Zondag 18/08/2019

Column

Gewilde blindheid is geen verdraagzaamheid

Mark Elchardus. Beeld Franky Verdickt

Opvallend is de diversiteit van het strand. Mensen netjes, preuts haast, in badpak, monokini, naakt, met of zonder schaamhaar, volledig ingepakt in een wetsuit, schrijdend in wijde witte of kleurige gewaden. Alsof diversiteit wordt gevierd en de Summer of Love hier eeuwig duurt.

Gisteren was ik getuige van een ontroerende scène. Terwijl ik me na het zwemmen in de avondzon liet drogen, zag ik twee mensen moeizaam de steile helling richting strand afdalen. Zij liep op krukken en kon de met keien bezaaide helling nauwelijks aan. Hij stapte nog moeizamer, met heftige spastische rukken. Zij kleedde zich uit. Koos voor naakt. Breed glimlachend, gelukkig met de late, gouden zonnestralen op haar huid. Haar rechterbeen bleek korter dan haar linkerbeen. Stond vol littekens, rozig op haar gebruinde huid. Zij moest hem helpen. Hij koos voor een zwembroek. Zijn bewegingen zo heftig dat zij hem moest vastklemmen. Brede grijs dan als zij hem in haar gespierde armen tegen haar borsten drukte. Het duurde lang voor ze de branding bereikten. Daar gingen ze zitten. Lieten de golven over zich spatten. Haar glimlach vulde het strand. Zijn hortend gelach overstemde de golfslag. Traag en moeizaam keerden ze terug naar de plek waar hun spullen lagen. Zelden zag ik zo veel geluk op twee gezichten. Zij nam hem in haar armen, klemde hem stevig vast, zoende hem lang en intens op de mond.

Het is geen druk strand. Mensen zitten niet op elkaar. Toch vormen ze steeds weer een kleine, tijdelijke gemeenschap. Opvallend hoe deze zich in haast twee gelijke groepen verdeelde. De ene koos resoluut voor gewilde blindheid. Alsof dat koppel er niet was. Geen teken van afkeuring, laat staan afschuw, gewoon niets. De twee hadden evengoed onzichtbaar kunnen zijn. De andere groep weerkaatste hun lach, zocht oogcontact, deelde in hun vrolijkheid.

Niets zien

De gemakkelijke diversiteit van dit strand doet onvermijdelijk denken aan de minder vlot beleefde diversiteit in het thuisland. Elke ochtend, elke avond, via de iPad, minstens één voorbeeld van die gewilde blind- en doofheid die bij ons poseert als verdraagzaamheid.

De manier waarop over de boerkini wordt geredetwist bijvoorbeeld, alsof het gaat om dresscodes en het al dan niet rechtsgeldig zijn van een verbod. Het is toch evident dat mensen geen aanstoot nemen aan een kledingstuk, maar aan een symbool, aan een teken dat zegt: 'Ik ben moslima en volg streng de voorschriften.' De boerkini leidt tot polemiek, omdat de relatie tussen moslims en niet-moslims al lang is verzuurd. Sommige mensen verzetten zich tegen de boerkini omdat ze niet in het kledingstuk, maar in de houding van de drager een bedreiging lezen voor hun levenswijze. We kunnen daar niet blind voor zijn. Politici en intellectuelen moeten die mensen duidelijk maken dat hun verzet misschien wel begrijpelijk is, maar onterecht. Zich inspannen om iets te doen slagen heeft immers prioriteit op de vrees dat alles verloren is. Zou het nu echt onmogelijk zijn om mensen dit duidelijk te maken, zonder meteen, zoals de fundi’s van de rechtsstaat, te staan zwaaien met rechten die boven de wil van het volk staan?

Etnische profilering, het thema leeft sinds de aanslagen van 2016 en kwam recent weer in het nieuws omdat Mechels burgemeester Bart Somers (Open Vld) van zijn politie eist dat die bij elke controle ook de 'etnische' identiteit noteert. Uit de commentaren op die maatregel bleek al snel dat velen die interpreteren als een onverkorte veroordeling van etnische profilering. Lees: van het extra controleren van personen omdat zij er Arabisch of Noord-Afrikaans uitzien. Uiteraard is er geen enkele reden om die mensen disproportioneel te controleren. 

Tenzij men profilering totaal wil verbieden – wat een reële achteruitgang van het speur- en veiligheidswerk zou betekenen – is etnische profilering echter evident. Men kan zich toch niet voorstellen dat de politie oude vrouwen even frequent preventief zou controleren met het oog op het voorkomen van aanslagen, drugshandel of kleine criminaliteit, als jonge mannen van Marokkaanse origine? Nagenoeg alle mensen die de laatste tien jaar in Europa betrokken waren bij terreuraanslagen, zagen er Arabisch of Noord-Afrikaans uit. Kijken we naar de gevangenisbevolking, dan heeft een disproportioneel deel daarvan hetzelfde uiterlijk. Waarom daarmee geen rekening houden bij het inschatten van risico’s? 

Dat de mensen die vaker worden gecontroleerd dat hoogst onaangenaam vinden, is logisch. Daarom is het zo verdomd belangrijk om de proportionaliteit van het risico zo nauwgezet mogelijk te respecteren, te profileren op alle waarneembare kenmerken verbonden aan een hoger risico, en vooral de zin van etnische profilering uit te leggen, begrip te vragen aan de mensen die omwille van hun uiterlijk frequenter worden gecontroleerd. Is het wederom echt onmogelijk dat te doen? Is gewilde blindheid en domheid de enige optie? Verwachten we nu echt dat de politie oude mensen even vaak controleert als hangjongeren?

Niets horen en niets zeggen

Een schokkend voorbeeld van gewilde blindheid beleefden we in 2010. Na een mislukte overval opende Ibrahim El Bakraoui het vuur op de politie. De burgemeesters Freddy Tielemans (PS, Brussel) en Philippe Moureaux (PS, Molenbeek) omschreven dat gebeuren als een fait divers. Het gerecht volgde die relativering. Ibrahim El Bakraoui kwam al in 2014 vrij. Op 22 maart 2016 vermoordde hij 35 mensen en verminkte er 340 in de vertrekhal van Zaventem. Volgens de regels die David Van Reybrouck een paar weken geleden voorstelde, zou ik dat gebeuren anders moeten beschrijven: "I. B. ging, gedreven door wanhoop, slachtoffer van onze samenleving, over tot zelfdoding… en er was enige collateral damage." Zeven jaar scheiden het 'fait divers' van Van Reybroucks pleidooi voor 'temperende berichtgeving' over zelfmoordaanslagen.

De gewilde blindheid, het eufemistische taalgebruik en dat pleidooi steunen allemaal op de overtuiging dat wat de media schrijven en zeggen, in functie moet staan van het effect van hun woorden. We moeten ons radicaal tegen die opvatting verzetten. Enerzijds omdat men dat effect onvoldoende kan inschatten. Ik geloof bijvoorbeeld niet dat de media-aandacht voor terroristische aanslagen enige invloed heeft op de frequentie van die aanslagen. Anderzijds, en vooral, omdat de waarheid altijd het eerste slachtoffer is als niet zij, maar het vermeende gevolg van de communicatie het criterium wordt.

Duitsland en andere Europese landen zijn nu weer in de ban van geweld en criminaliteit door vluchtelingen. Sommigen grijpen dit aan om het asielrecht in vraag te stellen. Jonge mannen, afgesneden van hun familie, niet zelden getraumatiseerd, in een vreemde omgeving, onzeker over hun toekomst, levend in gedwongen ledigheid… het verantwoordt niets, maar wat had men zoal verwacht? Toen er werd gewaarschuwd voor dit risico, werd dat scherp veroordeeld als 'het criminaliseren van vluchtelingen'. Het werd niet aangegrepen om sneller zekerheid, werk en inburgering te bieden. Men wilde liever blind zijn en effende op die manier het pad voor degenen die dat kleine, kwetsbare stukje normatieve wereldorde – het recht op asiel – willen afbouwen. Zien, horen, onomwonden spreken, het vergt een beetje moed, maar het kan gelukkig maken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden