Donderdag 20/02/2020

OpinieJochen Bittner

Groot-Brittannië is weg. Europa moet veranderen

Beeld AP

Jochen Bittner is journalist bij Die Zeit en columnist bij The New York Times.

De kernvraag die de Europese Unie achtervolgt – waarom is een verbond van 27 landen beter dan een natiestaat? – is niet verdwenen omdat de Britten er hun eigen antwoord op hebben gegeven. De crisissen rond de euro en de migratie hebben blijvende twijfels opgeroepen over de fundamentele belofte van Unie dat de samenvoeging van de individuele soevereiniteit tot meer soevereiniteit voor alle leden van de club zou leiden.

En ten minste in het oosten van het continent willen meer en meer Europeanen minder Europa. Het succes van de rechtse populistische partijen in de regio toont dat de liefde voor het Westen in ontgoocheling veranderd is. In 2016 klaagde Witold Waszczykowski, de Poolse minister van Buitenlandse Zaken, over “25 jaar linkse en liberale indoctrinatie”. In 2017 had Maria Schmidt, een van de favoriete intellectuelen van de Hongaarse premier Viktor Orbán, geen goed woord over voor de Willkommenskultur, kanselier Merkels idee dat Europa migranten met open armen moet ontvangen. “Flauwekul”, zei Schmidt.

De barsten zijn allesbehalve hersteld, voor een stuk omdat machtige politici in het westen van de Unie, zoals Angela Merkel of Emmanuel Macron, weinig belangstelling lijken te hebben voor wat ze in Warschau, Boedapest of Praag denken. Demagogie in het oosten, hooghartigheid in het westen.

Jochen Bittner.Beeld rv

Dit is een tragische herhaling van de fout die in de jaren voor het brexitreferendum werd gemaakt. Toen ik in 2014 Duitse diplomaten naar hun reactie vroeg op de kritiek van Brits premier David Cameron op de prestaties van het blok, haalden ze de schouders op en antwoordden ze dat ze ‘therapiesessies’ met hun Britse tegenhangers gingen houden. Het idee dat de EU misschien zelf therapie nodig had, kwam niet bij hen op.

Maar welke therapie? Eerst een kleine analyse. De voormalige Duitse kanselier Helmut Schmidt placht te zeggen dat het blok gewoon te groot was geworden om de belangen van alle lidstaten met succes te bundelen. Toen de Unie nog maar zes landen telde, was de besluitvorming gemakkelijk. Met twaalf leden werd dat moeilijker. Vandaag, met bijna dertig, is het misschien onmogelijk.

Daarom moet de remedie het probleem bij de wortel aanpakken: de binaire keuze van ‘helemaal binnen’ of ‘helemaal buiten’ is voorbijgestreefd. Bij de huidige stand van zaken zijn er slechts twee mogelijkheden. Ofwel ben je een lidstaat met volledig stemrecht en werk je mee aan alle inspanningen voor meer integratie. Ofwel doe je gewoon niet mee. In plaats van dat alles of niets zou Europa een flexibel lidmaatschap of, een idee dat ze in Brussel haten, regelingen à la carte mogelijk moeten maken: geen volledig menu maar een beetje van dit en een beetje van dat.

Wil een land deelnemen aan meer militaire integratie maar buiten de eurozone blijven? Waarom niet. En waarom zou je geen lid van de gemeenschappelijke markt kunnen zijn zonder het Europese asielbeleid te onderschrijven? Sommige dingen zijn natuurlijk niet te nemen of te laten, zoals de deelname aan die gemeenschappelijke markt en de plicht om de zogenaamde vier vrijheden – het vrije verkeer van goederen, diensten, kapitaal en mensen – te respecteren.

Met andere woorden, de staten moeten een aantal onschendbare voorwaarden accepteren, maar mogen afzien van bepaalde maatregelen die ze onwenselijk vinden. Een vaak gehoord bezwaar tegen dat idee is dat je, als je bij een club gaat, al haar regels moet aanvaarden. Maar wie wil bij een club waar je alleen tennis mag spelen als je ook bokst, gokt, hengelt en een kookcursus volgt?

Een Unie met soepele spelregels zou bovendien strategische voordelen hebben. Ze zou bijvoorbeeld een benadering op maat mogelijk maken van de staten van de westelijke Balkan. Zolang die landen niet aan de toelatingscriteria voldoen, zouden ze toch nauwer kunnen samenwerken met de gemeenschappelijke markt, zodat ze niet in de armen van Rusland en China worden gedreven. Een Unie met een keuzemenu zou zelfs kansen scheppen om Groot-Brittannië te re-integreren, als de Britten ooit anders gaan denken over de brexit.

Een dergelijke radicale hervorming houdt natuurlijk risico’s in. Als je aan het complexe juridische bouwsel van de EU begint te knutselen, zou het weleens helemaal uiteen kunnen vallen. Maar niets doen is ook enorm gevaarlijk. Want stel u eens voor dat de gevolgen van de brexit voor Groot-Brittannië best blijken mee te vallen. Dat zou het idee zelf van Europa – dat de gecombineerde macht van veel staten de individuele staat meer macht geeft – opnieuw een zware slag toebrengen. Misschien zelfs de genadeslag.

© 2020 The New York Times Company

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234