwaardiging. In het centrum, vaak niks dan kleffe zelfgenoegzaamheid en gortdroge berekening. Democraten lijken nog steeds niet aan te voelen dat ratio niet genoeg is, dat redelijkheid óók emotie nodig heeft en dat de verstandige keuze als boegbeeld niet altijd de juiste is.

Van Franklin D. Roosevelt werd gezegd dat ‘zijn tweedeklassenintellect gecompenseerd werd door een eersteklassentemperament’. Zijn verkiezing ging nooit over een programma, maar over een houding. Niemand kon die precies omschrijven, maar iedereen voelde het en hij vatte de gemoedstoestand van zijn land als geen ander.

Wie vandaag het humeur van onze democratie wil peilen, voelt de nattigheid ook binnen de tien seconden, en blijft zwartgallig achter.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234