Zaterdag 17/08/2019

Column

Geen Tournées Minérales voor ons. Straks zijn we dood en zijn de Maanden Zonder niet te tellen

Marnix Peeters Beeld Bob Van Mol

Op zijn berg in de Oostkantons schrijft Marnix Peeters (°1965) over vrijheid, vogels en zijn vrouw.

Krijg dit cadeau als lezer van Marnix Peeters en De Morgen: een gratis boekje met zijn tien meest gelezen Zeno-columns van 2017

Wij mogen als Oostkantonners niet meedoen met het Vlaamse vogel­tel­weekend, maar wij hadden ons voor de lol toch even aan het tellen gezet. Wij scoorden achttien mussen, zeven vinken, twee geel­gorzen, elf mezen, twee (volgens mijn vrouw drie) merels, vier spreeuwen, een roodborstje, drie kraaien en zes eksters. Die laatste zes, die in team opereerden, hadden alle voorgaande weggejaagd.

Waarom hou je zo van vogels? vroeg mijn vrouw.

Daar moest ik een hele tijd over nadenken. Het is niet dat je er veel liefde van krijgt, zoals mensen over hun kat of hun hond zeggen.

Ik denk niet dat ik overdreven veel van vogels hou, zei ik.

Je bouwt ’s winters de tuin om tot een voeder­reservaat, zei mijn vrouw, je smelt je eigen vetbollen, als er een kat rondsluipt tok je op het raam, je spelt de sperwer de les als hij ­mussen probeert te vangen, je hebt er tien jaar over gedaan om je raaf te spotten, op de helft van de foto’s die je maakt staan vogels en je drinkt koffie uit een mok met een bonte specht erop. Je houdt érg veel van vogels.

Ze hebben me heel lang koud gelaten, zei ik – zoals veel zaken me koud lieten in de jaren dat ik dacht dat er overal heel erg belangrijke dingen voor mij te doen waren. Door hier te wonen heb ik ze opnieuw in de smiezen gekregen, maar ik kan de fascinatie niet zo goed uitleggen. Ik herinner me een moment waarop ik las over hun leeftijden – ze worden veel ouder dan je denkt. Een spreeuw van twintig jaar is geen uitzondering. Een boeren­zwaluw haalt de vijftien, mussen en merels worden, zonder tegenslag, tien. Dat deed me anders naar ze kijken. Mogelijk geef je méér om iets dat er een lange tijd zal zijn. En ze zijn handig en vernuftig – hoe je met alleen een snaveltje zo’n ingewikkeld nest ineen krijgt geklust, het is een wonder. Ze zijn onvermoeibaar – hoe die kereltjes de hele zomer lang van ’s ochtends tot ’s avonds hun kroost bevoorraden! En ze hebben een interessant karakter – het blijft eeuwig boeiend om te zien hoe ze met elkaar omgaan. Ze ­vinden zonder hulp hun weg naar de Balearen en terug. Ze zingen mooi, ze doen niemand kwaad en ze stellen zich nooit aan. Ik hou erg veel van vogels. En nu wil ik een Chimay.

Wij doen niet mee met al die Tournées Minérales – straks zijn we dood en zullen de Maanden Zonder niet te tellen zijn.

Vlak voor zons­ondergang wandelden wij de heuvel op tot bij boer Huppertz, waar wij uitbundig begroet werden door onze slijkerige leenhond Luna, en minutenlang stonden wij vervolgens met ons gedrieën, Luna geruisloos kwispel­staartend, in de doodse stilte over de vallei uit te kijken waar beneden de Our glinsterde, en in de verte werd de lucht pikzwart van de regen, en de zes oude eiken stonden donker en zwijgend in hun groepje, en zo was alles haast perfect.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden