Zaterdag 19/10/2019

Opinie

Groeiende groep ‘tikkende tijdbommen’ blijft van geestelijke zorg verstoken

Kaarsen bij de wake voor Julie Van Espen in Merksem. Beeld Wouter Van Vooren

Liesbet De Kock (Vrije Universiteit Brussel, Villa Voortman, Kollectief Zonder Dwang), Dirk Bryssinck en Wim Haeck (Villa Voortman).

Wie is aansprakelijk voor het onuitsprekelijke? Er is de laatste dagen liters inkt over gevloeid. Begrijpelijk. Iemand moet dit voor ons verklaren, iemand moet beloven dat dit niet meer kan gebeuren. De verkiezingskoorts wakkert de vaart waarmee de schuldvraag wordt doorgespeeld aan. 

Wat rest, is een “weinig hoogstaand rondje zwartepieten”, zoals advocaat Philip Daeninck schreef in De Standaard (10/5). Onverkwikkelijk gekibbel waarin de belangrijkste vragen achterblijven. Justitie kan criminaliteit niet voorkomen, besloot Daeninck terecht. “Een samenleving zonder criminaliteit is een illusie.” We denken helaas dat hij het bij het rechte eind heeft, maar de grens tussen realisme en cynisme is soms flinterdun.

Want hoewel het onvermijdelijke nooit weg te denken is, engageert justitie zich wel om de kans op het ondenkbare naar beste vermogen te minimaliseren. Dat kan alleen in optimale omstandigheden. Daar zijn middelen voor nodig en die waren er niet, of toch onvoldoende. Daar komt een groot gewicht op de schouders van het beleid. We hoeven de onvermijdelijkheid in dit geval niet zomaar voor lief te nemen.

Gecombineerde problematiek

Zoals Christine Wouters – arts en vrijwilliger bij Kamiano, de daklozenopvang waar Steve Bakelmans geen onbekende is – opmerkt (ATV en HLN 9/5) moeten we hier echter niet enkel justitie, maar ook een falende zorgsector in rekening brengen. Hij was een van die ‘zware gevallen’, verduidelijkt Wouters, een van die mensen met een gecombineerde problematiek van middelenmisbruik en een psychiatrische aandoening (dubbeldiagnose), zoals we ze steeds vaker aantreffen in de daklozenpopulatie. 

“De echt zware gevallen vinden niet hun weg naar een psychiatrisch centrum. Net omdat ze te moeilijk zijn”, klaagt ze terecht aan. Die hoogdrempeligheid van de geestelijke gezondheidszorg, de manier waarop die ‘zwaarste gevallen’ net omwille van de complexiteit van hun problematiek uit de boot vallen, moet hier ook opnieuw onder de aandacht worden gebracht. Het gaat om een (gestaag aangroeiende) restcategorie in een landschap van geestelijke gezondheidszorg dat steeds meer inzet op specialisering en kortdurende (residentiële) opname. Het zijn mensen met een weerbarstige en complexe problematiek – die “tikkende tijdbommen”, waarover Wouters spreekt – die vaak volledig van geestelijke zorg verstoken blijven. Dat is vragen om ongelukken.

Paradoxaal genoeg blijkt deze groep ook deels het slachtoffer van een poging om de geestelijke gezondheidszorg te humaniseren door de ‘vermaatschappelijking van de zorg’ of de-institutionalisering (het befaamde artikel 107) waarop de laatste jaren wordt ingezet. Dit houdt een dubbele beweging in: een afbouw van het aantal bedden in het psychiatrisch instituut en een zo groot mogelijke doorstroom van psychiatrisch hulpbehoevenden naar ambulante projecten, eerstelijnshulpverlening, mantelzorg (zoals Steve Bakelmans), mobiele teams, enzovoort. Dit model vraagt echter een grondige reallocatie van middelen, zodat de niet-residentiële hulpverlening haar engagement kan opnemen. 

Geld

Op een aantal bijkomende subsidies voor bijvoorbeeld mobiele teams na, blijft het grootste deel van het geld echter gaan naar residentiële zorg. Het deeltje dat overblijft, is ruim onvoldoende om te voorzien in een degelijke hulpverlening aan de basis. Resultaat van die paradoxale situatie: de residentiële hulpverlening is zeer hoogdrempelig en “dreigt een resort te worden voor mild depressieve mensen”, zoals Nico Bogaerts betoogde (sociaal.net, 14/1). Velen, zeker de ‘zware’ gevallen, hebben geen toegang tot adequate hulp en belanden in het slechtste geval letterlijk op straat. En die groep wordt steeds groter. Als we zoeken naar de grond van het drama dat zich vorige week heeft afgespeeld, moeten we ook dit aspect in rekening brengen.

Ook daar zal het beleid dringend een tandje moeten bijsteken, wil het zichzelf in de toekomst voor de rode kaken behoeden waarmee het nu het publiek toespreekt. En zelfs als het daarin slaagt, blijft het onvermijdelijke onvermijdelijk. Maar dan heeft het wel zijn engagement naar de burgers in het algemeen, ook naar zij die psychisch ontregeld zijn, naar slachtoffers en potentiële daders, opgenomen. Slechts dan kan het zich beroepen op een fatale onvermijdelijkheid, wat nu jammer genoeg absoluut niet het geval is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234