Maandag 19/08/2019

Opinie

Geen reden tot (strip)feesten

Roel Daenen is coördinator communicatie, pers en partnerships bij FARO, het Vlaams steunpunt voor cultureel erfgoed. Hij is ook hoofdredacteur van Stripgids. In juni 2014 publiceerde hij in faro. Tijdschrift over cultureel erfgoed en Stripgids ‘De Schitterende Schatkamer’, een uitgebreide analyse van de problematiek van het striperfgoed.

Roel Daenen Beeld rv

Vanaf 1 september 2017 is de buurt van het Brusselse Warandepark drie dagen lang het toneel van het Stripfeest/Fête de la B.D. Ondanks de bonte waaier aan activiteiten is er weinig reden tot feesten. De toekomst van de Vlaamse (Belgische) strip en het striperfgoed zien er weinig rooskleurig uit.

Het Stripfeest vindt plaats voor de achtste keer met op de affiche: tentoonstellingen, films, conferenties, workshops, een ritje met oldtimers, signeersessies, een resem verkoopstanden, een reuzeballonnenoptocht en, naar aanleiding van de 60e verjaardag van Guust Flater, een concert met de enige echte flaterfoon. Bovendien is er voor het eerst een rijkelijke prijzenpot van 100.000 euro, die middels verschillende ‘Atomiumprijzen’ wordt verdeeld onder verschillende auteurs en albums. En het publiek lust dit evenement. Vorig jaar telde organisator Visit Brussels zo’n 100.000 jonge en minder jonge kijk- en leeslustigen die vrolijk kwamen meefeesten. Tot daar het goede nieuws. Want meer aandacht voor het medium strips en voor de mensen die ze met liefde en volharding maken, daar kan toch niemand iets op tegen hebben?

Visit Brussels heeft ‘strips’ als een van de grote speerpunten van zijn citymarketingstrategie gekozen. En dat is een slimme keuze, die de toeristische dienst van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest de drie voorbije decennia steeds efficiënter heeft ingekleed, met heel concrete initiatieven. In 1989 opende het Stripmuseum / Belgisch Stripcentrum de deuren en de eerste stripmuren verschenen vier jaar later in het straatbeeld. Er verschenen strips over Brussel, stripwandelingen, evenementen. Heel even bestond er ook een tweede museum, het Jijé Museum, genoemd naar een van de founding fathers van de wereldberoemde school van Marcinelle nabij Charleroi, van waaruit o.a. Morris (Lucky Luke), Franquin (Guust Flater, Robbedoes enz.) en Peyo (De Smurfen) de wereld veroverden. En oh ja, laat ons de saga’s rond het Hergé Museum en het Marc Sleen Museum niet vergeten – maar dat is een ander verhaal.

Waar knelt dan het schoentje, ondanks deze dynamiek? Om te beginnen: het zwaartepunt van al deze acties spitst zich toe op de internationale toppers van de Gouden Tijd van de Franco-Belgische school. Wat weinigen weten is dat onze hoofdstad een echte (internationale) stripmagneet is, die tekenaars, scenaristen, ambachtelijke drukkers en grafici allerhande aantrekt; mede dankzij de uitstekende opleidingen die men hier kan volgen en de internationale vibe van Brussel. Mensen die grotendeels onder de radar blijven van de uitgeverijen, die vandaag elk commercieel risico schuwen. En die dus voor hun inkomen genoodzaakt zijn om jobs te combineren à l’américaine. Kortom: weinig zichtbaarheid en de kans om ‘door te breken’ is zo goed als nihil. Als er geld is voor een grootschalig toeristisch evenement, waarom dan niet voor de stripmakers zelf?

Over geld gesproken. Een van de inkomstbronnen voor (vooral bekende, succesvolle) stripmakers is de verkoop van het originele materiaal. De voorbije jaren is de markt voor (met name ouder) tekenwerk oververhit geraakt. Een teken aan de wand is de opkomst van verschillende galeries in Brussel (met bijhuizen in Parijs, of vice versa), die allerlei soorten oud en minder oud papier aan de man brengen. Een originele plaat uit een album, een haastig getekende krabbeltje-met-opdrachtje, een gehandtekend voorwerp: u vraagt, wij verkopen. Wat maakt dat het erfgoed van de strip (originele platen, drukken en ook andere archivalia) opgejaagd wild is. Het Belgisch Stripcentrum (een privéinstelling) heeft naar eigen zeggen niet de middelen om aan te kopen, en heeft zijn beleid van langdurige bruiklenen door tekenaars stilletjes op een laag pitje gedraaid. Bruiklenen, wegens geen geld, weetuwel. Het faillissement van het (eind vorig jaar) geopende Strips!-museum van Rotterdam (waarbij de curatoren alle originele platen in bruikleen ten gelde wilden maken om de putten te vullen!) zal er ongetwijfeld toe leiden dat verzamelaars niet snel geneigd zullen zijn om hun platen nog uit te lenen.

Is er een oplossing? Op korte termijn niet, nee. Maar de diverse overheden (Vlaanderen, Wallonië en ook het Brussels Hoofdstedelijk Gewest moeten zich (liefst samen) bezinnen over de mogelijke ambities voor een stripbeleid die naam waardig, en dat oog heeft voor verleden, heden én toekomst. Dat zou pas een reden om te feesten zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden